Recensies

  • De koers van de eeuw

    Charles Ducal
    De koers van de eeuw

    Spiegelspel 

    De Belgische dichter Charles Ducal (1952), Dichter des Vaderlands van 2014 tot 2016, brengt met De koers van de eeuw een indrukwekkende nieuwe bundel. Vanuit het perspectief van de gevorderde leeftijd beziet de auteur persoonlijke onderwerpen en maatschappelijk relevante thema’s; het besef van de naderende dood voegt een dimensie toe aan zijn eerdere werk, waardoor de bundel een ruime thematische diversiteit laat zien. Daarbij vertonen de 72 gedichten een grote homogeniteit: een beperkt aantal versvormen, veelvuldig gebruik van enjambement, middenrijm en assonantie. De symbolische taal van De koers van de eeuw is zo overrompelend rijk, dat het onmogelijk is alle aspecten hier te belichten; ik beperk mij tot het opvallende, terugkerende beeld dat naar mijn idee op alle niveaus de ruggengraat van deze bundel vormt: de spiegel. 

    De spiegelmetafoor situeert het werk in het kader van antropologische en psychologische tradities: tribale culturen en mythische verhalen verbinden het donkere symbool van het spiegelende water met de ziel en met de vorming van zelfbewustzijn. De psycho analyticus Lacan introduceert de term ‘spiegelstadium’, opgevat als een constitutieve fase in de ontwikkeling van het jonge kind. De symboliek van de spiegel manifesteert zich direct in het begin van de bundel, als Ducal de vroege persoonlijke beleving van het lyrisch subject opvoert. Het kind, geboren in het eerste gedicht, spiegelt zich in verzonnen identiteit en dromen die geen uitkomst bieden. Verdubbeling, inherent aan literaire creatie, leidt tot zelfrealisatie, maar is ook onheilspellend: ‘De poel is een spiegel, zo zwart/ dat wie erin kijkt huivert van angst’. Het roept de wens op ‘ontdubbeld’ te zijn, ‘de terreur achterlaten die zat te schrijven’. 

    Met het gedicht ‘De koers van de eeuw’ begint Ducal dan letterlijk aan een andere route: ‘En nu op weg naar nu, beveelt het opperhoofd’. Via het scherm, raam op de wereld, kan de actualiteit van buitenaf binnendringen: vluchtelingenstromen, maatschappelijke ongelijkheid, klimaatproblematiek. Het is een benauwend beeld, ‘een bange hand die aan de deuren rukt’. Nu is het zaak aan de eigen fictieve veiligheid vast te houden: 

    en het is dankzij dit raam, het jouwe en dus 
    het enige, dat je hier zitten blijft en schrijft 
    dat men niet vrezen moet, in ’s hemelsnaam 
    niet moet gaan denken dat de storing elders 
    over de grenzen van het scherm zal reiken 


    Het scherm laat twee richtingen toe; de buitenwereld komt binnen, maar de dichter kan ook zijn binnenwereld projecteren ‘op het scherm: spiegelglas’, de plaats waar de tekst ontstaat. Hier is opnieuw sprake van ambiguïteit, want het onheilspellende donker van de spiegel gaat parallel met het zwart van inkt, het onbetrouwbare materiaal van de dichter: ‘Het is altijd verraad, poëzie. 

    Dit inzicht is de aanzet voor de terugkeer naar de innerlijke wereld van het lyrisch subject, inmiddels ouder en zich bewust van zijn tekort. Op het moment van ommekeer kiest Ducal een Bijbelse vorm, die van de psalm: 

    Ooit heb ik geloofd de wereld te drinken 
    te geven, herscheppend als uit Uw hand, 
    maar het wordt ochtend en er valt dauw 
    op de stenen, en mijn mond is één brand. 


    Het raam geeft inmiddels een ander, verstild beeld; veelzeggend zijn de titels van de gedichten ‘Afgemeld’ en ‘Leeggelopen’. Zich bewust van ‘het zuigen van de dood’, beziet de dichter zijn plichtsgetrouwe houding: ‘Iedere morgen de spiegel bedwongen,/ de inktpot gevuld met zichzelf’. We herkennen opnieuw het spiegelthema: zelfreflectie brengt strijd, maar heeft ook een creatieve functie. In deze hernieuwde introspectie tonen de twijfels van de dichter zijn fragiliteit: heeft hij alle kansen wel benut? 

    De koers van de eeuw geeft zich geleidelijk in alle gelaagdheid prijs. De kaatsende beweging, binnen-buiten-binnen, resoneert in de spiegelmetafoor, die op zijn beurt wordt gereflecteerd door het beeld van het scherm en het complement ervan, het raam. Compositie, symboliek en inhoud vormen daardoor een sterk, synthetisch geheel. Tegelijkertijd is elk gedicht, net als het beeld in de spiegel, niet alleen pijnlijk persoonlijk, maar ook een glasheldere constructie.

    UitgeverAtlas Contact
    Jaartal2021
    RecensentAnneMieke Vulkers
    Editie2021-2