Recensies

  • Vertakkingen

    Roland Jooris
    Vertakkingen

    Tast diepte naar onpeilbaarheid 

    In het openingsgedicht van Vertakkingen, dat naar de titel van de bundel verwijst, lijken we aanvankelijk rustig de bundel in te stappen. De eerste strofe: ‘Hoekig/ vertakt/ komt het ongeziene/ denkbeeldig/ aan het licht’ is programmatisch, leidend voor hoe deze bundel te interpreteren. Behalve de spanning tussen de woorden ‘ongeziene’ en ‘denkbeeldig’ is het een beeld van iets jongs, dat groeit, aan de oppervlakte komt, maar ook van een kern die nog niet door buitenkant omgeven is en nog niet aan het zicht onttrokken wordt. Maar de tweede en laatste strofe vervolgt: ‘op gevoel af/ gekanteld/ tast diepte naar/ onpeilbaarheid’. Er lijkt een verband te zijn tussen ‘gekanteld’ en ‘hoekig vertakt’, maar de twee laatste, sterke regels geven het gedicht ineens een donkere sfeer. 

    Dergelijke tegenstellingen duiken vaak op in Jooris’ nieuwe dichtbundel. Het is bijna ongelofelijk te bedenken dat Roland Jooris debuteerde in 1956. 65 jaar later verschijnt zijn nieuwe bundel die getuigt van de immense ervaring die hij inmiddels heeft: het soort ervaring dat geen enkele moeite meer hoeft te doen om zijn grootsheid te bewijzen. 

    Veel gedichten raken aan beeldende kunst. Zo verwijst een van de gedichten, ‘Giacometti’, naar beeldhouwer en schilder Alberto Giacometti. Net als Jooris probeert ook Giacometti met zo min mogelijk aanwezigheid zoveel mogelijk te zeggen. Jooris dicht: ‘strak/ in geharrewar/ voorover/ een gevoel dat bewogen/ met eenzaamheid/ instemt’. Dit gedicht is meer dan een hervertelling van de kleine beelden van Giacometti; hij verbindt diens beeldende kunst in een puntig programma met zijn eigen poëzie. 

    De serie ‘Ginds’ werd eerder bibliofiel uitgegeven met beeldend werk van Roger Raveel. Veel van Raveels schilderijen zijn gesloten portretten: mensen die met de rug naar de kijker staan, mensen in onechte kleuren. Als het gezicht zichtbaar is, is het meestal leeg of abstract. In ‘Ginds’ lezen we in het gedicht ‘Venster’: ‘In elke kwaststreek/ vlaagt/ het licht/ als van nature// Binnen het ruwe vierkant/ het uitzicht op/ ontlediging/ tijdloos/ dichtbij’. 

    Sommige gedichten in ‘Ginds’ beginnen met intrigerende oxymorons: ‘afzijdig betrokken’, ‘tastbaar abstract’, ‘in samenhang eenzelvig’. Het gekke is dat Jooris niet veel meer doet dan iets proberen te beschrijven, terwijl het geen moment leest als beschrijven. Zo nu en dan duiken in de bundel woordgroepen op waartussen soms een tegengestelde spanning ontstaat, zoals ‘uitbundige inwendigheid’. Jooris speelt in op de tegenstrijdige en onbegrijpelijke aard van Raveels schilderijen. In een ander gedicht uit deze reeks: ‘het klinkt/ als een luidkeels/ geheim’. 

    Zo hermetisch als Raveels beeldende kunst is, zo hermetisch is Jooris’ poëzie. Maar hij is anders dan veel bekende hermetische of abstracte dichters. Jooris’ stijl ligt dicht bij die van Hans Faverey: zijn poëzie heeft een raadselachtige, diepe helderheid. In het gedicht ‘Concreet’ beschrijft Jooris het bijna programmatisch: ‘Naar een open plek/ in het sprakeloze/ zoeken/ dichten/ wat niet te vatten/ ontstaat’. 

    De poëzie van Jooris is in zijn lange carrière steeds korter en verstilder geworden. Dankzij hun opbouw uit precies afgewogen, afgemeten brokjes taal zijn de gedichten relatief helder en opvallend geraffineerd. Zo lezen we in het gedicht ‘Alsnog’ een portret. De eerste twee strofes: ‘De inhoud/ van een ruw uiterlijk// De vorm/ van inwendig verzet’ – een gelaagd spel tussen de tegenstellingen inhoud – vorm en uiterlijk – inwendig, maar ook tussen de tegenstellingen inhoud – uiterlijk en vorm – inwendig. Een goed portret laat de innerlijke tegenstrijdigheden zien. De derde strofe vervolgt: ‘De nooit uitgesproken/ eigenheid van onbeholpen/ zichzelf zijn’ – een prachtige, kernachtige samenballing waar, denk ik, velen hun dagelijkse manier van leven in kunnen herkennen. 

    Deze bundel balanceert op een paradox. Puur talig gezien lijkt Jooris meestal niet voorbij de beschrijving te komen. Maar de schaarse en precies gekozen woorden spinnen een web tussen elkaar en geven de gedichten een sterke, gelaagde, intrigerende, nauwelijks uit te leggen betekenis. Deze ogenschijnlijk kleine poëzie is een grote prijs waardig. 

    UitgeverQuerido
    Jaartal2021
    RecensentRoel Weerheijm
    Editie2021-2