Recensies

  • Jouw zwaartekracht mijn veer

    Tom Van de Voorde
    Jouw zwaartekracht mijn veer

    Mysterieuze barricades 

    Mijn zwaartekracht jouw veer is de vierde bundel van de Vlaming Tom Van de Voorde, behalve dichter en essayist ook vertaler van Amerikaanse poëzie. Zijn huidige werk laat een fascinatie voor en kennis van de Amerikaanse cultuur zien die verder gaat dan literatuur alleen. Op het oog bestaat het werk uit twee delen: enerzijds, in de eerste drie afdelingen, vrij sobere gedichten opgebouwd uit strofes van twee of drie regels. Het zijn meest losstaande observaties, impressies en gedachten, soms zelfs gevat in onaffe zinnen, die op het eerste gezicht niet met elkaar in verband staan.

    In het tweede gedeelte staat beeldende kunst centraal. Je zou hier van intermedialiteit kunnen spreken omdat er interactie plaatsvindt tussen verschillende expressiemiddelen: tussen poëzie en muziek of tussen poëzie en schilderkunst. In de afdelingen ‘De schilderijententoonstelling’ en ‘Les barricades mystérieuses’ is deze relatie met andere expressievormen expliciet. Een keur aan Amerikaanse kunstenaars, veelal twintigste-eeuwse schilders, wordt met name genoemd. Er vindt echter nauwelijks een literaire verbeelding van hun kunstwerken plaats; de auteur gaat veeleer een dialoog aan met de genoemde kunstenaars om aldus zichzelf te profileren.

    Het lange prozagedicht met de titel ‘Robert Mangold en ik’ opent de serie beschouwingen op kunst en kunstkritiek. Het doet zich voor als de centrale tekst, de sleutel voor de interpretatie van de bundel; eerder een zelfportret van de dichter dan een verwijzing naar het minimalisme van deze schilder. Toch vinden we er een fragment dat de aspiraties van de dichter met het werk van Mangold verbindt, als hij beweert dat hij

    ... ooit nog eens
    een muur van een gedicht
    zou willen schrijven
    eentje waarin een curve
    in een lijn uitvloeit...


    Deze uitspraak doet terugbladeren naar het begin van de bundel, waar de gedichten bestaan uit aanzetten die niet expliciet met elkaar verbonden worden. De lezer kan ze als losse impressies opvatten maar ook naar eigen inzicht een connectie tot stand brengen, ze zijn immers ‘complete in an unexplained completion’. Sommige gedichten zijn als een minimalistisch doek, met slechts een enkele curve die niet tot voltooiing komt. Andere doen denken aan het abstract expressionisme van Richard Diebenkorn, ook genoemd door de dichter: gekleurde vlakken die naar een landschap verwijzen. Steeds is het aan de toeschouwer om het doek als geheel te interpreteren of de elementen op zich te beschouwen.

    Het is in de denkbeeldige gesprekken met andere kunstenaars dat Van de Voorde zijn poëtica onthult, zoals in het gedicht ‘Who is afraid of red, yellow and blue’, ook al een verwijzing naar een gekend controversieel werk:

    De combinatie van klank, ritme en beeld
    laat weinig betekenis toe, althans van de soort
    die zich laat uitleggen; het lijkt een betekenisloze vorm
    van denken die ten grondslag ligt aan poëzie


    Dit is wat twee delen bij elkaar brengt: ‘Mijn hoofd is een raam/ waarvoor een mens dubbel buigt/ in de uitoefening van zijn vrijheid’. Dat kan, zoals in het eerste deel, fragmentarische beschouwingen opleveren waarin de lyrische ‘ik’ op de achtergrond blijft. Of juist de uitvoerige, soms kritische beschouwingen van deel twee die wel dagboekaantekeningen lijken te zijn. 

    Poëzie als product van een vorm van denken die zich niet laat uitleggen bemoeilijkt de interpretatie maar geeft ook vrijheid. Als lezer hebben we de keuze: gewapend met Google en Wikipedia op weg door de wereld van minimalistische en abstracte kunst verheldert de achtergrond van de intermediale referenties. Tegelijk bestaat het gevaar dat wij verdwalen in de overvloed aan citaten; zij zijn tenslotte allesbehalve betekenisloos. Hebben we te maken met postmoderne overdadigheid of met een parodie? Of, in lijn met het beroemde essay van de door de dichter genoemde kunstcriticus Clement Greenberg, gaat het om avant-garde, om kitsch? De dichter zelf reikt de lezer een alternatief aan: net als bij schilderkunst is ‘niets doen en naar kleuren kijken’ ook een mogelijkheid. Misschien wel de meeste vruchtbare.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2020
    RecensentAnneMieke Vulkers
    Editie2020-3