Recensies

  • Virtualia. Teletonen, even- en nevenbeelden

    Sybren Polet
    Virtualia. Teletonen, even- en nevenbeelden

    Xisteren in een andere tijd

    Het dichterlijke oeuvre van experimenteel Sybren Polet zou je kunnen zien als een dynamisch kruispunt. Geen slechte plek voor een literair café. Kopje koffie erbij en kijken maar. Flarden van mede-Vijftigers en andere door Polet gelezen dichters, zoals Pessoa en Rilke, komen langs. Ook zie je tijdens het lezen parallellen met gelijkgeaarde dichters. In de verte zie je ze wegfietsen, bijvoorbeeld Arnoud Rigter op zijn zelfgetekende staal, Hans Faverey (inmiddels afgestapt) en een speels zigzaggende Astrid Lampe.

    Ook het, van techniek en wetenschap doordrongen, dagelijks leven en de literatuur treffen elkaar op dit kruispunt. Met name in zijn omarming van die techniek en wetenschap heeft Polet zich van de andere Vijftigers onderscheiden. Waar in ouder werk vooral natuurkundige en biologische termen klinken, komen in Virtualia. Teletonen, Evenen nevenbeelden veel woorden uit de digitale media terug. De eindigheid, in Donorwoorden (2010) nog volop aanwezig, heeft als zwaartepunt plaatsgemaakt voor de eeuwige, virtuele schijnwereld van de nullen en de enen. De mens, die in Polets oeuvre veelal als massamens naar voren komt, is in deze bundel sluipenderwijs een ‘cyborg’ geworden die continu verbonden is met het net.

    Dat net bestaat uit ‘verten zonder horizon’ en wordt bevolkt door ‘luidruchtige eenlingkoren’. Daar wordt ‘je digitale existentie gehalveerd/ of misschien heel ergens anders opgeslagen’, bijvoorbeeld in een cloud: ‘in een lichtjaren verre duistere nis/ van een ontzagwekkend groot elektronenheelal/ met of zonder zelforganiserende/ morfogene wolken in wording’. Polets mens wordt daar zo langzamerhand beelden ‘pixelmoe’ van. De dichter lijkt op te roepen om het digitale zelf te wissen ‘voor een nevenzelf ’ dat analoog is. ‘Negatief overleven,’ schrijft hij. Biedt literatuur soelaas? Polet denkt in ‘Limietrealisme’ van wel:

    Iedereen aan het stopcontact.
                             Alleen in elektrolyse.

    Wisselstroomlicht.
                             *

    Voor u het voorgevormd virtuele of nagespeeld reële?
                             *

    Literatuur als kunst van de kortste omweg.
                             (Geen handelsreizigersroutes.)

                             *
    De taalgrens loopt dwars door mij heen.
    Droom van de oplichter: werkelijkheid.
                               (Limietrealisme.)
                             *
    En dicht toevallig de juiste woorden.

    De progressieve dichter heeft in Virtualia plaatsgemaakt voor een conservatieve. ‘Leven is levensecht spelen’ en ‘Tijd om ons te koesteren in de oude/ hartverwarmende materie’ schrijft hij elders in de bundel.

    Het is haast of je Polet zijn hoofd ziet schudden, want ook de tijdsbeleving is volgens hem door de onafscheidelijke relatie tussen mens en computer anders dan voorheen. Zo bestaat zelfs de dood daarin als een achterhaald idee. Polet verzucht: ‘Een heel andere tijd/ zonder bijtijd of natijd,/ zelfs geen nultonige.// Xisteren in een andere tijd’. De speelse samenvoeging van ‘gisteren’ en ‘existeren’ tot ‘Xisteren’ laat zien dat Polet de dichtkunst tot in de puntjes beheerst. Bovendien zou je in die x, uitgesproken als ‘iks’, een referentie aan de bundel Persoon-onpersoon (1971) kunnen lezen – de bundel die Polets massamens (iks) voor het eerst massaal bevolkte.

    Virtualia is niet wars van hermetisme, maar hoe helder en fris is hij geschreven! Bovendien is een sleutel tot Polets poëzie nooit ver weg. De bundel geeft te denken over onze aan digitale media verbonden identiteiten, de onzekerheid over onze privacy, de afname van parate kennis, de verslapping van ons cerebrale geheugen en de toename van het binaire denken dat internet op zijn geweten zou hebben. Er is weinig dichtwerk dat directer ingaat op de effecten van onze tijd.

    UitgeverWereldbibliotheek
    Jaartal2012
    RecensentMerijn Schipper
    Editie2012-2