Terug

Nieuws

  • Idwer de la Parra wint zestiende Awater Poëzieprijs

    De dichtbundel Vlerk (De Bezige Bij) van Idwer de la Parra heeft de Awater Poëzieprijs 2023 gewonnen. Dat wordt bekend gemaakt in de nieuwe editie van poëzietijdschrift Awater. 32 Nederlandse en Vlaamse beroepslezers (poëziecritici, -docenten en -bloemlezers) kozen uit het poëzieaanbod van het afgelopen jaar de bundel die zij het meest waarderen.

    De Awater Poëzieprijs is de jaarlijkse poëzieprijs van poëzietijdschrift Awater, ter waarde van € 500,-. Dat bedrag is weliswaar bescheiden, maar de symbolische waarde van de prijs is groot: ze representeert de waardering van de gezamenlijke poëziekritiek.

    Voor de toekenning van de prijs is een keur aan beroepslezers (medewerkers van o.m. de Volkskrant, NRC, Het Parool, De Standaard, De Groene Amsterdammer, HP/De Tijd, Poëziekrant en Awater) gevraagd een top-3 samen te stellen van dichtbundels uit het afgelopen jaar. Aan de hand van deze lijstjes kregen de bundels punten toegekend. Na telling eindigde Vlerk van Idwer de la Parra op één. Een aantal citaten uit de meegeleverde begeleidende juryverslagen:

    ‘Klassiek, precies en ongekunsteld.’

    ‘Oprecht en ongedwongen.’

    ‘Speels en subtiel.’

    Op woensdagavond 31 januari a.s., aan het eind van de Poëzieweek, zal de traditionele Awater Poëzieprijs Mok worden uitgereikt in de Theaterzaal van OBA Oosterdok te Amsterdam. Aanmelden voor het (gratis) programma kan via: https://www.oba.nl/agenda/oosterdok/awaterliveuitreikingawaterpoezieprijs.html


    De Top tien

    1. Idwer de la Parra - Vlerk – De Bezige Bij (16 punten; 8 keer genoemd)
    2. Eva Gerlach - Hier – De Arbeiderspers (15; 6)
    3. Rozalie Hirs - ecologica – Vleugels (12; 6)
    4. Peter Verhelst - Zabriskie – De Bezige Bij (11; 7)
    5. Erik Solvanger - Waarom het leven in een witte jas sneller gaat – PoëzieCentrum (9; 3)
    6-7. Piet Gerbrandy - Niets dan dit. Een lijflied voor de ziel – Atlas Contact (8; 3)
    6-7.Robin Block - Handleiding voor ontheemden – Atlas Contact (8; 3)
    8. Lans Stroeve - Sterkteleer – De Arbeiderspers (6; 3)
    9. Jacob Groot - Lichttabletten – De Harmonie (6; 2)
    10. Yentl van Stokkum - Winterbloeiers – Hollands Diep (5; 4)

     

    Idwer de la Parra is de zestiende winnaar van de Awater Poëzieprijs. Eerdere winnaars waren: Tonnus Oosterhoff (2008), Arjen Duinker (2009), K. Michel (2010), Anne Vegter (2011), Menno Wigman (2012), Alfred Schaffer (2014), Ilja Leonard Pfeijffer (2015), Eva Gerlach (2016), Marije Langelaar (2017), Radna Fabias (2018), Mischa Andries­sen (2019), Peter Verhelst (2020), Sasja Janssen (2021) en Mustafa Stitou (2013 en 2022).


