Recensies

  • Vissenschild. Een episch gedicht

    Liesbeth Lagemaat
    Vissenschild. Een episch gedicht

    Bedwelmende vertelling

    Om maar meteen met mijn oordeel in huis te vallen: in haar nieuwe, zevende bundel is het Liesbeth Lagemaat gelukt om in een volkomen eigen poëtisch idioom meeslepend en overtuigend een tijdloos en gruwelijk sprookje te vertellen. Zang en vertelling zijn in de loop der eeuwen steeds verder uit elkaar gegroeid, poëzie en proza ontwikkelden gaandeweg hun eigen schijnbaar onverenigbare wetten, en het is geen geringe ambitie om in lyrisch register een brug tussen beide te slaan. Lagemaat is natuurlijk niet de eerste die dit probeert, maar ze levert met Vissenschild wel een overtuigend voorbeeld van hoe het kan. Op basis van voorgaand werk was zeker al wel duidelijk dat zij een speciaal talent heeft voor zwiepend taalgebruik, en niet om fraaie woorden verlegen zit. Maar waar het voorheen nog wel eens lichtjes uit de bocht kon vliegen, heeft ze de touwtjes van haar vertelling nu strak in de hand. Geen moment verslapt haar verhaal, en alle bestanddelen komen in dit waarlijk epische gedicht tot wasdom.

    Een sensitief meisje dat ouderloos opgroeit in een koolzaadveld en werkt in een herberg. Een geharde, kinderloze herbergierster en tante die haar opvoedt, benijdt en heimelijk liefheeft. Een verzonnen schaduwzusje dat vanuit haar spiegelwereld troost biedt. Heupwiekende reigers en dorstige rookruggen. Een kalligraaf wiens lot het nu eenmaal is het hele verhaal te boek te moeten stellen. De moorddadige verkrachter Allesman/Nietsman. De vissen die als schild het dode meisje stroomopwaarts dragen. En de dichter, die natuurlijk meer nog dan de kalligrafist de verteller is. Die het verhaal dat aan het inktzuigend papier werd toevertrouwd in roeswekkende beelden en klanken vormgaf. Die toont hoe vloeiend en moeizaam een wreed verhaal verteld kan worden, en hoe binnen ieders opgelegde lot toch nog wat ruimte gevonden kan worden voor genade of compassie. Die haar ‘ontelbaar vertelbaar verhaal’ optrekt uit sluiers en lagen, uit zwarte letters op een witte achtergrond. De dichter toont zich mateloos en beheerst. Op een strak weefsel van pulserende distichons borduurt ze haar bedwelmende vertelling. Vissenschild laat sterker dan ooit zien hoezeer Lagemaat haar vak beheerst, juist door hoe ze het genre probeert te ontstijgen.

    UitgeverWereldbibliotheek
    Jaartal2020
    RecensentThomas Möhlmann
    Editie2021-1