Recensies

  • De dingen gebeuren omdat ze rijmen

    Nyk de Vries
    De dingen gebeuren omdat ze rijmen

    U koopt de bundel

    Na de romans Rozijnkonijn en Prospero debuteerde muzikant en schrijver Nyk de Vries in 2007 als dichter, of op z’n minst als ‘prozadichter’, met de verrassende bundel Motorman & 39 andere prozagedichten. In 2010 volgde dankzij een Belcampo Stipendium het fijne tussendoortje Per ongeluk reed ik naar het zuiden, en nu is er de volgende volwaardige bundel, De dingen gebeuren omdat ze rijmen: wederom veertig tamelijk compacte tekstblokjes en wederom een quasi-onhandige maar effectieve droogabsurde humor.

    De precieze genreaanduiding doet bij De Vries eigenlijk niet echt ter zake: noem zijn teksten voor mijn part talige cartoons, als je de tekeningen van bijvoorbeeld Kamagurka of Gummbah tenminste ook cartoons zou noemen. Dezelfde onaangepaste, onverwachte, altijd frisse intelligentie, die eigenlijk steeds snel op de lachspier werkt. Maar bij Gummbah zie je – want het is nu eenmaal een overzichtelijk tweedimensionaal plaatje – toch tamelijk rap waardoor het komt dat het goed werkt. Bij De Vries kost het beduidend meer moeite om het aan te wijzen, wat een meerwaarde inhoudt die natuurlijk meer algemeen het geschrevene onderscheidt van het getekende. Gummbahs Een kalfslederen onderbroek om u tegen te zeggen pak je van tijd tot tijd weer eens op, de frequentie is afhankelijk van hoe slecht je geheugen is, om in de lach te schieten; De dingen gebeuren omdat ze rijmen blijf je lezen, om in de lach te schieten én te proberen te ontraadselen waarom. Net als bij een goed vertelde grap is het hachelijk om hem samen te vatten of er een stukje uit te lichten en alleen dat te citeren.

    Hoe laat je zien, bijvoorbeeld, waarom het precies goed werkt als De Vries de boel laat uitmonden in nieuwe tegelwijsheidjes als in ‘Tijger’ (‘Het is niet het liegen dat een relatie om zeep helpt. Het is de vergeetachtigheid’), of ‘Hamster’ (‘Er gaat iets dood wanneer je te lang zit te babbelen’). Hoe geef je de slimme meligheid weer van de beschrijving van het gevaar dat met filosofie gepaard gaat (‘Het geeft de klootzakken de ruimte’). Of de pessimistische vrolijkheid van ‘James Dean’, waarin alvast een voorschot wordt genomen op het einde van de Verenigde Staten, en ‘Natuur’ waarin hetzelfde wordt gedaan met ‘die gekke ouwe natuur’?

    Hoe maak je aan de scepticus, die meent dat het allemaal wel wat oppervlakkig blijft, duidelijk dat het De Vries wel degelijk lukt om zijn absurdisme een sterke suggestiviteit mee te geven, zoals bijvoorbeeld in ‘Geheim’ of ‘Acrobaat’, zonder de betreffende gedichten integraal te citeren?

    De beste methode is waarschijnlijk simpelweg: u koopt de bundel en leest met het hierboven geschrevene mee. Daarna knikt u, legt deze recensie weg en begint de bundel van voren naar achteren te lezen. En daarna nog eens. En nog eens. En vooruit, voor de tussentijd toch eentje in z’n geheel dan, waarin veel van de verschillende elementen terug te vinden zijn, ‘Reis’:

    Wat is in godsnaam een Arabesk? Met die vraag vertrok ik met het schip en de halve reis dacht ik er niet aan terug. Tot ik ergens benedendeks een vrouw ontmoette die een T-shirt droeg met daarop het woord Arabesk. Wat een ontzettend toeval. Het had zo moeten zijn, juichte ik in stilte en nog tijdens de reis werden we een stel, hoewel ik bij aankomst zag dat het niet helemaal klopte. De sierlijke lijnen vormden het woord Arabien in plaats van Arabesk. Kortom, ik had het willen zien. Een moment was ik erdoor van slag, maar ik besloot de onjuistheden te negeren. Tot in de verre toekomst zal er met toeval worden gesjoemeld. Toeval is de smeerolie van de verbeelding.

    UitgeverArbeiderspers
    Jaartal2011
    RecensentThomas Möhlmann
    Editie2012-2