    Uit Nederland en Vlaanderen namen dit jaar zitting in het jurypanel: Obe Alkema (NRC), Joost Baars (Awater, Liter, Poëziekrant), Jan Baeke (Awater), Anne ter Beek (Awater, INDEX Poetry), Emma Blom (Awater), Maarten Buser (Awater, de lage landen, DW B, Liter), Kamiel Choi (Meander), Kiki Coumans (Awater), Alek Dabrowski (Awater), Paul Demets (Awater, De Standaard), Carl De Strycker (Poëziekrant, De Standaard der Letteren, mappalibri, de lage landen, De Reactor), Hanneke van Eijken (Awater), Edwin Fagel (Awater, Poëziekrant, De Reactor), Vicky Francken (Awater), Ingmar Heytze (podcast Camping de Vrijheid), Frank Keizer (Awater, nY, De Reactor), Myrte Leffring (Awater), Hettie Marzak (Awater, Literair Nederland, Meander), Dieuwertje Mertens (Het Parool), Thomas Möhlmann (Awater), Bertram Mourits (Literatuurmuseum, Poëziekrant), Coen Peppelenbos (Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, Tzum), Arjan Peters (Awater, Argus, HP/De Tijd), Alfred Schaffer (De Groene Amsterdammer), Merijn Schipper (Awater), Bart Van der Straeten (HUMO, de lage landen), Peter Swanborn (de Volkskrant, HOVO Amsterdam), Willem Thies (Awater, Poëziekrant), Wim van Til (Poëziecentrum Nederland), Dave Van Robays (Poëziecentrum), Han van der Vegt (Awater) en Peter Vermaat (Meander).


    Uitgebreide Jaarlijstjes

    Traditiegetrouw benaderde Awater al haar medewerkers van het afgelopen jaar om hen te vragen naar hun favoriete Nederlandstalige bundels, verschenen in de periode van 1 november 2022 tot en met 31 oktober 2023. De lijstjes van de medewerkers die op onze vraag reageerden drukten we af in het januarinummer in 2024, om onze lezers een kijkje in de hoofden van onze recensenten te gunnen. In verband met de beschikbare ruimte, plaatsten we daar slechts ieders toelichting bij de gekozen nummer 1. Hierbij de volledige motivatie. 



    Joost Baars

    ecologica van Rozalie Hirs: met taal als water dompelt Hirs je onder in haar unieke natuurlyriek, geschreven midden in de realiteit van de klimaatapocalyps, met tegelijk een radicale nataliteit. Is dit een einde? Is dit een begin? Ik weet het niet, maar schitterend is het.

    Plundering van Antjie Krog: wie kan weerstand bieden tegen de even ontwapenende als confronterende eerlijkheid van Antjie Krog? Tegen haar morele klaarheid? Tegen haar humor? En o, wat blijft zij toch een meester van klank.

    Zabriskie van Peter Verhelst: ik houd van de postapocalyptische Verhelst. Zoals we ook al in zijn romans Lichamen en Voor het vergeten konden zien, is de plek waar alles is geëindigd bij hem bij uitstek een plek van kwetsbaarheid en tederheid. En is er in de poëzie een betere beeldhouwer dan hij?

     

    Jan Baeke

    Lastig om een top drie samen te stellen. Natuurlijk, er vallen altijd wat bundels af vanwege een minder overtuigende inhoud, vorm, taal, durf, poëtische inzet of tegendraadsheid, maar er blijven er vaak meer dan drie over die de moeite van het belonen waard zijn. Toch, moet ik er drie noemen, dan zijn dat: Eva Gerlach voor haar meerlagige en precieze Hier. Jan Lauwereyns voor zijn eigengereide exploratie van de wereld in Zombie zoekt zielgeno(o)t en Idwer de la Parra voor zijn speels subtiele, doorwerkte Vlerk.

     

    Anne ter Beek

    Antjie Krog, Plundering (Podium).

    Micha Hamel, is daar iemand? (Atlas Contact).

    Peter Verhelst, Zabriskie (De Bezige Bij).

     

    Maarten Buser

    Merel van Slobbe neemt de digitale wereld broodnodig serieus in De maan schijnt feller in de metaverse; kritisch zonder te gemakkelijk te worden én met oog voor de schijnbaar eindeloze magie van het web.

