Recensies

  • Nacht en navel

    Yannick Dangre
    Nacht en navel

    De bekende sluipmoord van je borsten

    Nacht en navel
    is de derde dichtbundel van Yannick Dangre. Naast poëziebundels verschenen bovendien drie romans, waarvan Maartse kamers (2012) de Tiplijst van de AKO Literatuurprijs haalde. Hij is met zijn dertig jaar ontegenzeggelijk een groot talent en van zijn poëziedebuut Meisje dat ik nog moet (2011) was ik zeer onder de indruk, met al dat ‘alfabet van [zijn] klapperende taal’, dat bulkend van verlangen en vol paradoxen een haast religieuze feel had.

    Het schier religieuze is er inmiddels wel vanaf. De gedichten twee bundels verder zijn wat rauwer en wellicht eerlijker geworden, en de paradox doet niet meer in elk gedicht opgeld. Ook al is zij wat begrenster, is alleen het verlangen nog niet uit de gedichten verdwenen. ‘Dan begint mijn tong aan de bekende sluipmoord/ van je borsten, klets ik alle vorige minnaars uit je nek’ schrijft hij in ‘Sluipmoord’ in de afdeling ‘Toi tu t’appelles Lolita’. In het volgende gedicht ‘Post coïtum’, waarin de ander zich al oud met hem ziet worden, glimlacht hij echter wat paternalistisch: 


    Jij, mijn lief, hoeft nog niet te weten
    dat de liefde een bergbeklimmer is
    aan een gevelraam, en dat elk gebrek
    ooit uit de porseleinkast valt.

     

    Sinds Vladimir Nabokovs gelijknamige, even schitterende als problematische roman, is Lolita niet slechts ‘the light of my life, fire of my loins’van Humbert Humbert, een literatuurprofessor van middelbare leeftijd, maar ook een ‘nymfachtig’ meisje van een jaar of twaalf. Gelezen vanuit het perspectief van deze prototypische Lolita, geeft dat de gedichten, die wel Nabokovs onderwerp lijken te hebben (een pedofiele liefdesrelatie) maar niet het overeenkomstige betoverende taalgebruik, een ongemakkelijke bijsmaak. Dit geldt ook voor ‘Lolita’, het afsluitende gedicht van de bundel: 

    Nog één keer, lieg je en je schrijft me
    weer op je buik, maakt van mijn vel je adres
    voor later, wanner ook jij elke roekeloze rimpel
    in de tuin van een jonger lichaam zal begraven.

     

    Door het verschoven het gezichtspunt van het gedicht ontstaat er wat mij betref wel meer afstand tot de thematiek, ten opzichte waarvan Dangre overigens zijn oordeel weerhoudt. Er is namelijk een ‘hij’ in het gedicht verschenen die in de eerder genoemde afdeling ontbrak, aangenomen dat de ‘ik’ daadwerkelijk naar Humbert verwijst. Bovendien wordt de verwarring weggenomen dat het lyrische ‘ik’ misschien wel enigszins zou kunnen samenvallen met de dichter.

    Hoewel verleidelijk, is het natuurlijk onverstandig om een ik-persoon te laten samenvallen met de dichter zelf – Dangre verdicht daarbij op voortreffelijke wijze. Daarnaast is het maar goed dat hij bepaald geen epigoon is maar zijn eigen verzen schrijft. Zelfs al sluipt er hier en daar eens een sleetse zegswijze in zijn gedichten, vaak doet hij er wel iets mee – in dat laatste citaat: ‘je schrijft me/ weer op je buik’.

    Voor het eerst vind je in Dangres poëzie ook politieke getint werk, dat over bestaande terroristen, hun slachtoffers en omstanders gaat. In een interview met Humo van 31 oktober zegt Dangre in relatie tot die gedichten dat poëzie, bij uitstek een interessante vorm is om te reflecteren, ‘omdat je het heel dubbelzinnig kunt houden’. Voor dubbelzinnigheid is veel te zeggen. Zo is een definitieve interpretatie niet zomaar mogelijk, waardoor een al te vluchtig oordeel op afstand gehouden wordt. Hoewel niet al Dangres politieke gedichten dubbelzinnig zijn, schuilt hierin wel de kracht van zijn werk: het houdt je blik open.

    De bundel verwijst met de titel Nacht en navelnaar de ‘Nacht und Nebel’-kampen uit WOII, maar inhoudelijk mist mijns inziens de grond daarvoor. Hoewel ik daarmee de verwijzing wat ongelukkig vind, is de bundel door zijn actuele thematiek Dangres minst naïeve. In uiterst sterke reeksen passeert onze tijd van bootvluchtelingen en aanslagen de revue . Ook de reeks ‘Settimana Santa’, over een stukgelopen relatie die tot ‘een onschatbaar huwelijk/ van dertig zilverlingen’ had kunnen leiden, is in al zijn nare complexiteit krachtig en raak, niet zonder subtiel, vermoed ik, de identiteit van de voormalige geliefde aan te wijzen.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2017
    RecensentMerijn Schipper
    Editie2018-1