Recensies

  • & rol door

    K. Michel
    & rol door

    De paradox van de gouden breuklijn

    Met & rol door publiceert K. Michel zijn zevende bundel. Hij is een gelauwerd dichter, Bij eb is je eiland groter (2010) leverde hem in 2011 de Awater Poëzieprijs op. De bundel & rol door is eenvoudig van opzet en bescheiden van omvang: 27 gedichten, zonder afdelingen of hoofdstukken. De toon is in eerste instantie licht en ironisch, speels en bij tijden clownesk.

    De ironie sluit een kritische blik niet uit, zoals onder meer blijkt uit het gedicht ‘Onder bankiers (in de City)’. Het lichte taalspel toont zich vooral in het onverwachte woord. Dat kan een ongebruikelijk bijvoeglijk naamwoord zijn: zo is een partijleider ‘moreel ongewerveld’ en is de zeep in het badwater ‘floep’ geworden. Of een vergelijking die onmiddellijk een beeld oproept: de ‘plastic fruitzakken van onze straatmarkt die opbollend voorbijzweven als Thaise gelukslampionnen’. Of het is het éven stilstaan bij een gekende uitdrukking:

    ‘De wind ruimend naar het westen’
    wat een woord, geweldig om dat ’s ochtends
    op de radio te horen...
    ruimend
    hele graanvelden komen in beweging
    fietsers, loofbomen, jurken...


    Doordat het eruit getild wordt, beseft de lezer ineens ook wat een energie het woord ‘ruimend’ met zich meebrengt.

    De collectie gedichten die zo onnadrukkelijk op een rij gezet zijn, biedt bij nadere beschouwing een ruime variatie aan nuances en registers. Zo zijn er in korte frases opgebouwde, verstilde schetsen, maar ook toneelscènes, zoals de vier gedichten die allen de titel ‘Op af’ dragen. Een groot aandeel in het geheel hebben drie, uit meerdere pagina’s bestaande fragmentarische composities, waarvan de delen zijn genummerd of door asterisken gescheiden. Het contrast tussen de verschillende registers is groot, van een dromerige, associatieve mijmering tot een schril, paranoïde circusspektakel.

    Het geheel is een knap geconstrueerde mix van uitbundige lyriek, sfeervolle taferelen en soms kolderieke scènes. Dat er ondanks de variëteit toch samenhang is, is te danken aan de lyrische gedichten, die het geraamte van de totale compositie vormen. Centraal hierin staat de titel, die niet zo onschuldig is als het dartele & rol door suggereert. In judo is het een van de technieken die de dynamiek van een val onschadelijk maakt: doorrollen. De auteur construeert via het lyrisch ik een personage dat, zo wordt gaandeweg duidelijk, de noodzaak tot doorrollen maar al te goed kent. Niet zo vreemd overigens, voor iemand die onderstreept ‘altijd de trampoline/ te verkiezen boven de touwladder’. En dus struikelt, duikelt, valt en rolt hij erop los. Via de metafoor van het circus benadrukt het lyrisch ik zijn kwetsbaarheid, en schildert zichzelf af als de hoofdpersoon in een slapstick-scène; hierbij wordt de lezer direct aangesproken: ‘Ja lach maar’. Hij is de schlemiel, het eeuwige achtereinde van het circuspaard; als zijn contactlens is gevallen, klinkt er al snel een krakend geluid.

    Vanzelfsprekend leidt ‘vallen’ tot ‘breken’. Niet alleen voorwerpen, maar al die dingen die na een val niet meer geheeld kunnen worden; in het gedicht ‘Alles alles alles’ gaat het ook om het breken van onstoffelijke zaken zoals betovering, weerstand, beloftes. Scherven en kruimels zijn echter niet per definitie negatief, het begrip ‘heel’ is immers relatief. En dus is het zaak ‘scherven/ te accepteren, kintsugi, de kunst/ breuklijnen te accentueren met goudlak’. Kintsugi is een Japanse assemblage-techniek die scherven van keramiek aan elkaar plakt met goudlijm, en zo een nieuw geheel creëert dat in zijn perfectie het origineel overtreft. Deze techniek echoot niet alleen in de compositie van de fragmentarische gedichten, maar ook in die van de bundel als geheel. Geen afdelingen maken die het onderlinge verschil tussen de gedichten benadrukken, maar een glanzend geheel presenteren dat door de goudlijm van de lyriek bijeengehouden wordt.

    Is de kunst dan de toverformule, zoals in ‘sprenkel nu een handje regenwater/ over deze regels/ om ze op te kweken tot een fabel’? De gouden remedie tegen falen? De kintsugi-schalen en vazen die op internet te zien zijn, getuigen van een foutloze schoonheid. Helaas, in de praktijk is de helende werking van kunst een teleurstelling, want ‘aaneengelijmd vormen de scherven/ zo’n grillige vaas/ waarin geen snijbloem overeind blijft’. In de realiteit valt er niets te repareren, een nieuwe start is een illusie:

    de meeste dingen
    kun je maar één keer breken
    ja, behalve beloftes... stilte... dun ijs...
    en natuurlijk je hart
    maar verder alles alles alles

    Voor de lezer ontvouwt zich geleidelijk aan de thematiek van de bundel: de paradox van het ‘maken van goeie fouten’. Alleen een gelouterde dichter heeft de kracht en de schoonheid van het woord ervaren, maar weet ook dat datzelfde woord het beste medium is om te falen. De gouden breuklijn in & rol door is de constante discrepantie tussen slagen en mislukken, het tragische besef dat zelfs ‘een carrière als loser’ de mist in kan gaan.

    De clown uithangen, hoe verleidelijk het ook mag zijn, heeft uiteindelijk geen zin. Er zit maar één ding op: ‘Nee, niet leuk doen, gewoon je slagschaduw volgen/ en nooit wanhopen’. Met een aangename onnadrukkelijkheid schrijft K. Michel ons ‘doorrollen’ voor als middel tegen de tragiek van het leven.

    UitgeverAtlas Contact
    Jaartal2020
    RecensentAnneMieke Vulkers
    Editie2021-1