Recensies

  • Ik schrijf u nog

    Anne Büdgen
    Ik schrijf u nog

    Het is wel anno nu

    In het titelen openingsgedicht van haar tweede bundel laat Anne Büdgen geen misverstand bestaan over de machtsverdeling: de aangesproken ‘mevrouw’ dient het de dichter niet kwalijk te nemen ‘dat ik u dood praat/ maar vandaag het is wel anno nu -/ noteer ik u in stukken’. Uiteindelijk kan de mevrouw van alles doen en laten, maar: ‘morgen schrijf ik u/ onder de trein’. Zo ingrijpend bemoeit de dichter zich trouwens niet in ieder gedicht met haar personages: soms zit ze hen dicht op de huid, maar even zo vaak observeert ze hen van een afstandje. Of treedt ze zelf als personage aan. Gaandeweg in de bundel valt steeds meer de afwisseling en vermenging op van afstandelijkheid en nabijheid, van het lyrische en het analytische, van observatie en gevoel. Uiteindelijk snap je dat dat er natuurlijk al inzat vanaf het vousvoyeren van een onder de trein te schrijven mevrouw. Zoals ook de veelvuldig aangesproken moeder (is dat dezelfde mevrouw?) zeer dicht genaderd wordt maar wel ‘u’ blijft.

    Je hoeft voor deze gedichten niet keihard aan de slag: ze zijn soepel geschreven, bewegen zich tijdens het lezen voort met net voldoende vertrouwdheid en net voldoende merkwaardigheid om niet al te afgeleid door te raken, roepen her en der wel vragen op, maar geen van die vragen schreeuwen om een acuut antwoord. Vaart en vaardigheid, waarbij het ene gedicht je meer ligt dan het andere. Niet alles grijpt bij het lezen even diep in, maar het raakt je wel degelijk aan. En je krijgt soms de fraaiste beelden cadeau: ‘hij lekt/ hij wordt een vlek die moeilijk te verwijderen is’, bijvoorbeeld, of: ‘laatst zag ik een moeder/ die haar kind hoorde praten/ gedachteloos de scherven/ uit haar gezicht streek’. Zesentwintig schetsen van het leven in (sub)urbanië, ‘anno nu’.

    UitgeverArbeiderspers
    Jaartal2012
    RecensentThomas Möhlmann
    Editie2012-2