Recensies

  • het extatische landschap in

    Edwin Fagel
    het extatische landschap in

    Een solitair pad

    Een mysticus, zo is Edwin Fagel gekarakteriseerd in de reacties op eerder werk. Zijn recente bundel het extatische landschap in laat geen twijfel bestaan over het vervolgen van het mystieke pad. De website van de dichter spreekt van een ‘mystieke tour de force’, uitgever Nieuw Amsterdam plaatst het werk ‘op het raakvlak van erotiek en mystiek’.

    Traditioneel gelooft de mysticus in een goddelijke aanwezigheid die ervaren kan worden zonder de dogmatische tussenkomst van gevestigde religies; mystieke dichters hebben zich van oudsher bediend van een symbolische taal die door zijn sensualiteit ook als erotisch kan worden opgevat. De nadruk op de mysticus in Edwin Fagel is dan ook interessant: hoe verbeeldt hij het onzegbare, het kenmerkende aspect van de mystieke poëzie?

    Bij Fagel is de goddelijke entiteit vrouwelijk, aanvankelijk ongrijpbaar, want ‘vreemd is me de vorm waarin Ze materie vindt’. Het lyrisch ik verlangt slechts nabijheid:

     

    mocht ik de vlieg op Haar huid zijn

    & voelen waar Ze leeft
    
o Haar laken te zijn of Haar bril
    
& in Haar handen te worden gehouden
    als Ze gaat slapen

     

    Doordat alle verwijzingen naar de goddelijke aanwezigheid met een hoofdletter geschreven zijn, blijft ze steeds zichtbaar. Ze neemt het woord, ‘kijk Ik/ ben alle vrouwen// Ik ben de oorsprong/ het origineel’, en transformeert vervolgens in het gedicht ‘dit is het moment’ tot een lichaam. Een omkering van het mystieke proces, waarbij juist de gelovige een verandering doormaakt als voorbereiding op de spirituele vereniging met het goddelijke. Door de incarnatie van de vrouwelijke godheid kan de dichter een expliciete, erotische lading geven aan de gewenste eenwording.

    Zoals te verwachten zijn de religieuze verwijzingen talrijk: de Latijnse teksten en de Maria-personificatie uit het Rooms-katholieke geloof, maar ook mythologische elementen, satyrs en bacchanten, en de primitiviteit van ‘lascaux’. Daarnaast zijn er invloeden van Franse filosofie merkbaar. Andere gedichten zijn weer geïnspireerd door verschillende vormen van beeldende kunst.

    Deze diversiteit gaat ten koste van de geconcentreerde aandacht voor het meest overtuigende aspect van Fagels poëzie: de mystieke beleving. De titel van de bundel kondigt de richting al aan, de reis vooraf die essentieel is voor het bereiken van de mystieke vervoering. Het geheim voert de boventoon: de grot, symbool van het donker, ‘in de diepe schacht/ in de zwarte aarde’. Daartegenover staat de ‘illuminatie’ van ‘de zon (...) boven parijs’, ‘het ziedende licht’. Uiterst sterk wordt het onzegbare weergegeven, door stamelend de woorden af te breken:

     

    hoe kun je open
     
    vie via
     
    via Haar open-
    ingen of vi-
    
a Haar buik

     

    Toch is Fagels taal grotendeels helder en eenvoudig.
De nadruk op de mystieke ervaring heeft ook een keerzijde. De weg van de mysticus kan immers alleen een solitair pad zijn. De extase van Fagel is dan ook een persoonlijke vervoering, met als uitgangspunt een specifiek mannelijke beleving waarin erotiek en een eigen opvatting van mysticisme samenkomen. De vrouw, enerzijds als godheid en anderzijds als offergave. Aan beide zijden van dit spectrum manifesteert zich een problematisch vrouwbeeld, dat niet voor elke lezer herkenbaar zal zijn. Wie bereid is wel met Edwin Fagel mee te gaan, wacht een bundel vol intrigerende beelden. Zijn vocabulaire hoeft echter niet verrassend te zijn voor een publiek dat bekend is met de mystieke symboliek.

    De werkelijke verrassing zit in Fagels interpretatie van extatische eenwording. In het gedicht ‘koningin’ neemt de ‘ik’ bezit van de godheid in een soort rituele groepssessie en ‘dan storten alle mannen/ zich zingend op Je rillende lijf/ scheuren ze Je lichaam open’. Geen samensmelting hier, maar een gewelddadige toe-eigening, in een taal die nauwelijks suggestief genoemd kan worden. Het onzegbare wordt gezegd, de dichter heeft het mystieke pad definitief verlaten.

    UitgeverNieuw Amsterdam
    Jaartal2018
    RecensentAnneMieke Vulkers
    Editie2018-3