Recensies

  • Regels

    Nele Buyst
    Regels

    Regels is een debuutbundel die je aan de haren zijn wereld binnensleept. Vooral op zinsniveau is dit een lenig en veelzijdig werk. ‘Je lijkt wel zeil, hoe je stil over alles heen gaat liggen,’ bijvoorbeeld. ‘Dronkenschap is aangeboren,’ en: ‘Een krul op bed gelegd, de droom een sier gegeven.’ 

    De veelzijdigheid van de taal wordt thematisch strak bijeengehouden door de schurende identiteitsstrijd in de gedichten. De kracht en breekbaarheid die deze bundel kenmerken, komen ook terug in de vormgeving: de cover, maar ook sommige pagina’s, bevatten krassen en vlekken. 

    Vanaf het openingsgedicht van de eerste reeks ‘Vuist’ spreekt de ik tegen zichzelf: ‘Stel je moeder eens gerust.’ Hoe? ‘Houd je aan feiten of verdraai ze. (…) Je hebt een keur aan alternatieve waarheden.’ De ik eindigt het gedicht met de vraag: ‘Met welke versie van jezelf valt aangenaam te leven?’ 

    In de rest van de reeks ‘Vuist’ blijft de ik tegen en over zichzelf spreken, zichzelf vormgeven, bekritiseren, afbreken en weer vormgeven. Dat gaat stroef. In een gedicht zegt de ik tegen zichzelf: ‘Praat als ik tegen je luister.’ De spanning zit in de venijnige gebiedende wijs, in de manier waarop de ik grip op zichzelf probeert te houden, maar ook in het voorzetsel ‘tegen’, in plaats van ‘naar’: zelfs iets empathisch als luisteren wordt zo inzet van deze strijd. 

    De reeks ‘Maat’ begint met een gedicht waarin de ik zichzelf zoekt, de samenstelling probeert te begrijpen. ‘In een uitgeputte wereld,/ tijdens een drijfnatte angstige nacht leg ik/ mijn lichaam langs de lat.’ 

    Dat de actualiteit in de bundel sluipt, blijkt niet alleen uit de ‘alternatieve waarheden’, maar ook uit het gedicht ‘Minder terughoudend op socials’, dat kritisch is op social media en de impact daarvan op identiteit. 

    Dat Regels een debuutbundel is, is aan veel dingen te merken. Zo sluipt er soms een fout in de gedichten. ‘Alleen gekomen hurk ik om iets wat naar boven wil binnen te houden’, wordt gevolgd door ‘Richt mijn ogen strak omhoog’; maar wie hurkt, kan niet strak omhoog kijken. Sommige zinnen, zoals ‘Mijn peuk ligt uitgeduwd bij de rest van mijn beloften,’ blijven te plat. Maar die tekortkomingen zijn heel klein, vergeleken bij de energie en de gretigheid die dit debuut kenmerken.

    UitgeverPoëziecentrum
    Jaartal2020
    RecensentRoel Weerheijm
    Editie2021-1