Recensies

  • Na het paringsritueel

    Willem Thies
    Na het paringsritueel

    Succesvolle bevruchting

    In zijn vijfde bundel probeert Willem Thies de sterfelijke wereld om zich heen betekenis te geven door een associatief en alusierijk spel met de taal. Hij vergt daarbij veel van de lezer, meteen al met de titel. Een ritueel is een voorgeschreven handeling met een symbolische betekenis, vaak verbonden aan momenten in het openbare leven. Of een handeling die je gedachteloos verricht. En het paringsritueel is volgens Wikipedia het ritueel voor en tijdens de paring. De geslachtsdaad is inderdaad een handeling die symbolisch is en die dagelijks gebruik kan zijn. En wat daarna? Roken, slapen, douchen, overgaan tot de orde van de dag? Of reflecteren op wat je zojuist deed? Je afvragen of dat vruchtbaar was?

    In het titelgedicht maakt Thies het nog betekenisvoller:

    Iedereen weet: na de paartijd gaan lezer en schrijver huiswaarts,
    somber geschminkt. Zij keren niet weder. Lang hield het water
    je onder, maar je raakte aan land, hoestte, hapte lucht.

    [...]
    Er was een welkomstfeest. Muziek. Rook.
    Maar na het paringsritueel

    gingen lezer en schrijver huiswaarts,
    ieder, terwijl de reptielen
    op het droge kropen.

     

    Bij Thies gaat het blijkbaar niet alleen letterlijk over de geslachtsdaad, maar ook over de overdracht van betekenis tussen lezer en schrijver. Dat moment (lezen) is een ritueel, het gedachteloze bladeren en volgen van de regels met de ogen brengt ons symboliek. Dan vergeten wij onszelf, zegt Thies in het openingsgedicht:

    [...] Camouflage

    is de bereidheid op te gaan in wat je inbedt,
    een uitstulping te vormen van de ondergrond.
    We ontkleden elkaar, je legt jezelf op mij.

    Het is alsof je lichaam uit het mijne groeit.

     

    Je kunt hier denken dat de ‘je’ zijn geliefde is, maar misschien is het wel het gedicht? Of in elk geval de inspiratie?

    In het gedicht ‘Waarschijnlijk bloedde je’ komt het spanningsveld tussen bewustzijn en bevruchting, tussen samensmelten en betekenisvormen wat nadrukkelijker terug:


    Haar kerfmes een pen
    haar huid een katern
    waarvan de pagina’s
    worden losgesneden.

     

    Voortdurend tast Thies naar waar dat gebeurt. ‘Ik kuste een vissenkop – gerookte makreel – maar verdomd: weer geen prinses/ (Schoof de punt van het mes tussen metalig blinkend vel en vlees.)’ Eerst lijkt die variant op het sprookje een beetje flauw, maar hij verwijst naar het vissenmotief uit het titelgedicht. Zo doet Thies ons met zijn mes voor hoe we moeten lezen. Het gaat hem dus om de essentie van de dingen, de processen die het bestaan vormen, daar is hij naar op zoek. Steeds herhaalt hij dat in motieven: kauwen op druiven, wijn, pruimen, bloemen uit het cellofaan, pellen, uitkleden.

    In het slotgedicht onderzoekt hij onder andere waar de essentie gebleven is:

    4 Alles wat je maar wil
    Mijn levende broer

    trakteert ons op een etentje. Hij opent de menukaart wijd als gespreide vleugels

    boven de tafel. Alles wat je maar wil

    zegt hij. (...) De andere,

    mijn dode broer, zit
    
in het donker op de begraafplaats, zijn rug leunend tegen de naam achter hem.

    (...) Hij pulkt aan een korstje op zijn pols.
    
Hij kijkt op, opent zijn armen

    wijd boven het gras. Alles wat je maar wil, zegt hij, zijn lichaam begint
    
te verfletsen, zijn stem kruipt stukje bij beetje terug.


    Ik lees een hint in het gedicht ‘Terug‘ dat Thies voor de overleden dichter Menno Wigman schreef (waarin hij de tijd ook omdraait, net zoals Wigman dat deed in zijn prachtige gedicht ‘Dit niet’, over een steekpartij). Het korstje op de pols van de gestorven broer is vast de ‘genezing’ van zijn suïcide, de terugkomst van zijn stem de wedergeboorte, maar nu ‘alsof je lichaam uit het mijne groeit.’ Het reptiel dat je tong is kruipt als woord op het land van het papier.

    Thies won met zijn eersteling de Buddingh’-prijs maar de reacties waren niet onverdeeld. In deze bundel toont hij zich beter, completer, effectiever. De gedichten zijn van wisselende kwaliteit (bijvoorbeeld uit de toon vallend een readymade van zijn aangifte van een beroving) maar hun samenhang tilt ze tot grote hoogte.

    UitgeverPodium
    Jaartal2018
    RecensentHanz Mirck
    Editie2018-3