Recensies

  • Onder een koperen hemel

    Stefan Hertmans
    Onder een koperen hemel

    De doorbloeding van de ziel

    De Vlaamse reus Stefan Hertmans voegt een kloeke nieuwe dichtbundel toe aan zijn toch al imposante oeuvre: Onder een koperen hemel. Zijn uitgever, De Bezige Bij, kondigt de bundel aan met de opmerking dat Hertmans ‘kiest voor schoonheid in troebele tijden’. Als we ‘schoonheid’ opvatten als ‘klassiek’, valt er tegen die opmerking niet zoveel in te brengen. Hertmans schrijft al een oeuvre lang welluidende, fraai gecomponeerde gedichten. Op de één of andere manier klinken ook de niet zo keurige regels bij Hertmans ‘schoon’, op het geaffecteerde af. Uit een gedicht over ratten bijvoorbeeld:


     

    ze nippen aan het sap

    van lijken en proberen door
    de aars van dode engelen
    onophoudelijk naar Gods
    blote kont te kijken.
     


    T.S. Eliot schreef eens (in Tradition and the Individual Talent) dat de poëzie geen uitlaatklep voor emoties is, maar een ontsnapping aan emoties: ‘zij geeft geen uitdrukking aan de persoonlijkheid, maar ontsnapt aan die persoonlijkheid’. Als gevolg daarvan is de ‘artistieke emotie (...) onpersoonlijk’. Een tekst die me bij uitstek van toepassing lijkt op het werk van Stefan Hertmans. Het gaat hem immers duidelijk niet om zijn gedachten en overwegingen bij bepaalde persoonlijke observaties en ervaringen. Hij wil iets maken dat die observaties en ervaringen overstijgt.

    Het wemelt in de bundel van de referenties en verwijzingen. Vaak zijn de verwijzingen expliciet, maar het gebeurt ook regelmatig dat bijvoorbeeld in een stijl wordt geschreven die doet denken aan een bepaalde periode uit de literatuurgeschiedenis. Met name de gedichten waarin personages (of personificaties) worden aangeroepen brengen je terug in andere tijden, andere culturen: ‘ga niet naar huis, o Thebe,/ kom mee naar Troje liefste’. Het is verleidelijk de poëzie archaïsch te noemen, een indruk die wordt versterkt door de enorme hoofdletters aan het begin van elk gedicht. Maar daarvoor is Hertmans toch weer te modern, met zijn cafés, algoritmes, Jeff Buckley en de brug van Mostar. De regels werken wat mij betreft het beste wanneer de taal een soort parlando krijgt, die contrasteert met de zangerigheid van de klassieke regels.

    Ik zei: herinneringen zijn ervaringen
    die zinken in het slib van je emoties.
    Je vond het vergezocht. Ik ook.

    Het motto van Leopold (‘Schoonheid is tyranniek gezind/ en zelfgerecht en voert bewind’) wijst op een dubbelzinnige ‘schoonheid’. En de bundeltitel laat daar al helemaal geen twijfel over bestaan. De ‘koperen hemel’ is afkomstig uit het Oude Testament, meer precies: Deuteronomium 28:23. Het is de passage waarin Mozes de vervloekingen opsomt die over het volk zullen worden uitgestort wanneer de wetten en geboden van ‘de Heer, uw God’ niet nauwkeurig worden opgevolgd. Te midden van alle plagen en ziektes volgt ineens de opmerking die Hertmans vooraan in zijn bundel heeft geplaatst: ‘Ook zal de hemel boven uw hoofd van koper zijn/ En de aarde onder u van ijzer’. Vrij algemeen wordt de ‘koperen hemel’ hier geïnterpreteerd als een ‘gesloten hemel’, waarbij het geen zin meer heeft te bidden. De ‘ijzeren aarde’ is in die interpretatie een onvruchtbare aarde en past zodoende mooi in het rijtje rampspoed.

    Het maakt de opmerking over ‘schoonheid in troebele tijden’ minder gratuit. In het gedicht dat expliciet naar de Bijbelpassage (en de titel) verwijst, stelt de dichter:

    Onder een koperen hemel

    gloeiend als Sabazios in Frygië

    werd ik van kop tot teen verbrand,
    mijn huid een vel om op te schrijven.

    In een wereld zonder God is er alleen het woord (al dan niet met hoofdletter), de verbeelding. De verbeelding neemt de plaats in die traditioneel door God werd ingenomen. Duidelijker nog wordt het uitgedrukt in het gedicht over de kruisiging van Christus. Volgens de overlevering riep de gekruisigde vanaf het kruis: ‘Mijn God waarom hebt Gij mij verlaten?’ Bij Hertmans levert dat de volgende regels op:

    Eloï waarom, riep hij aan het kruis
     en zijn geloof verliet hem zoals
    het kil heelal de filosoof Pascal.


    Deze ultieme verlatenheid van God, en de daarop volgende dood, wordt uitgedrukt in een barokke opeenstapeling van beelden, waarin Christus’ ‘leeggebloede lies’ wordt doorboord. De slotregels van het gedicht luiden:

    Ergens op een oude altaarplint
    gaat een doorboorde voodoopop
    plots bloeden als een rund


    De magie duikt op een onverwachte plek weer op. De ‘ziel’ is een steeds terugkerend begrip in deze bundel, vaak in combinatie met iets lichamelijks: bloed, de stoelgang, etc. Dat lijkt me eveneens een aanduiding van het belang dat de dichter aan de verbeelding hecht. Onder een koperen hemel is te lezen als een ode aan de verbeelding, zonder welke dit leven maar armzalig zou zijn. Hertmans laat zien dat het allesbehalve armzalig is. Zijn bundel is van een zeldzame rijkdom.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2018
    RecensentEdwin Fagel
    Editie2018-3