Recensies

  • Toen met een lijst van nu errond, Herman de Coninck biografie

    Thomas Eyskens
    Toen met een lijst van nu errond, Herman de Coninck biografie

    Spin in het literaire web 

    Voor zijn biografie van Herman de Coninck heeft auteur Thomas Eyskens over een jaloersmakende hoeveelheid informatie beschikt. En dan heeft hij niet eens met de directe nabestaanden gesproken, weduwe Kristien Hemmerechts en zijn twee kinderen. Deels is dat te danken aan het feit dat veel leeftijdgenoten van De Coninck nog in leven zijn – hij zou dit jaar 73 jaar zijn geweest, als hij twintig jaar geleden niet was overleden aan een hartstilstand in Portugal – en dat er veel brieven beschikbaar zijn, maar het voornaamste is misschien dat De Coninck bepaald geen teruggetrokken leven leidde. Als journalist van Humoen vervolgens hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift (NWT) verkeerde hij decennialang midden in diverse literaire en journalistieke kringen, zowel in Vlaanderen als in Nederland.

    Maar ook met betrekking tot de jeugdjaren, zowel het gezinsleven bij zijn ouders als de middelbare schooltijd en studietijd, beschikt de biograaf over een ontzaglijke hoeveelheid materiaal. Eyskens, die nog geen ervaring had als biograaf, heeft zijn research voorbeeldig gedaan. Hij is van oorsprong filosoof en journalist, en maakte eerder een literaire wandelgids over Mechelen aan de hand van betekenisvolle plekken voor De Coninck.

    Een onthullend gegeven al vrij in het begin van het boek is het feit dat de vader van De Coninck, die leraar was, pedofiele neigingen had en anderhalf jaar voor Hermans geboorte werd veroordeeld wegens ‘onzedelijke handelingen’ bij enkele leerlingen, waarvoor hij ook een celstraf heeft gekregen (van de oorspronkelijke vijf jaar hoefde hij maar zes maanden uit te zitten). Doordat ze niet meer in het onderwijs mochten werken, begonnen zijn ouders vervolgens een boekhandel, wat zeker een stimulans is geweest voor Hermans literaire ontwikkeling. De katholieke boekhandel was gebonden aan morele kwalificatiecijfers, en als tiener was Herman met name gespitst op boeken uit categorie I: verboden lectuur die op de Kerkelijke Indexlijst stond.

    Rond zijn vijftiende begon hij gedichten te schrijven voor de schoolkrant (‘Mijn lichaam, de luie hangmat/ is weggewaaid tot een ver geheim’), later droeg hij royaal bij aan het universiteitsblad, en al op zijn achttiende werden er tien gedichten in Dietsche Warande & Belfortgeplaatst. Toch heeft De Coninck vervolgens heel wat hindernissen moeten nemen om te kunnen debuteren als dichter. Wel vijfmaal stuurde hij als begin-twintiger werk in naar Nieuw Vlaams Tijdschrift (waar redactiesecretaris Ivo Michiels hem het ene na het andere afwijzingsbriefje moest sturen) voordat zijn werk werd gepubliceerd. Zijn debuut op zijn vijfentwintigste, De lenige liefde, kwam ook niet zonder enige tegenwerking tot stand, maar werd wel de best verkochte bundel van Vlaanderen, met tien herdrukken.

    Daarna kwam de horde van de waardering in Nederland, die lange tijd zeer matig was. ‘Niet alleen door die keuze van onderwerpen, maar vooral door de behandeling ervan laat De Coninck zich kennen als een naneef van Rutger Kopland’, schreef Rob Schouten bijvoorbeeld in Maatstaf. Het verschil in oplagecijfers in Nederland was ongeveer 700 tegenover 4000 in Vlaanderen. Nóg vervelender vond hij het naar eigen zeggen dat het tijdschrift waarvan hij begin 1983 hoofdredacteur werd, Nieuw Wereldtijdschrift(NWT, opvolger van het NVT), in Nederlandse kiosken niet te koop was.

    Ook was er een zekere miskenning door de prijzen die hij niet kreeg, zoals de Prijs der Letteren (waarvoor hij wel tweemaal jurylid was). In het boek staat een mooie anekdote beschreven door Hugo Claus, die in 1995 de Gouden Uil won in plaats van Herman. Claus beschrijft Hermans gezicht ‘wit als papier, zijn mond in een naar een treurgrimas neigende heldhaftige glimlach’ en trakteerde hem niet op één, maar op tien pilsjes tegelijk om hem te troosten, en eenzelfde aantal voor hemzelf. Zo zaten ze daar aan tafel, ‘met uitzicht op de schuimende branding van een pisgele zee’, aldus Claus.

    De rijke documentatie is tegelijk het sterke en het zwakke punt van deze biografie. Talloze schoolkrantpublicaties worden geciteerd, de Romereis wordt van dag tot dag beschreven, álle afwijzingsbriefjes van tijdschriften en uitgeverijen, en twintig pagina’s lang beschrijft Eyskens hoe De Coninck de redactie vanNWToptuigt. Soms heb je het gevoel dat je in realtimestage loopt bij De Coninck, wat nogal vertragend werkt onder het lezen. Tussen al die bedrijvigheid krijg je als lezer verder niet de indruk dat je de dichter en wat hem drijft echt goed leert kennen. Tenzij die bedrijvigheid het wezen van De Coninck uitmaakte, wat voor een deel ook wel zo was, en ook zijn huwelijken onder druk zette.

    Het boek is door zijn opzet misschien eerder dan een inzicht gevend portret van een dichter, een document van (een deel van) de literaire en journalistieke wereld in Vlaanderen en Nederland van de jaren zeventig tot negentig, met De Coninck als spin in het web van poëzie en journalistiek.

    UitgeverArbeiderspers
    Jaartal2017
    RecensentKiki Coumans
    Editie2018-1