Recensies

  • Het moet nog ergens liggen

    Joke van Leeuwen
    Het moet nog ergens liggen

    Kunnen wij hier iets omheen doen een zakje, een arm, een bedoeling?

    Wanneer een eetstoel onverwacht in wat te koud en donker water stapt, zal hij verschrikt drie poten optrekken. Een theelepeltje met nieuwsgierige inborst op de keukentafel zal zachtjes het hoofd heffen wanneer er in de namiddag iemand binnentreedt. Dat wisten wij allemaal niet, maar zagen we pas voor het eerst getekend door Joke van Leeuwen in haar bundel Het moet nog ergens liggen. Tussen de gedichten door verluchtte Van Leeuwen haar bundel met grafische beelden. Ze ontregelen min of meer op dezelfde wijze als de gedichten zelf doen, in redelijk realisme buigen ze voortdurend net af naar een onmogelijke pose of een raadselachtige omstandigheid.

    Joke van Leeuwen heeft een lange lijst werken op haar naam staan, in verschillende genres. In haar poëzie paart ze een in Nederland misschien wel unieke combinatie van lucht en wolken:

    Haast alles kreeg een vaste plek om
    niet meer over na te denken en van
    nog niet blijft het besef dat het wel
    ergens is.

    Dat is een knappe regel, zo plompverloren in het eerste gedicht van deze bundel. ‘Binnenkomst’ heet het, en het zet met zijn ‘de lezer meteen even op het matje roepende’ titel de bundel alvast op scherp. We worden geacht goed om ons heen te kijken, de dichter te helpen haar wereld door onze ogen een beetje anders te zien. Je kunt op zo’n regeltje gerust een poosje kauwen. Dat ‘van nog niet blijft het besef dat het wel ergens is’ is een van de vele breinwormen in deze bundel. Ze knagen langzaam door.

    De bundel Het moet nog ergens liggen is op een bewonderenswaardige manier opgebouwd. Bundelcompositie betekent duidelijk iets voor Van Leeuwen. Net voordat we met een stemmig modern ‘Erbarme dich’ de bundel verlaten hebben we een reeks zangerige Visioenen doorlopen die met een wat zwalkende anapest een ‘ ik’ door verschillende ‘moderne statiën’ heenleidt:

    Ik vind op een kruispunt van eendere
    paden een kleine patrouille van jeugdige
    mannen die mij met gebaren doen stoppen.

    De reeks bestaat uit twaalf betekenisvolle, dromen, steeds beginnend met ‘ik’ en een plaatsbepaling – de wijze waarop je een beschrijving van een droom begint – waarna een sterk ritmisch gestuurde en niet bij voorbaat heldere gebeurtenis beschreven wordt, een reeks vragen naar deze tijd zou je kunnen zeggen.

    Het genre van het ‘visioen’ is een historisch gezien vooral vrouwelijk genre, al zijn de Bijbelse visioenen van Johannes het beroemdst. Bij Hadewych zijn de mystieke ervaringen en de bijna zinnelijke omgang met Jezus in het oog springend. Van Leeuwen is natuurlijk nuchterder. Hersenspinsels zonder mystiek hier dus met voldoende soortelijk gewicht voor regelmatige herlezing.

    Dit wat zwaardere stuk is geplaatst als een tegengeluid, een slotakkoord na veel lichter materiaal in de bundel. Plezierig licht, een enkele keer wat ondragelijk licht als Van Leeuwen dicht langs het te vermijden predicaat van ‘lekker gek’ schuurt:

    Is er een krijgen ook? Jazeker. Te noemen:
    Kansen. Maar hangt er wel van af. Er wel.
    Van af. Natuurlijk is er ook een wachten.
    
En zijn er rijen dus. Een rij is onvermijdelijk.

    Maar veel vaker weet ze die val te vermijden. En is de lichtheid juist een laadkist voor onverwachte perspectieven:


    Gaat het zo mee?

    Werklieden leggen een oud bastion bloot
    weerloos, onbruikbaar, nog naroepend
     
    deskundigen mogen de stenen strelen
    hen leren kennen voor ze verdwijnen
     
    ergens tettert een trompet met geduld
    voor wie hem nog moet leren temmen
     
    een plant op een vensterbank hoeft niet meer
    dat ploeterend groeien in een pot van niks
     
    er staan veel winkels te lang leeg
    ruime etalageruiten tonen te veel niets
     
    schappen lijken lijnen voor gewiste regels
    van een verhaal dat mooi moest worden
     
    kunt u hier iets omheen doen
    
een zakje, een arm, een bedoeling?


    Dit is Van Leeuwen op haar best. De wereld betekenisvol rangschikken met schitterende beelden. De lezer herkent dit ‘Amersfoort-op-maandagmiddag-gevoel’. Maar zag het zelden zo treffend verbeeld: een plant in een vensterbank ‘voor wie het niet meer hoeft’, dat ploeterend groeien in een pot van niks. Het is eigenlijk een tot tranen roerend beeld, door iedereen al duizend keer gezien, maar nog nooit zo helder neergeschreven. En daar tuimelt dan nog iets mooiers overheen: schappen als lijnen in een schrift maar waarvan de regels gewist zijn, zodat het geen mooi verhaal geworden is. Elders eindigt een geschiedenisles bij Joke van Leeuwen in ‘en toen werden we welvarend en heel bang’. Deze poëzie is een rake manier iets van dit leven te begrijpen en te vinden. Waarbij voldoende humor de weg plaveit voor inzichten die in de krant en op tv zo makkelijk niet te bereiken zijn.

    Het moet nog ergens liggen is de beste bundel van Van Leeuwen tot nu toe.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2016
    RecensentMenno Hartman
    Editie2017-1