Recensies

  • Parachute

    Floor Buschenhenke
    Parachute

    Wie vangt?

    Toen Nietzsches dolle mens God doodverklaarde en kerken de ‘graven en gedenkstenen Gods’ noemde, werd dit in de breedte hardnekkig genegeerd. Tornen aan De Waarheid, om het even welke, is uitermate verontrustend: een mens houdt zich er immers aan vast, zag de filosoof eveneens in de De Vrolijke Wijsheid. Tegenwoordig lijkt de behoefte aan geloof in iets dat ons overstijgt nog altijd groot, en dientengevolge tiert de handel in waarheden welig. Je hoeft enkel de boekhandel om de hoek binnen te lopen om te zien dat de esoterie van de planken puilt, tegenwoordig ook uitgegeven door voormalige theologische uitgeverijen.

    Wat, geen boekhandel in de buurt? In termen van de voornoemde filosoof: wij hebben ze gedood (door op internet te bestellen)!

    Waar dan met goed geweten uw verhalen te zoeken om in te geloven? Kijk niet verder, lijkt het achterplat van Parachute te suggereren, en neem deze bundel ter hand. Het werk zou praktische suggesties bieden van een fundamentalistische twijfelaar, en inderdaad blijkt al vlug dat Floor Buschenhenke in de zware, blokachtige letters, als een soort van in steen gehouwen tekens, een aantal opties afgaat die de twijfelaar vooral bekrachtigen.


    De meeste gedichten lijken schijnoplossingen te bieden of te beschrijven voor het omgaan met onze existentiële conditie. Die is bij Buschenhenke, zoals het opgenomen motto van Chögyam Trungpa Rinpoche zo treffend verwoordt: ‘The bad news is you are faling though air, nothing to hang on to, no parachute. The good news there is no ground’.

    In het driedelige openingsgedicht ‘Transmissie’ lijkt redding mogelijk door materie: bijvoorbeeld door religieuze artikelen te kopen: ‘Koopt De Heer Olie: eenmaal daags goed inmasseren, remt/ het verouderingsproces van de huid’, door op een blaadje te wrijven of door een kunstwerk (in concreto Anish Kapoors ‘Marsyas’, dat onder meer iets weg heeft van een transporteermachine). Het gedicht ‘Cursus Bug- in & Bug-out’ lijkt de deelnemende lezer uiteindelijk geen handvatten te bieden voor het overleven van wanneer ‘de shit de fan raakt’. Op de lijst voorraden om in te slaan, staat naast de noodzakelijke waterfilter en een opwindradio, eveneens bijvoorbeeld cyaankali. Je aansluiten bij een cult raakt evengoed aan finaliteit. Lees ‘Heaven’s gate away team’, over de gelijknamige chiliastische ufo-cult waarvan de leden in 1993 zelfmoord pleegden: ‘Want de aarde zal worden leeggeveegd, de aarde wordt opnieuw opgestart’ – nou, een mens kan zich vergissen.

    Buschenhenke draagt daarnaast diverse gebeden aan: een ‘Born-again gebed’, een ‘Big-mind gebed’, maar door het ironische spel met de gedachtegoeden erin, blijft dat bidden toch vooral ‘wachten/ in ongemakkelijke houdingen’ en is de essentie van het gebed wellicht vooral te vinden in ‘dit niet dit niet dit niet’ of ‘als ik dit doe, wil jij dan dat doen?’.

    Wie vangt ons dan? Misschien... de ander? In ‘Als ik thuiskom’, een van mijn lievelingsgedichten van Parachute, komt de ik-persoon als een verkleumd en verregend dier thuis, en daar is de ander:

     

    De deur, de knopen van mijn jas.
    Je knielt voor mijn schoenveters.
    Jij doet alles open.
     
    Je bewaart het huis
    
opent het alleen voor mij.

     

    Het is het meest ‘reddende’ gedicht van de bundel. De ander zal hem ook een schoteltje thee ingieten. ‘Als ik het oplik, maak je mijn blik open’. Uiteindelijk wil hij vooral een mens zijn ‘die thuis kan komen/bij een ander mens’.

    Bij gebrek aan iets als Trungpa Rinpoche’s parachute, aan waarheid, laten we elkaar dan tenminste in elkaar vinden.

    Buschenhenkes derde bundel bevat naast gedichten ook kort proza, geheel à la mode, die vermenging van genres – en komt daarmee eveneens goed weg. Al met al maakt het een bundel die stevig in het drijfzand van deze tijd staat, doordat de fundering ervan bestaat uit scherp observatievermogen, trefzekere zinnen en intelligente humor.

    UitgeverAtlas Contact
    Jaartal2018
    RecensentMerijn Schipper
    Editie2018-3