Recensies

  • als werden wij ergens ontboden

    Miriam Van hee
    als werden wij ergens ontboden

    Gevleugeld en verankerd

    Reizen, landschappen en vooral een zoeken naar verbinding met een nieuwe of andere omgeving staan centraal in Miriam Van hees als werden wij ergens ontboden. Afgaande op de titel, een zinsnede uit een van de gedichten, reizen en zoeken we niet zozeer omdat we iets of iemand verlaten, maar omdat we ergens naartoe gaan.

    De meeste gedichten blijven echter in het midden hangen, zoals het programmatische eerste gedicht ‘haven’: ‘de baai komt dichterbij, je/ kunt de toren onderscheiden (...) rondom zindert het, een baggerschip/ werkt slib over de randen’, de nieuwe omgeving wordt beschreven, niet bereikt. Of denk aan het kind dat aan de hand van een ouder ‘probeert zich los te trekken// zoals vroeger jij, toen je geen/ vermoeidheid kende’. Ook het oude blijft steeds aanwezig, in de vorm van het kind dat zich letterlijk en figuurlijk probeert te verlossen van zijn verleden – tevergeefs. En zoals vaak in deze bundel intrigeert ook hier een bijzin, ‘toen je geen vermoeidheid kende’: grote verhalen worden heel kort aangeraakt. Ook als verderop in het gedicht iemand snel ‘het raam en de gordijnen sluit’, is een achterliggend verhaal voelbaar.





    De sobere, heldere en beschrijvende zinnen zélf verraden echter nauwelijks iets van de drama’s erachter. Van hee gebruikt subtiele en minimale taal. Een enkele maal speelt ze met metrum, zoals in een passage in ‘de weekendtrein naar Volchovstroj’:

    hoezo komt het rijm en het ritme van
    golfslag of hart, het komt van de russische
    treinen die wiegend in juni door weelderig
    groen met hun wielen de maat slaan,


    En een enkele keer lezen we een anekdotische passage:

     

    ze stopte brood in de mond en zei dat je
    zonder eten de deur niet uit mocht,

    dan zou een vogel je ziel kunnen stelen

     
    De ziel ‘die ik overigens/ zelf als gevleugeld zag’, zoals de verteller later zegt, maar die tegelijkertijd door brood moest worden verankerd, is een beeld dat voor de hele bundel opgaat: overal is de verteller afwezig aanwezig, komend en gaand tegelijk, gevleugeld en verankerd.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2017
    RecensentRoel Weerheijm
    Editie2018-1