    In Zombie zoekt zielgeno(o)t laat Jan Lauwereyns de – door internationalisering steeds marginaler wordende – Nederlandse taal spetteren alsof er ledematen in de rondte vliegen. Onder al dat horror- en animegeweld schuilt bovendien een rijke gelaagdheid.

    Lans Stroeve combineert in Sterkteleer een klinische, onderzoekende blik met een intieme en verwonderde benadering. Dat levert veel spanning op; zeker in de gedichten over het eigen zieke lichaam.

     

    Paul Demets

    Hier van Eva Gerlach. Ziekte beheerst deze bundel, verklankt door de woordkeuze en door het ritme van de versregels. Het vertrouwde wordt vreemd. En omgekeerd. Hoe groot liefde kan zijn in het hier en nu: dat laat Gerlach hier op een indringende manier zien.

    Met Zabriskie rondt Peter Verhelst zijn trilogie over de staat van de wereld af. Uit alles blijkt dat dit een eindtijd is, maar die bevat ook de kiemen van iets nieuws.

    De manier waarop de aarde aangetast wordt, krijgt in de muzikale poëzie van Rozalie Hirs een bijzondere articulatie in haar ecologica.

     

    Carl De Strycker

    Piet Gerbrandy schreef met Niets dan dit. Een lijflied voor de ziel een modern leerdicht, een slimme bundel die poëtische traditie en techniek verbindt met hedendaagse inzichten.

    Rozalie Hirs schreef met ecologica een geweldige klimaatbundel.

    Henk Ester schrijft in Kameren van vuur intrigerende en gloedvolle gedichten die door wetenschap en filosofie geïnspireerd worden.

     

    Edwin Fagel

    Lamia Makadam, Vrijetijdsgedichten, Uitgeverij Jurgen Maas.

    Claude van de Berge, De witte zon van de dood, PoëzieCentrum.

    Rozalie Hirs, ecologica, Vleugels.

     

    Frank Keizer
    Indolente van Dewi de Nijs Bik is de Nederlandstalige bundel die me het meeste bezighield. Een diepgravend, aftastend onderzoek naar wat de dichter een ‘historiografische crisis’ noemt: de miskenningen, haperingen en gaten van het koloniale verleden, dat maar geen gedeeld verhaal wil worden.

    Kleine dieren
     van Kreek Daey Ouwens is een van de twee nieuwe bundels uit Mijnwerk (geen verzameld werk, maar wel een zeer ruime bundeling van haar werk tot nu toe, aangevuld met nieuw werk). Tezamen vertellen deze bundels het verhaal van een Zuid-Limburgse familie in scherven. Deze poëzie splijt je met haar bedrieglijk heldere taal die tegelijkertijd veel ruimte laat voor stiltes en leegtes, voor de opaciteit in menselijke relaties. 

    De wereldvrede 
    van Lucas Hüsgen is geen boek om van A tot Z te lezen, maar om in te (ver)dwalen. Die desoriëntatie leidt hier niet tot gekweldheid, integendeel. Er is een barok plezier in het volgen van alle verdubbelingen, sporen en tegenstellingen. 

     

    Hettie Marzak

    Aly Freije & Annemarie van Buuren, De donkere kamer. Deze bundel is ontstaan uit de samenwerking tussen dichter en fotograaf, die op elkaars werk reflecteren. Freije weet met symbolen en beelden een landschap op te roepen dat vol is van dreiging, verlies en rouw. De gedichten lijken op sprookjes die meerdere lagen bevatten. Landschappen en de elementen van lucht en water zijn betekenisdragend in deze gedichten, misschien omdat de dichter zelf afkomstig is uit het hoge noorden van Groningen, waarmee ze zich sterk verbonden weet. Haar geboortegrond is een bron van inspiratie voor de verhalen die zij in haar gedichten weeft. De zwart-witfoto’s van Van Buuren ondersteunen de betoverende sfeer.

