Recensies

  • Wijvenheide

    Luuk Gruwez
    Wijvenheide

    Fijne lichaamsdelen

    De rijke keuze uit al zijn gedichten, Garderobe (2011), is koud verschenen, of een nieuwe, kloeke bundel van Luuk Gruwez dient zich aan: Wijvenheide. Een utopische plek, zoals hij zelf zegt, waar de mogelijkheden als rijpe appels aan de bomen groeien: ‘In Wijvenheide ligt een groot geheim:/de zilverreiger broedt er op een spiegelei.’

    Gruwez is de schrijver/dichter van de weemoed, een optimist met de moed der wanhoop. In zijn gedichten tiert de liefde welig maar is de dood nooit ver weg. Zoals de titel van de bundel al suggereert, domineert de vrouw in deze nieuwe verzameling: oude geliefden, een moeder, een zeemansvrouw en ‘Zuster Maan’:

    Geen mens heeft ooit zo’n zus gehad als ik,
    zo een die wapperde met haar gedachten
    of borsten kweekte voor de allerbeste

    en kwispelstaartte met haar liefdesverdriet.

    Liefde, erotiek, speelsheid, droefenis en als de zus tenslotte onder ‘de intercity tussen Gent en Kortrijk’ loopt, de dood: alle ingrediënten voor een goed Gruwez-gedicht zijn hier aanwezig. In ‘Een minnaar voor elk lichaamsdeel’ wordt de vrouw in al haar glorie bezongen. De gedichten werden geïnspireerd door het schilderij Venus van Lucas Cranach en behoren tot de luchtigste van de bundel: ‘Al mijn lichaamsdelen wens ik u te presenteren/zodat u mij van top tot teen bekijken kunt.’ Waarvan akte: borsten, ogen, haren, voeten, kont: in klinkend rijm en met vette knipogen worden de lichaamsdelen en hun verrukkingen bezongen.

    De frivoliteit van de afdeling vol vleselijk genot wordt gevolgd door een serie die, hoe kan het ook anders, ‘Carne vale’ is getiteld. Zelf houd ik het meest van deze kant van Gruwez’ dichterschap, waarin de poëzie wordt ingezet tegen het verval, het grote vergeten. Vooral ‘Als’ en ‘Elders slapen’, die zijn opgedragen aan gestorven vrienden, maken diepe indruk:

    Nu je besloten hebt te gaan, talm niet en ga.
    Maar laat je foto op de schoorsteen staan
    en groet de koekoek in je koekoeksklok.
    Zoek met je ene hand niet langer naar je andere:
    het meeste van jezelf ligt eeuwen ver.

    UitgeverArbeiderspers
    Jaartal2012
    RecensentJasper Henderson
    Editie2012-2