Recensies

  • voor jou wou ik een huis zijn

    David Troch
    voor jou wou ik een huis zijn

    Het verlangen naar bergkimmen in eenlettergrepige woorden 

    In voor jou wou ik een huis zijn bestaan alle gedichten uit eenlettergrepige woorden en dat maakt deze bundel qua vorm opmerkelijk. De Vlaamse dichter David Troch publiceerde eerder vier dichtbundels bij Uitgeverij Poëziecentrum en hij was stadsdichter van Gent tussen 2014 en 2016. In 2008 debuteerde Troch met de bundel laat[avond]taal en ook in de bundels die volgden, was de liefde voor taal zeer aanwezig. Zo schreef hij eerder een novelle in gedichten en in 2018 publiceerde hij zijn eerste verhalenbundel Rue des Regrets. Troch verkent in zijn werk de grenzen van taal en schuwt de beperkingen van vorm zeker niet. Ook in deze bundel spat het taalplezier van de pagina’s. 

    In deze vijfde dichtbundel is de belangrijkste vorm dat alle woorden uit één lettergreep bestaan. Die vormbeperking die de dichter zichzelf heeft opgelegd, is soms voelbaar, soms leidt het tot kinderlijke versjes, maar meestal zingt en ronkt de taal er juist door. De bundel leest heel prettig doordat de taal eenvoudig is van structuur. In een aantal gedichten maakt Troch ook gebruik van vormbeperkingen waar het de opmaak betreft. Hij weet ondanks de beperkingen die hij zich oplegt mooie beelden op te roepen, zoals in het gedicht ‘kijk’: ‘hoe op de flank/ de spar naar het licht snakt’. Je ziet de spar zich in je verbeelding uitrekken naar de zonnige kant van de berg. Uit hetzelfde gedicht: ‘ik droeg mijn zoon de berg op,/ wees hem waar de zon woont’. 

    De bundel verwijst veel naar natuur: bergen, zon, bloemen. Dat maakt de tocht die wordt afgelegd met verlangen naar horizonten en bergkimmen ook concreet. Troch gebruikt geen hoofdletters, ook niet in zijn titels, maar wel interpunctie. Wellicht heeft hij hiervoor gekozen omdat het meanderende van de taal in de bundel wel interpunctie kan gebruiken, maar een hoofdletter ongelijkheid tussen de woorden zou creëren. 

    voor jou wou ik een huis zijn is een bundel waarin de dichter de grenzen van taal aan zichzelf oplegt zonder de lezer te benauwen. Deze bundel zou goed gebruikt kunnen worden voor poëzie-onderwijs, zeker ook voor beginnende lezers: de taal zelf is niet ingewikkeld, maar toch klankrijk en beeldend. De bundel is opgedragen aan de zoon van de dichter, die ongetwijfeld al in de woorden van zijn vader kan verdwalen, op reis door de wereld en dan weer terug naar huis. In het prachtige gedicht ‘kijk’ speelt de zoon een hoofdrol. In dit gedicht gaat Troch de symbiose aan tussen vorm, inhoud en klank: ‘hij nam het in zich op,/ mat de tijd die in hem zat.’ 

    UitgeverVrijdag
    Jaartal2021
    RecensentHanneke van Eijken
    Editie2021-2