Recensies

  • Lekker dood in eigen land

    Frank Koenegracht
    Lekker dood in eigen land

    Alsof het iets vroeg

    Zijn gedichten zijn zo vaak komisch en grappig genoemd dat iedereen die niet van komisch en grappig houdt de bundels van Frank Koenegracht met een gerust hart ongelezen laat. ‘Ze worden goed gevonden, die bundels, door de kritiek, zal best, maar ik houd nu eenmaal niet van komisch’ – zoiets.

    Laten we het komische daarom tijdelijk vergeten, in de hoop dat Koenegracht gewaardeerd wordt om de kraakheldere, vaak sombere verzen, waarbij je soms ook nog moet glimlachen of grijnzen om de absurdheid van ons bestaan. Absurd is iets anders dan komisch, maar omdat Koenegracht ook al zo vaak absurd of bizar genoemd is, vergeten we ook die begrippen. Geen uitleg over de titel van deze bundel dus.

    ‘Lekker dood in eigen land’ bevat ontroerende gedichten. Neem deze:

    Epigram

    Mijn vriend kocht een mechanisch vogeltje
    uit China ter grootte van een mus
    en zette het volgens voorschrift in een kooi,
    waar het voortaan zou wonen en zingen.
    Het aardige, nu, van dit vogeltje was
    dat het alleen zong bij lawaai.
    Als je in je handen klapte begon het te
    kwinkeleren, maar ook bij deuren dichtgooien,
    echtelijke ruzies, en hoesten.
    Vreemd vogeltje. De oorzaak kon hem niet schelen,
    alsof het antwoord gaf
    op vragen, niet gesteld.
    Maar op een kwade dag begon mijn vriend zomaar
    te hoesten, met deuren werd daardoor niet meer
    geslagen, de echtelijke ruzies gingen minder ver.
    Plus kwam daarbij dat in een andere kamer werd
    gehoest buiten het bereik van de kooi
    en mijn vriend aan een touwtje het licht aanstak,
    zodat de stilte toenam en
    het vogeltje begon te zwijgen.
    Later, toen het stil was in het hele huis en in alle kamers,
    zong het vogeltje nog wel eens
    zonder tastbare reden een stukje, niet het hele liedje.
    Alsof het iets vroeg.

    Dit is een huiveringwekkend gedicht, al noemt Koenegracht het zelf een epigram, wat iets betekent als sneldicht met een meestal schertsende inhoud. Daar duikt weer een synoniem op van absurd. Vergeet daarom ook de titel van dit gedicht.

    Maar vergeet niet het beeld van het vogeltje, want dat is meesterlijk. Niet eens zozeer vanwege dat beestje, vogeltjes met sensor zijn in elke goed gesorteerde dierenwinkel te koop, maar vanwege het uitgevoerde voorschrift: zet het in een kooi. Waarom zou dat moeten? Dan lijkt het vogeltje echter. Want een vogel binnenshuis moet in een kooi, moet opgesloten zitten, anders denk je onmiddellijk dat het beestje nep is. Dit opgesloten zitten is een thema dat in veel poëzie van Koenegracht terugkeert – en zoals uit deze bundel eveneens blijkt – ook in veel van zijn tekeningen.

    Dit gedicht valt in twee delen uiteen: in het eerste deel van twaalf regels, als de dagen nog goed zijn, begint het beestje bij lawaai te kwinkeleren. Dat is niet de bedoeling, maar de eigenaar ergert zich er niet aan, het is alsof het beestje ‘antwoord gaf/ op vragen, niet gesteld.’

    ‘Maar op een kwade dag’ – daar kantelt de tijd in het gedicht, daar kantelt het onderwerp. In de tweede twaalf regels gaat het niet langer over dit ‘vreemd vogeltje’, maar over zijn baasje, ‘mijn vriend’ uit de eerste regel, die zomaar begon te hoesten. Ziekte, dood zijn onmiddellijk alom aanwezig, maar het knappe van dit gedicht is dat die aanwezigheid van een afstand wordt opgeroepen, met een paar summiere beelden: de ruzies die minder ver gaan, de andere kamer, het licht dat wordt aangestoken via een touwtje. Mijn vriend komt zijn bed niet meer uit, dat is duidelijk. Later wordt het stil in het hele huis.

    Juist dan, met de dood van zijn baasje, lijkt deze vogel tot leven te komen. In het gedicht: zonder aanwijsbare, mechanische reden begint hij ineens een stukje te zingen. Maar het beest is net zo goed in óns tot leven gekomen. Dat komt door de slotzin: ‘Alsof het iets vroeg.’ Wat zou die vraag geweest zijn? Waar is die hoester gebleven? Waar is die man die met de deuren sloeg? Ruzie maakte? Na de dood van de vriend geeft de vogel geen antwoorden meer op ongestelde vragen, nee, nu is het alsof hij iets vraagt. Net als wij, de lezers van het gedicht na de dood van een vriend met onbeantwoorde vragen blijven zitten. Ik denk zelfs dat de stilte die je na lezing van dit gedicht overvalt vergelijkbaar is met de stilte die je overvalt na het horen van een doodsbericht van een vriend.

    Magistraal. Niets komisch aan. Niets absurds aan. Niets om te lachen. Althans voorlopig. Wie verder in deze bundel leest mag van gedachten veranderen. Maar nooit meer een bundel van Koenegracht laten liggen omdat je niet van komisch houdt. Dat excuus is verleden tijd.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2011
    RecensentPeter Henk Steenhuis
    Editie2012-1