    Robin Block, Handleiding voor ontheemden: de dichter beschrijft zijn zoektocht naar zijn identiteit en zijn wortels in het Nederlands-Indië van weleer. Dat heeft een mooie bundel opgeleverd, betoverend en nuchter tegelijk, die de weerslag is van zijn erfenis als kind van twee culturen, waarin het ontheemd zijn hem ook niet vreemd is. De gedichten voeren naar zijn voorouders in de koloniale tijd, maar ook vertellen ze over de repatriëring van de Indische Nederlanders naar een land dat voor hen onbekend was geworden. Block oordeelt niet, maar aanvaardt met humor en zelfspot de integratie van zowel de Nederlandse als de Indonesische kant van zijn herkomst in zijn eigen identiteit.

    Filip Rogiers, Nagenoeg: de inspiratiebronnen voor deze bundel van Rogiers komen van heinde en verre. Ze brachten hem tot het schrijven van intieme en weloverwogen gedichten, waarin tederheid en deernis centraal staan plus het besef dat de wereld groter is dan de eigen gezichtskring. De dichter reikt naar idealen en probeert te vervolmaken wat onaf is. Door middel van de herinnering wil hij de tijd laten stollen voor alles wat voorbij gaat: mensen, relaties, liefde. De onderwerpen zijn verrassend gevarieerd: kleine en grote namen uit de historie, uit de literatuurgeschiedenis, minnaars en buitenbeentjes komen aan bod.

     

    Dieuwertje Mertens

    Hier van Eva Gerlach gaat over het ‘hier’ waar niet aan te ontsnappen valt: het lichaam dat ons traag uiteen doet vallen – en over onze pogingen om ons aan het leven vast te klampen. In Gerlachs poëzie staat geen woord te veel, zinnen worden voortijdig afgebroken: onderwerp, persoonsvorm of leestekens worden weggelaten, het wemelt van de ‘aposioses’, waarin de nadruk juist komt te liggen op woorden die ontbreken. Er gaat een zekere urgentie uit van dit taalgebruik, alsof er haast geboden is (de dood al op de hielen?), aan een half woord moet de lezer genoeg hebben. Hoewel Hier rechtstreeks naar het hart gaat, is Gerlach nergens sentimenteel. Met deze huiveringwekkend goede bundel bewijst ze wederom een van de beste Nederlandse dichters te zijn.

    In Plundering zoekt Antjie Krog naar houvast in een geplunderde wereld, waarin Witte en Zwarte blikken elkaar veroordelen en de taal langzaam verdwijnt. Niet als het aan Krog ligt. Zij viert de taal: haar gedichten wemelen van het binnenrijm en de alliteraties (‘bibberen bloedschandig de granaten’) en zelfbedachte woorden (‘dit lijf is ons enige, ons zacht-Geërfde, ons Oppigste Moment’). Hoewel de stemming van de dichter in deze bundel vaak zeer in mineur is, is de toon strijdlustig. Plundering is intiem en hartverscheurend eerlijk. Krogs taal fonkelt en kerft in de ziel.

    In Nu we er toch zijn vraagt Erwin Hurenkamp waarom we ons zouden vastklampen aan de verhalen die voor ons zijn bedacht. Aan de hand van biologie, de evolutietheorie en bestaande verhalen uit de Bijbel en mythologie zet Hurenkamp zijn rijke verbeelding en liefde voor het woord in om nieuwe verhalen te creëren. Dat doet hij op zinnelijke, soms erotische of geestige wijze, waarbij hij Bijbelse terminologie in een nieuw verband plaatst. Nu we er toch zijn is een prikkelende, originele, goed geconstrueerde bundel en een zeer volwassen debuut.

     

    Arjan Peters

    Erik Jan Harmens, De man die blauw werd: autisme als thema om te communiceren, dat levert gespannen en spannende gedichten op.

