Recensies

  • Schaduwgrens

    Hans van de Waarsenburg
    Schaduwgrens

    Oksels als rivieren

    In de verschillende bundels die de Helmondse dichter Hans van de Waarsenburg heeft gepubliceerd ging het niet zelden over eeuwige onderwerpen als de eindigheid en sterfelijkheid en nu de dichter de zeventig nadert is dat onderwerp alleen maar pregnanter geworden. Van de Waarsenburgs nieuwe bundel draagt de veelzeggende titel Schaduwgrens. De lading van dit woord wordt op verschillende manieren uitgebuit. Het meest expliciet gebeurt dat in ‘Ik was nog niet wakker’, een reeks die zich in een soort schemertoestand afspeelt en die dan ook vol zit met droomachtige beelden:

    Dat schijngraven in lege buidels. Ik was
    Nog niet wakker en zag haar liggen in roze
    Doodskledij. Een duim tegen de verstijfde
    Lippen. Gestuiterd lijk dat op stand spreekt.

    Vergetelheid is een ander thema dat vaak de kop opsteekt. De bundel opent bijvoorbeeld met een reeks gedichten over een consul die zich bedrinkt om een verdriet te vergeten: ‘Hij vult liefdevol de dorstorganen/ Slikt het verdriet in slokken en wil/ Sterven in een doodskramp van/ Alcohol’. Dat verdriet betreft, zo blijkt uit de afsluitende gedichten, een gestorven geliefde. De eenzaamheid van de hoofdfiguur wordt benadrukt door zijn beroep. Doordat dit beroep voortdurend wordt herhaald, wordt de hoofdfiguur van deze gedichten ook ontmenselijkt. Het maakt de figuur grotesk, zoals hij zweet met ‘oksels als rivieren’. Sowieso vloeien de lichaamssappen rijkelijk in deze bundel – een accentuering, lijkt me, van de sterfelijkheid van het lichaam.

    De regels van Van de Waarsenburg doen klassiek aan. Qua vorm (vormvaste regels, die allemaal consequent met een hoofdletter beginnen) en qua inhoud (veel verwijzingen naar mythologische figuren en de Bijbel). Af en toe scheert hij zelfs akelig dicht langs het cliché. Maar vaker formuleert hij verrassend raak en is het gekozen beeld precies goed: ‘Heuvels die glooien zie ik en soms zwemmen er/ Vissen doorheen. Mooie vissen die naar me zwaaien.’

    UitgeverWereldbibliotheek
    Jaartal2011
    RecensentEdwin Fagel
    Editie2012-1