Recensies

  • Een steen openvouwen

    Alexis de Roode
    Een steen openvouwen

    De wereld produceren

    Sterren inslikken en weer uitspugen. Als we de redenering van Alexis de Roode (1970) volgen in zijn onlangs verschenen bundel is dit precies wat dichters doen:

     

    De dichter spuugt sterren uit.
    De dichter is een ding.
    
De dichter is onzichtbaar.

     

    Hij is een medium en neemt zijn omgeving, de wereld, het universum in zich op en verteert het, om er zo poëzie van te maken. Interpreteren we Een steen openvouwen als het eindresultaat van dit proces, dan mag je gerust stellen dat de dichter heel wat lelijkers dan sterren voor zijn kiezen heeft gehad.

    Het eerste gedicht is getiteld ‘Contract’ en biedt een introductie, een heldere stand van zaken: de wereld is verziekt, maar er is een nieuwe leider opgestaan die het goede zal herintroduceren.

     

    Ik ga er werk van maken, de verbeterde schepping,
    de fouten die Darwin en God hebben gemaakt,
    
de inborst van de mens afwerken,
    bewustzijn in het productieproces brengen.

     

    Productieproces? Het wereldbeeld dat De Roode presenteert is gemodelleerd naar de bedrijfscultuur, zo wordt al snel duidelijk. ‘Organogram’ kun je lezen als een plattegrond van onze samenleving, met als belangrijke steunpilaren logistiek en financiën, de commercie als draagvlak en de verwerking van karkassen in de kelder. Een onzichtbare ‘medewerker’ legt de plannen uit: een ‘maatschappelijk verantwoord meerwaardebeleid,/ dat zowel in de kernwaarden, de consumentenbelofte/ als het businessmodel tot uitdrukking komt [...]’ De vraag rijst of je met deze lege termen werkelijk tot een betere wereld zult komen, en wat zijn precies de drijfveren van de directeur? Het gedicht ‘Dictator’ verklapt dat ondanks zijn goede bedoelingen een verlangen naar het ‘m-woord’ wel eens in het spel zou kunnen zijn.

    Een steen openvouwen bestaat uit vier delen die de naam dragen van tarotkaarten – De Dwaas, De Heerser, De Duivel en Het Oordeel. Dit eeuwenoude kaartspel, dat in verband gebracht wordt met esoterie, wordt ook wel gebruikt door waarzeggers om iets over het bestaan en de toekomst te vertellen. Ook De Roode schetst een toekomstbeeld, zij het weinig rooskleurig. In De Heerser stelt hij de verwoestende invloed van de mens op de aarde centraal, terwijl hij in De Duivel het demoraliserende effect van de groeiende anonimiteit en scheve machtsverhoudingen onderzoekt.

    Oorlogsmisdadigers en dictators passeren de revue, onder wie Vladimir Poetin in een gedicht dat doet denken aan de geschifte liefdesbrieven die psychopaten zoals Anders Breivik ontvangen in de gevangenis. De humor in ‘Vladimir Vladimirovitsj’ (‘met je elfensnoetje, [...] ik heb je platgegoogeld weet je dat’) is ver te zoeken in het gedicht ‘Vrijheid’, dat de associatie met Geert Wilders oproept. De Roode verwoordt treffend hoe de Westerse waarden die we zo hoog in het vaandel hebben staan uit hun verband worden gerukt:

     

    o vrijheid, ploertendoder van Kapitein Krijsbek,
    vrijbrief voor vreemdelingenhaat,

    moordenaar van gelijkheid en broederschap,

     

    Vrijheid lijkt plots niets meer dan een lege huls, zoals ook het eerder genoemde ‘maatschappelijk meerwaardebeleid’. Vrijheid die resulteert in stuurloosheid, anonimiteit die uitmondt in vervreemding en de kloof tussen de macht en het volk zijn de kernelementen in de dystopie van De Roode.

    Zwaarmoedigheid ligt op de loer, maar deze wordt onderbroken door originele beeldspraak en speelse relativeringen. Denk aan een antiheld die stelt: ‘Weet je, misschien moet ik gewoon ontmaagd worden. [...]’ Wel had de dichter meer aan de verbeelding mogen overlaten, de ruimte om een eigen interpretatie te formuleren. De gedichten hebben een sterk prozaïsch karakter, en met meer suggestie in plaats van uitleg is een passage zoals die in ‘Columbine’ overbodig: ‘Maar er bestaat niet zoiets/ als het Ware Goede of het Ware Kwade, het hangt allemaal af van/ het perspectief van de waarnemer.’

    Inslikken en uitspugen hoeft immers niet te betekenen ‘voorkauwen’, en De Roode verslikt zich in Een steen openvouwen in zijn thema’s. Ter illustratie van de destructieve aard van de mens voert hij vernietiging op grote schaal (met verwijzingen naar de holocaust), vernietiging op individueel niveau (met gedichten over familietragedies) en vernietiging van de aarde op. Hoewel de diversiteit aan invalshoeken bewonderenswaardig is, zou hij met minder ook zijn taak hebben volbracht: de samenleving deconstrueren, aantonen dat onze ‘onaantastbare waarheden’ zo vanzelfsprekend niet zijn en dat zelfs een steen open te vouwen is. Sterker nog, De Roode had zichzelf nog onzichtbaarder kunnen maken en zijn lezer dit zelf laten doen.

    UitgeverPodium
    Jaartal2017
    RecensentElske Jacobs
    Editie2017-2