    Theun de Winter, Licht van troost: de verzamelde gedichten van de 80-jarige De Winter, die als enige sierlijk, anekdotisch en spits over voetbal kan schrijven, met altijd minstens één onthoudbaar beeld.

    Jeroen Messely, Nieuwe zwanenzangen: om in deze tijd nog eens ouderwets romantisch en maniëristisch uit te pakken, is ondoenlijk. Messely is de gek die het erop waagt. Die durf alleen al is loffelijk.

     

    Merijn Schipper

    Handleiding voor ontheemden van Robin Block: een inhoudelijk knap samenhangend en dichterlijk rijk debuut over familietrauma en hoe koloniale politiek in de wereld doorwerkt, over de beelden die we van elkaar met ons meedragen en over de waardering van de geschiedenis.

    Winterbloeiers van Yentl van Stokkum: een aanklacht tegen onachtzaamheid. Een bundel die tegen de achtergrond van de klimaatcrisis liefde, vriendschap, 

    verlies en gemis bezingt en belaagt. Kortom, een grote omarming van heel het leven in de taal van deze tijd. Van Stokkums bij vlagen stormachtige stijl wervelt schalks rondom gemeenplaatsen om je met de kracht van poëzie omver te blazen.

    Indolente van Dewi de Nijs Bik: geen woord te veel in deze debuutbundel, maar verre van graatmager is haar taal. Je leest er een urgente oproep in om je met compassie voor de ander tot de werkelijkheid en het verleden te verhouden en om daarvoor verantwoording te durven nemen.

     

    Willem Thies

    Erik Solvanger, Waarom het leven in een witte jas sneller gaat. De poëzie van Solvanger is grillig en bij vlagen surrealistisch, ‘fantastisch’ (in beide betekenissen des woords). Solvangers taal is ritualistisch en soms (bijna) magisch: ‘Hij voedt ze op als een vader, als hij sterft/ vallen de veulens één voor één in een stille slaap.’

    Eva Gerlach, Hier. Gerlachs poëzie is helder, zonder het raadselachtige te verliezen, geladen. Zij staat onder een ‘dialectische’ spanning: los-vast, dicht-open, gesloten-doorlatend, gebroken-heel, stil-luid, vallen-staan.

    Elmar Kuiper, Blauwe hanen: ‘we liepen over een oude ader// je vroeg: “wil je me het/ laatste stukje dragen?”// hoe kan een zoon dat weigeren.’

     

    Dave Van Robaeys

    Johanna Pas, De Onverwachteling*: een ongelooflijk ontroerend afscheid en tegelijk een warme uitnodiging van deze te vroeg overleden dichter.

    Piet Gerbrandy, Niets dan dit. Een lijflied voor de ziel: een plezier om verrast te worden met het leerdicht. Spitsvondig, leerrijk maar ook heel fijnzinnig.

    Peter Verhelst, Zabriskie: de klassieke Peter Verhelst zoals we hem kennen, iets minder ‘dark’ maar alweer in magistrale vorm.

      

    Han van der Vegt

    Lichttabletten, Jacob Groot. De verteller verandert zijn leven en verandert zo het leven van zijn lezers. Naar adem happende mystieke bespiegelingen. Jacob Groot is nog altijd zwaar onderschat.

    Simones en Dianina, Liesbeth Lagemaat. Een epos dat zijn naam waardig is. Heer Kraai beschouwt de aarde en het streven van stervelingen, in het bijzonder de wankele wegen van Simones en Dianina. Schitterende, ritmische poëzie.

    Het werkelijkheidsgehalte van de werkelijkheid, Erik Bindervoet. Onmatige poëzie, geleuter van gene zijde van filosofie en waanzin. Je vraagt je af waarom Bindervoet het doet, maar veel vaker vraag je je af waarom niemand anders het doet.


    Foto Idwer de la Parra: Annelein Pompe

     

     

    Idwer de la Parra wint zestiende Awater Poëzieprijs
    18 januari 2024