Recensies

  • Waanzin went niet

    Max Greyson
    Waanzin went niet

    Op papier gaat de poëzie onderuit

    Max Greyson (1988) is een performer pur sang, een spoken word-artiest. Op 30 januari 2015 stond hij op het NK Poetry Slam in Utrecht, waar hij het in de finalebattle opnam tegen Daan Zeijen. Uiteindelijk schreef Zeijen die op zijn naam, daar het publiek het stemadvies van de vakjury bestaande uit Joke van Leeuwen, Otto Wichers en Ilja Leonard Pfeijffer ten faveure van Greyson in de wind sloeg.

    Onlangs verscheen Greysons debuutbundel: Waanzin went niet. Na grondige lezing moet ik concluderen: op papier, anders dan op het podium, overtuigt Greyson niet.

    Mijn voornaamste bezwaar betreft de stijl. Greysons poëzie is zó ronkend en pompeus, zo relativeringloos hoogdravend romantisch, dat ze regelmatig neigt naar kitsch: ‘Ik zing lullabies tot ik de humuslaag van je dromen raak’; ‘ik stuw je vloeibare nachtgeloften naar het open water’; ‘Ik vang de sneeuw uit je ogen in mijn handpalm (...) ik troon je en kroon je in een eenzaam rijk waarin alleen ik lakei// Ik beitel je uit marmer, bouw met je lijf een schrijn’; ‘De aarde en haar omwenteling hebben we getemd’.

    Daarbij zijn veel gedichten redundant in woord en beeld: ‘mijn bedelbek schroktuit je schoot/ die onverzadigbaar bruist van glimmerig verlangen, onze vingers/ weten niet wat spaarzaam is, gierig zijn vreemden (...)’ [cursivering WT]. Allemaal woorden in hetzelfde betekenisveld van hevige honger, gretigheid, begeerte. Greyson draaft te vaak door, laat zich verleiden door ritme en rijmvondsten – hij zou meer moeten offeren.

    Ook bezondigt hij zich herhaaldelijk aan (soms flauwe) woordspelingen: ‘(...) die jij zonder slag of stoot verslaat en verstoot’; ‘in lichte kooien’; ‘de ochtendstond heeft hier schuim in de mond’; ‘een lauw hangijzer’; ‘Haar zee is dood’.

    In ‘Schrijverskoppel’ (de geliefde van Max Greyson is schrijfster en dichteres Carmien Michels, die het NK Poetry Slam 2016 won – uiteraard mogen we lyrisch ik en dichter niet met elkaar verwarren, en is poëzie fictie, maar tóch) opent de tweede strofe met: ‘Ze zegt darling, kill your darlings, darling/ terwijl ze schaterlachend foto’s van de muren trekt’. Greyson had dit advies (al dan niet fictief) beter ter harte genomen.

    UitgeverArbeiderspers
    Jaartal2016
    RecensentWillem Thies
    Editie2017-2