Recensies

  • Ontbinding

    Piet Gerbrandy
    Ontbinding

    Terugpraten tegen de traditie 

    Piet Gerbrandy (1958) is iemand die volop bezig is met de traditie en verbindingen daarmee legt – iemand die terugpraat, zou je kunnen zeggen. Lees zijn stukken over hedendaagse poëzie er bijvoorbeeld maar eens op na: hij verwijst daarin graag naar de klassieke oudheid, ook als de besproken dichter dat zelf niet doet of lijkt te doen. Ook in zijn recentste bundel Ontbinding is duidelijk te zien dat Gerbrandy naast dichter en poëziecriticus ook classicus is: hij strooit volop met motto’s uit antieke teksten, in de oorspronkelijke taal, die in de verantwoording natuurlijk wel allemaal keurig vertaald worden. In deze bundel gaat hij het gesprek aan met een specifieke traditie: het epos. Ontbinding laat zich namelijk lezen als een gemangelde variant op het epos, in de lijn van The Waste Land (1922) van T.S. Eliot. De eerste verwijzing duikt al vrij snel in de bundel op, wanneer hij het heeft over ‘een wreedste grasmaand’. Bij Eliot zelf klinkt natuurlijk ook Dantes La Divina Commedia door, en deze veertiende-eeuwer verwees volop naar de klassieken, die op hun beurt ook in Eliots werk doorklinken – en voor je het weet zit je tijdens het lezen van Ontbinding diep in een echoput. 

    De rode lijn van Gerbrandy’s bundel is de confrontatie met het ouder worden. Terugkomend op die wrede grasmaand: Eliot schrijft in The Waste Land over hoe in april de flora opnieuw begint te bloeien, zelfs na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. Gerbrandy verandert de context van dit lentebeeld naar de herfst van het leven: het moet confronterend zijn om te beseffen dat je het grootste deel van je leven achter je hebt liggen wanneer de rest van de wereld opnieuw begint te bloeien. De ‘ik’ in deze gedichten reageert op dit besef door zich terug te trekken ‘in achttiende-eeuwse doorschoten/ edities van obscure antieke leerdichten’ en begint zich meer en meer te identificeren met een monnik, wiens perspectief tijdelijk de bundel overneemt, waarna er trouwens ook nog – heel traditiegetrouw – een reis volgt, die ook nog eens spiritueel van aard is. Dat ontaardt bovendien in postapocalyptische taferelen, waarmee Gerbrandy ook nog langs het eveneens klassieke thema scheert van de reis door het dodenrijk. 

    De ouderdomsthematiek is niet al te spannend: de dokter die na je zestigste een gratis onderzoek aanbiedt, het pensioen dat in aantocht is, terugkijken op vroegere geliefdes. Van de penis hoeft het trouwens allemaal niet meer zo, hoewel de man die eraan vastzit nog volop gluurt naar ‘rankbenige meisjes op fietsluwe paden’ en seksfantasietjes heeft. Maar uiteindelijk kan hij lekker met een flesje bier van het leven genieten – dat genre, zou ik haast zeggen. De gedachten gaan tijdens het lezen net zo vaak uit naar de latere bundels van Remco Campert en Leonard Nolens, als naar het werk van Eliot en Dante. Waar de schoen vooral wringt, is dat die ouderdomsthematiek en de zinspelingen op het (modernistische) epos niet echt in verbinding met elkaar lijken te staan. Ja, de associatie tussen monniken en het wegebbende seksleven, daar kun je je nog wel wat bij voorstellen, maar er is te veel in de bundel dat elkaar nauwelijks lijkt te raken. Nu staan erectieproblemen wat ongemakkelijk naast een verwoeste wereld – die inderdaad herinneringen oproept aan The Waste Land – waarin mensen een chip in de arm hebben gekregen en ‘dorpen en gehuchten zijn ontvolkt.’ Hiermee krijgen het heden en engagement toch nog een rol in de bundel: Gerbrandy probeert zo namelijk ook nog eens ecologische zorgen in het geheel te vlechten, evenals kritiek op technologie en doorgeschoten verstedelijking. De parallel tussen het aftakelende lichaam en de dito maatschappij wordt helaas te associatief en zijdelings uitgewerkt. De dialoog tussen verleden en actualiteit komt zo moeilijk op gang. 

    Je zou die combinatie van thema’s een web kunnen noemen, maar dat heeft natuurlijk baat bij een goede interne structuur – anders vang je er weinig mee. In Ontbinding gaapt echter een gat in dat web, precies tussen de ouderdomsthematiek en het engagement: een gat ter grootte van een sociaal-politieke olifant in de kamer. Deze gedichten benaderen de wereld en de actualiteit wel heel erg vanuit een man van middelbare leeftijd die zich om persoonlijke redenen terugtrekt. Om de (specifiek witte) oudere man is veel te doen, in zowel in linkse als rechtse kringen, die hem respectievelijk een bevoorrechte positie toedichten en die privileges met klem ontkennen. Gerbrandy lijkt daar vreemd genoeg helemaal aan voorbij te gaan, evenals de (te weinig genuanceerde) stelling van veel millennials dat de oudere generaties hoofdzakelijk schuld hebben aan klimaatproblemen. Nu kan ik weinig met een doorgeschoten woker-than-thou-houding, maar dat Ontbinding zulke discussies gewoon lijkt te negeren is wel het andere uiterste; er wordt hoogstens opgemerkt dat de ‘ik’ weldra zijn plaatsje op het werk af moet staan aan een jongere collega. De combinatie van ouderdom, ecologische zorgen en kritiek op de hedendaagse maatschappij hadden een uitgelezen kans kunnen zijn om niet alleen terug te praten tegen de traditie, maar ook om een stevigere positie in te nemen in het actuele debat over deze onderwerpen. Als Gerbrandy die kans niet had laten liggen, was Ontbinding een stevigere bundel geworden. 

    UitgeverAtlas Contact
    Jaartal2021
    RecensentMaarten Buser
    Editie2021-2