Recensies

  • blijven & verreizen

    Hans Groenewegen
    blijven & verreizen

    Leg mijn stem op het strand

    Gedurende een jaar elke dag een gedicht schrijven om deze integraal op te nemen in een dichtbundel, dat is weinig dichters gegeven. Het lijkt ook geen voor de hand liggende onderneming voor een dichter als Hans Groenewegen (1956-2013), die over zijn eigen schrijfwijze heeft opgemerkt dat hij eindeloos kan doorwerken aan een gedicht tot de zekerheid ontstaat dat het af is, of dat hij het op dat moment niet verder afkrijgt.

    Maar een jaar lang iedere dag iets schrijven is precies wat Groenewegen zich voor zijn zesde dichtbundel voornam. Hij pakte het dan ook anders aan dan in zijn eerdere bundels, waaruit hij naar voren komt als een dichter van gewogen regels, hoe die regels soms ook woekeren en hoe de dichter ook experimenteert. In blijven & verreizen blijft Groenewegen dicht op de onmiddellijkheid, als in een blog of een dagboek.

    Zo komt een aantal gedichten op een latere datum terug in een nieuwe versie. Gedichten die nog niet af bleken (of leken) te zijn waarschijnlijk, of waarvan nog een variant uitgeprobeerd moest worden. Op andere dagen wijkt de stijl of de stem zo af van zijn overige poëzie, dat het erop lijkt dat hij in dit bundelproject ook werk toelaat dat hij niet in een reguliere bundel zou hebben opgenomen. Naast gedichten bevat de bundel ook ruw materiaal, van notities tot allerhande commentaren. De dichter geeft zich in deze omvangrijke bundel schaamteloos bloot. Hij gunt de lezer een, voor dichters uitzonderlijk, kijkje in de keuken.

    De bundel lijkt soms wel een viering van de onmiddellijkheid. Groenewegen experimenteert volop met de readymade. Hij noteert bijvoorbeeld uitspraken die hij opvangt in de tram, de trein of door het slaapkamerraam. Op 3/11: ‘ik ga geld zoeken op de grond/ vaak ligt er gewoon geld op de grond.’ De dichter lijkt af te tasten wanneer een readymade werkt en wanneer niet.

    13/2– 16:28 utrecht-rijswijk
    hier had ik drie gehalveerde dialogen in de coupé weergegeven.
    iets van die helften intrigeerden me bij hun interactie in mij
    tijdens de reis. bij het herlezen hoorde ik niets dan schrappen

    De readymade op 20/2 heeft de bundel gelukkig wel gehaald. Het ruim 5 pagina’s lange prozagedicht is een gestileerd transcript van een aflevering van een tv-programma waarin iemand in een rood fluwelen studio een gesprek met een niet zichtbare psycholoog voert: ‘5, 4, 3, 2, 1. welkom in de rode kamer. kun jij jezelf voorstellen.’ In een razend tempo ontrolt zich een leven in fragmenten. ’ik ben den ander [...] ik ben erg druk in het leven, veel hobby’s, heel creatief. en ik hou echt van de mooie dingen, van genieten. en je bent hier dus ook omdat je moeite hebt met stilstaan. je hebt de 

    neiging te veel te praten. je eet teveel. je hebt te veel te doen. ja, absoluut.’ Met het beeld erbij werkt het gesprek handig in op de emoties van de kijker, die sterk in zijn schoenen moet staan om niet mee te gaan in deze hedendaagse kruising van een openbare biecht met een duiveluitdrijving. Groenewegens readymade functioneert juist als een maatschappijkritiek, hij legt ons onvermogen bloot om over ziekte, angst, dood en verlies te spreken, toont hoe we blijven steken in clichés en hoe we zonder aarzeling reageren en oordelen vellen. De bundel blijkt zo tegelijk een viering van als een kritiek op de onmiddellijkheid.

    Zelf lijkt Groenewegen vastbesloten zich te ontworstelen aan het onvermogen om met ziekte, aftakeling en het besef van de eigen sterfelijkheid om te gaan:

    18/4/– 22:38
    waarom uitvegen wat vanzelf verdwijnt
    waarom vasthouden wat hoe dan ook uitwist

    weet los te laten waar niemand greep heeft
    weet grip te ontspannen waar lucht vrij waait

    Na ruim tien maanden moest Groenewegen vanwege zijn ziekte het project afbreken. In het interview in het zomernummer van Awater zegt hij dat we opgroeien met de wil iets blijvends te bereiken, maar dat hij is gaan beseffen dat we verdwijnen. In het gedicht ‘laatste brief’ in zijn debuutgrondzee schrijft hij daar al over: ‘leg mijn stem als ik sterf op het strand, alstublieft,/ op het strand van de kaspische zee, leg hem bij zee/ [...]/ of/ gooi hem in zee, ja alstublieft, neem mijn stemmen en gooi/ ze zo ver als u kunt in de kaspische zee/ en dan spoelen ze, spoelen ze, spoelt er ooit wel een aan’. We verdwijnen uiteindelijk, dat is waar, maar het poëtisch en kritisch oeuvre van Hans Groenewegen zal ook nadat wij zijn verdwenen nog wel even blijven.

    UitgeverWereldbibliotheek
    Jaartal2013
    RecensentHelène Gélèns
    Editie2013-3