Recensies

  • Denken op de plaats rust

    Henk van der Waal
    Denken op de plaats rust

    Alles staat stil

    Aan het begin van Denken op de plaats rust vraagt dichter Henk van der Waal aan de lezer om eventuele tegenwerpingen voorlopig op te schorten en eerst een poos met hem méé te lezen. Goed beschouwd is dat verzoek overbodig. Van der Waal doet er toch al alles aan om de lezer mee te krijgen. Zijn filosofische traktaat – want dat is dit boek – is verdeeld in delen, hoofdstukken en paragrafen, waarvan de kortste soms maar een enkele regel telt. Dat leest al vlot door. Daarnaast verleidt Van der Waal je met zijn stijl. Een vrij willekeurig voorbeeld, op pagina 81, in een passage over de dubbelhartige godsbewijzen van Descartes: ‘God is God omdat hij geen bewijs nodig heeft en niet bewezen kan worden. Als je hem wel gaat bewijzen, hoe lullig ook, dan maak je hem relatief aan dat bewijs en ontneem je hem zijn absolute status.’ Men ziet, ook de hoofdletter is aan het gemak geofferd.

    Het voordeel van deze didactiek is natuurlijk dat het boek er voor iedereen toegankelijk door wordt. Er kleeft ook een nadeel aan: Van der Waals lezers hoeven zich op geen enkele manier te kwalificeren. Die worden, helemaal in de geest van de tijd, bediend als de luie en veeleisende consumenten die ze zijn. Dat kan Van der Waal zo doen omdat hij uitgaat van een hoopvolle, verlichte premisse: dat die lezer voor verbetering vatbaar is. Dat hij hem zal kunnen ópheffen naar een stralende staat van geluk, vervuld van filosofische gedachten, van kunst en van liefde.

    Binnen zijn vooral door Kant geïnspireerde filosofie staat niet de werkelijkheid, maar de mens centraal. Van der Waal citeert Nietzsches uitspraak wel dat de mens een brug is en geen doel, maar de reden waarom dat zo is – namelijk dat de wereld niet is maar wordt – ontbreekt volledig in zijn boek. Dat heeft dan ook niet voor niets de titel die het heeft. Alles staat stil bij Van der Waal, want zoals bij bijna alle filosofen is dat de voorwaarde om überhaupt te kunnen denken. En daarom vergissen de meeste filosofen – op Herakleitos, Nietzsche, Bergson, Deleuze en een paar anderen na – zich ook op cruciale momenten. Maar de eersten laatstgenoemden schitteren door afwezigheid in dit boek.

    De wereld stilzetten, denken op de plaats rust, zorgt er wel voor dat sommige dingen helder uit elkaar gehouden kunnen worden. Van der Waal ziet het verwarren van verschillende categorieën (daar heb je Kant weer) ook als de hoofdoorzaak van de meeste ellende. Na een vogelvlucht door de geschiedenis van de filosofie, waarin hij laat zien hoe de ene na de andere kolos de plank heeft misgeslagen, besteedt hij de tweede helft van zijn boek aan een analyse van drie ‘ervaringsbereiken’ die hij onderscheidt: dat van de waarheid, de aanspraak en het onbestemde. Hij legt het mooi uit, maar ik heb me het hele boek door niet kunnen losmaken van Luceberts spreuk dat ‘niemand meer rubriceert’.

    Van der Waals ambitie met dit boek is niet gering. Niet alleen herschrijft hij de geschiedenis van de filosofie, maar ook wijst hij de weg naar een nieuwe manier om het project mens nieuw leven in te blazen. En daarbij gaat het niet alleen om denken, maar ook om hoe je je gedraagt. Een praktische filosofie dus. Niet teveel Facebooken! Trek je liever terug! Maar zit deze wereld op kluizenaars te wachten? Wordt er op het door hem verfoeide internet niet aan een veelbelovend nieuw project – Mens 2.0 – gewerkt?

    Voor wie daarentegen het ‘zelf worden’ (naar de titel van Van der Waals laatste bundel) wil praktiseren biedt dit boek een nuttige handleiding.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2012
    RecensentRutger H. Cornets de Groot
    Editie2012-3