Recensies

  • De wereld onleesbaar

    Jeroen van Kan
    De wereld onleesbaar

    Ontmaskerd

    Bij het verschijnen van de bundel De wereld onleesbaar komt Jeroen van Kan, bekend als journalist en presentator, achter het masker van een pseudoniem vandaan. Jarenlang publiceerde hij als Wesley Albstmeyer zijn gedichten in onder meer Dietsche Warande & Belfort enHet Liegend Konijn. Een moedige daad, dit demasqué. Kennelijk meent de dichter Jeroen van Kan dat het tijd is om zijn eigen gezicht te tonen. De bundel laat zien dat hij daarin gelijk heeft. Een dergelijk diepgaand onderzoek naar de dimensies van het ‘ik’ zou ongeloofwaardig zijn als het vanuit een schuilplaats werd uitgevoerd.

    Met de indeling in drie hoofdstukken, “ik”, “de wereld” en “jij”, maakt Van Kan onmiddellijk duidelijk dat de begrenzing van zijn identiteit op het spel staat. Hij positioneert de wereld als een splijtzwam tussen ‘ik’ en de ander, en refereert aan een herkenbaar vraagstuk: ‘hoeveel vindt in zichzelf vervulling en/ hoeveel zoekt/ ander’.


    Het hoofdstuk met de titel “ik” thematiseert de ambigue positie van de auteur. De radioman versus de dichter. Het verlangen zichzelf te zijn, ‘jeroen/ al was het maar/ een dag’, tegenover het streven naar onbepaaldheid, naar uiteenvallen. Hij wil het allemaal zijn: de jongen die hij vroeger was, een ander en toch dezelfde, maar ook ‘de vrouw [...] die haar haar schikt in een verweerde spiegel’. Vanaf de eerste regel wordt de angst benoemd voor de grenzen die het landschap dat hij zelf is, verkavelen en inperken. Hij wenst zachte, fluïde grenzen, die deze vrees ‘met terugwerkende kracht belachelijk maken’.

    Het lijkt erop dat de auteur het verlangen naar fluïditeit doorvoert in de typografie van zijn gedichten. Door geen hoofdletters of leestekens te gebruiken zijn de zinnen onbegrensd. De lezer wordt daardoor soms gedwongen tot herlezen, tot zelf ervaren dat vloeibare grenzen mogelijkheden bieden, maar ook een struikelblok kunnen zijn. Anderzijds presenteert Van Kan zich evenzeer als degene die zelf grenzen bepaalt, de ‘betekenaar’ die ‘punten zet/ lijnen trekt/ van prikkeldraad’. Het gedicht ‘lees mij’ komt tot de kern van de dichterlijke existentie bij de vraag: ‘wie weet wat ik beteken’. Een verbinding met de fundamentele kwestie die De Saussure aan de orde stelde, door de grenzen tussen teken en betekenis te verkennen. Dat de dichter daarna ook nog het communicatiemodel van Roman Jakobson in zijn zelfonderzoek verwerkt, komt wat geforceerd over. In het gedicht ‘waar ben ik’ vraagt hij zich af ‘of de dichter daar is waar hij wordt verstaan/ of daar waar hij spreekt/ of daar waar hij naar wijst’.

    Het hoofdstuk “wereld” mist de intimiteit van de twee andere delen. Het biedt een weerbarstig universum van eelt en littekens, vol aardse, fysieke elementen; een wereld die geduid moet worden, die we moeten omcirkelen ‘als de kunstmaan het hemellichaam’. Het leidt tot woordenspel, zoals in ‘tot op het bot botte wereld het ontbotten ontzegd’. De wereld is echter ook de bron van alle ‘nieuwte’; ‘ontbotten’ is hier het sleutelwoord.

    Het is veelzeggend dat de eerste twee gedichten van het hoofdstuk “jij” de titel ‘zorgvlied’ hebben. Afwezigheid is de essentie van deze ‘jij’: een overleden vriend of een ‘vraagtekenvader’. Nog pijnlijker, ‘de nieuwe jij’ die springlevend en gulzig op weg is naar een wereld waar ‘ik’ geen deel aan heeft. Aangrijpend is dan ook de laatste serie gedichten die de onafwendbare verwijdering tussen ‘ik’ en zijn geliefde tot op het bot uitbeent. De dichter slaagt erin de lezer mee te nemen in zijn gevoel van machteloosheid, ‘buitenspel op een/ trapveld’.

    Jeroen van Kan onderzoekt in De wereld onleesbaar hoe hij zich verhoudt tot zichzelf en tot de ander. Het levert een overtuigend, soms zelfs ontroerend zelfportret op. Dat hij hiermee wederom een personage creëert, is onvermijdelijk.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2017
    RecensentAnneMieke Vulkers
    Editie2017-3