Recensies

  • Verzonnen grond

    Désanne van Brederode
    Verzonnen grond

    De achterkant van liefde

    Filosofe Désanne van Brederode, bekend als romancière, debuteert als dichteres met Verzonnen grond. De bundel bevat geen afdelingen, maar vormt een lange stroom beschouwelijke gedichten, overwegend en vaak beschrijvend van stijl. Van Brederode dicht in de meeste gedichten relatief vormvast en dat pakt soms goed, en soms een beetje geforceerd uit. Verzonnen grond is een bundel die thematisch en filosofisch de onderwerpen liefde en kwetsbaarheid behandelt.

    De eerste regel van het eerste gedicht, ‘Lente’, luidt programmatisch: ‘Welkom bij deze nieuwste versie van uzelf.’ Na een nogal mechanische, uiterlijke beschrijving van het lichaam begint de tweede strofe: ‘Liefde wordt niet meer herkend, tenzij als loden paniek.’ Deze zin is de mokerslag die in de rest van de bundel nadreunt. Om nog eens te herhalen dat die kwetsende en kwellende liefde op afstand moet worden gehouden, lezen we in de volgende strofe: ‘Let daarom op dat geen kus ook maar ergens lijkt op de verdwenen, de verhoopte.’ De verdwenen geliefde, zegt ze, moet ook uit de spullen zijn verdwenen.





    Veel gedichten echoën strijdige gevoelens: enerzijds de wil van nabijheid tot een geliefde, of tot kwetsbaarheid, anderzijds de wil om de geliefde of de kwetsbaarheid weg te duwen, zoals in het tweede gedicht (‘Selige Sehnsucht’) bij een opgezette vlinder achter glas. Die vlinder lijkt nog levend, is volkomen intact en de ik weet dat ze hem altijd al gemist heeft. Maar enkele zinnen later wil de ik de vuist door het glas stoten omdat ‘pas dan, in pijn, gebeuren kan waar het om gaat.’

    In een enkel gedicht, zoals ‘Bedankt’, gloort hoop: ‘Er ligt een gloednieuw leven voor je klaar.’ Het wordt uit een verpakking gehaald en blijkt zo groot als een alp te zijn. ‘Half november ja,’ klinkt het nog optimistisch, ‘maar waarom zou het niet al zomer kunnen zijn? Of dat opnieuw kunnen worden?’ Maar ook nu dreigt het ongeluk, de onvoorspelbaarheid en onzichtbaarheid van naderend gedonder: de alp kent kraters en ravijnen. Het nieuwe leven vaagt de horizon weg, waarna het ‘grof steen in je gezicht drukt tot je barst.’

    Het is duidelijk dat Verzonnen grond geschreven is met een filosofische benadering. Het leest als een verkenning, of als een reeks variaties op de achterkant van liefde: verlaten worden, eenzaamheid, angst voor kwetsbaarheid. Poëzie lijkt het middel, niet het doel van de bundel te zijn.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2018
    RecensentRoel Weerheijm
    Editie2019-1