Recensies

  • Grond

    Idwer de la Parra
    Grond

    Natuurvorser binnenshuis

    Een stukje biografische achtergrondinformatie: Idwer de la Parra studeerde onder meer aan de kunstacademie en werkt inmiddels al zeker tien jaar als tuinman. Beide zie je terug in zijn debuut Grond: zijn gedichten zitten namelijk geregeld vol fraaie (natuur)beelden én plantenverwijzingen. Dat laatste helpt het eerste vaak, maar soms zitten ze elkaar in de weg: het is toch even graven naar de teunisbloem en de wilgenroos. Google is je vriend, maar de directe werking verslapt een beetje. Daar staan intuïtieve, doch verrassende regels tegenover als ‘Sloot me aan bij Titanen, op zoek/ naar grenzen – sloot me soms/ bij vrouwen aan en fiets nu samen/ met een jongen door de stad.’ Naast de natuur is ook het gezin steeds dichtbij; de toon is vaak verstild.

    Soms zet De la Parra vergezochtere beelden in als ‘hier rees nog nooit een pagode met reliek’. Het detoneert wat in een gedicht met een centrale rol voor het malen van koffiebonen tijdens het ontbijt, en dat verder zo aards is dat je koffie en krant bijna kunt ruiken. Op zijn best is De la Parra als hij zijn toon dichter bij, inderdaad, de grond houdt. Dan is het genieten van formuleringen als een ‘geïrrigeerde trui’ – gevolg van een schouder bieden aan een huilende vrouw.

    Zo’n beeld is niet alleen ‘gewoon mooi’, maar ook invoelbaar en brengt bovendien de natuur- en de gezinskant van Grond bij elkaar. Dat geeft meerwaarde: op zo’n moment voel je je als lezer even een (amateur)natuurvorser die nu juist binnenshuis kijkt – en ook daar is genoeg te zien. Versterken kunstacademiestudent en tuinman elkaar toch nog.

    Hoewel de gedichten en beeldspraak niet altijd even geslaagd uitpakken, is Grondover de gehele linie een prima debuut. De la Parra weet namelijk geregeld iets dat lastig te duiden is, waar je moeilijk de vinger op legt, toch invoelbaar te formuleren. Dat maakt nieuwsgierig naar verder werk. Wie een gedicht als ‘Vreemd’ schrijft, heeft immers veel in zijn mars:

    Gewetenloze kindertijd, vraatzuchtig als de larf
van het lieveheersbeestje. Later komt de volwassenheid, verstard in bonte schilden.
En die vervorming noemt men geen metamorfose.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2016
    RecensentMaarten Buser
    Editie2017-1