Recensies

  • Iedereen moet ergens zijn

    Tjitske Jansen
    Iedereen moet ergens zijn

    Van pleegkind naar dichter 

    Welke invloed heeft de jeugd op een mensenleven? Die vraag onderzoekt Tjitske Jansen in haar vierde bundel Iedereen moet ergens zijn. In het eerste gedicht besluit de ik de tekst van haar Wikipedia-pagina aan te passen: hier zal vanaf nu niet te lezen zijn dat zij ‘in pleeggezinnen had gewoond/ als serveerster, administratief medewerker/ marktkoopvrouw en kokshulp had gewerkt’, nee, veel belangrijker is het dat de wereld weet dat zij een paar jaar in een boeddhistisch centrum in Schotland verbleef, met welke muzikanten zij heeft samengewerkt, waar zij haar dierbare horloge kwijtraakte. 

    Niet langer stilstaan, kortom, bij dat verre verleden, waarin zij zich nog moest laten vormen. Het is juist dat proces dat in Iedereen moet ergens zijn naar de oppervlakte drijft. Die jeugd begint in het streng religieuze Barneveld, waar de ik als onderzoekend kind regelmatig op de vingers wordt getikt. Wat aanvangt als een serie anekdotes over de tegen het brutale aanschurende slimmigheden van een jong meisje dat langzaam maar zeker steeds verliefder wordt op de wondere wereld van woorden, verandert in de loop van de bundel echter in een steeds serieuzer verslag van de scheiding van haar ouders en de gezinnen waarbij ze vervolgens beurtelings haar intrek neemt. 

    Jansen verpakt deze verhaallijn in weinig poëtische taal: in Iedereen moet ergens zijn hoeven we geen zingende alliteraties of verrijkende metaforen te verwachten. De grootste symboliek zit nog in de intermezzo-zinnen over bomen, beginnend met: 

    Een eik die in de duinen groeit is een zee-eik. 
    Die groeit scheef. Dat hoort zo.
     

    en eindigend met: 

    De lariks die veel licht nodig heeft 
    laat ook zelf veel licht door. 

    In die zinnen schuilen de inzichten over het verleden: zoals een boom zich voegt naar de natuurlijke omstandigheden, zo doet een mens dat ook. 

    In de rest van de bundel laat Jansen weinig doorschemeren van de diepere betekenissen die men geneigd is in poëzie te zoeken. Eerder verpakt ze het proces waardoor haar lyrisch hoofdpersonage zich een weg worstelt in afgemeten zinnen, waarin ze regelmatig bondig voor de lezer samenvat hoe die de beschreven processen moet interpreteren: 

    Wanneer ik gewoon een beetje leefde en daar niet te veel 
    aan dacht, vond ik het fijn om jong te zijn 
    en vrienden te hebben. (…) 


    Dat we die afstandelijkheid misschien inhoudelijk kunnen motiveren, blijkt wanneer de ik op een dag besluit een wegloophuis te bellen. Volgens de vrouw die ze aan de lijn krijgt, klinkt ze ‘niet paniekerig genoeg’ voor hulp. Wellicht is het dat gebrek aan emotie dat nog steeds de toon van deze bundel bepaalt, met als gevolg dat ook de lezer, net als de vrouw aan de telefoon, moeite heeft om mee te voelen. 

    Wanneer de ik op de middelbare school in aanraking komt met literatuur, wordt zij intens geraakt door de gedichten van Vasalis en Nijhoff – gevoelens die zij het liefst tegenover haar klasgenoten wil verbergen. De neiging ontstaat daarin meer te lezen dan de gebruikelijke puberschaamte: het is de muur waartegen de lezer in het zoeken naar contact met de ik al meerdere keren op liep. 

    Dat die ik uiteindelijk voor het dichterschap kiest, voelden we dankzij de expliciete overeenkomsten tussen haar en de auteur van Iedereen moet ergens zijn al vanaf het begin aan. Tussen de gedichten door zijn zelfs columns van Jansen ingevoegd, die duidelijk maken dat zij al eerder woorden aan haar problematische jeugd wijdde, in een explicieter biografische vorm. 

    Dat die verschillende genres zich moeiteloos met elkaar laten vermengen, onderstreept nog maar eens hoe dicht Jansens poëzie tegen proza aanschuurt. Zowel in de vorm als in de inhoud vertelt Iedereen moet ergens zijn dan ook weinig nieuws. Van de onderdrukkende jeugd in de biblebelt tot de literatuur als redder uit dat beklemmende milieu: we hebben er al eens eerder over gelezen, in een vorm die meer raakt.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2021
    RecensentAnne van den Dool
    Editie2021-2