Recensies

  • Verre uittrap

    F. van Dixhoorn
    Verre uittrap

    Ritme voelen (een oproep) 

    Met elke bundel die hij publiceert, heeft F. van Dixhoorn minder woorden nodig om uit te drukken wat hij wil, zo lijkt het. Aanvankelijk suggereerde hij de structuur in zijn gedichten nog met cijferspel en langere strofen. Inmiddels zijn al die aanwijzingen opgelost in het wit van de pagina, met als gevolg dat er nog minder woorden staan op de pagina’s van Verre uittrap (een snede uit zijn debuut Jaagpad/ Rust in de tent/ Zwaluwen vooruit uit 1994).

    Drieënnegentig om precies te zijn. Eén ervan op een rechterpagina (het openingswoord ‘ding.’), de rest verspreid over linkerpagina’s, ter hoogte waarvan doorgaans een vinger het boekwerk vasthoudt: soms alleen, soms in een knot van meer regels (nooit meer dan vijf) en eenmaal gescheiden door een witregel (de slotwoorden ‘procent.’// procent.’). Alle woorden zijn strak tegen de snijlijn gedrukt, suggererend dat er woorden weggevallen zijn (evengoed vanwege de punt en aanhalingsteken waarmee elke regel besluit) én dat de zichtbare woorden aan het wit van het papier willen ontsnappen.

    Over Van Dixhoorns vorige bundel schreef Samuel Vriezen: ‘Dix werkt met minder dan ooit.’ Met de toevoeging van Verre uittrapkan ik niets anders dan die woorden herhalen. Kwamen in De zon in de pan (2012) nog cijfers voor, in deze bundel zijn ze verdwenen. Alleen woorden als ‘procent’ of ‘maal’ verwijzen naar iets numerieks.

    Nu ga ik al te snel, want betekenis zoeken in de composities van Van Dixhoorn wordt algauw gefrustreerd door het werk zelf, zoals al jaren opgemerkt wordt in besprekingen van zijn werk. In het essay ‘Arm interpreterend brein’ formuleert Tonnus Oosterhoff een leeswijze voor dit soort poëzie die hij ‘structuur ervaren’ noemt, en die inmiddels een ijkpunt vormt om teksten als die van Van Dixhoorn te lezen. Geen legpuzzel die leidt tot een begrijpelijk plaatje, maar ritme voelen.

    Een oordeel – gejuich dan wel rollende ogen – is te gemakkelijk. Vandaar dat ik dit stuk besluit met een oproep om Oosterhoffs ‘structuur ervaren’ in een oeuvrebrede bespreking van Van Dixhoorns werk te demonstreren.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2017
    RecensentObe Alkema
    Editie2018-1