Recensies

  • Dooier op drift

    Charlotte Mutsaers
    Dooier op drift

    Alles van plastic is weerbaar

    Voor een prozaschrijfster die de titel van een gedicht van Osama bin Laden (‘Koetsier Herfst’) tot romantitel verheft, moet het niet moeilijk zijn poëzie te zien in de wereld. Het is dan ook geen complete verrassing dat Charlotte Mutsaers na een dik dozijn essaybundels en prozaboeken met een dichtbundel komt, temeer daar ze avontuurlijk genoeg is om op haar zeventigste een nieuwe genre binnen te treden. De liefde voor de taal, de klank van woorden en het plezier om ermee te spelen bleek ook uit andere titels van haar hand, zoals Zeepijn, Hanegeschrei en Paardejam.

    Mutsaers gunt zichzelf visueel veel lucht in Dooier op drift – ook al zo’n titel waarin wordt gejongleerd met betekenissen. Ze gebruikt veel extreem korte zinnen, die de uitdrukking lijken van de nuchtere kordaatheid waarmee ze het leven lijkt te bejegenen. In combinatie met het royale formaat van de bundel en de ruim gezette strofen lijkt het even of je een groteletterboek, of zelfs een vereenvoudigd leesboek in handen hebt. Mutsaers wil best veel zeggen, maar altijd op bondige wijze. Het aantal woorden per vers is meestal gering:

    Vrachtauto
    verliest
    lading uien
    huilen geblazen
    van Amsterdam
    tot lichtstad

    Het mutsaersiaanse stempel wordt in deze bundel algauw zichtbaar: de montere eigenzinnigheid en de hoogstpersoonlijke logica met onverwachte verbindingen en een zeker mafheidsgehalte. Zo worden we in het gedicht ‘knoflookkapsel beter dan kapsules’ via knoflook naar look naar kapsels geleid:

    Om het hart goed te houden
    eet knoflook
    om de look goed te houden
    rook bruin
    om de rook goed te houden
    maak vuur

    De liefde voor de klank van woorden blijkt ook uit het spelen met buitenlandse woorden en het mengen van talen, zoals in titels als ‘Kein peur mon trésor’ en ‘Vorsicht mit Spielgut’. Her en der sluipen Duitse of Engelse zinnen of strofen in haar gedichten.

    Ook niet verbazend, gezien Mutsaers’ essayistische achtergrond, is het denkerige karakter van de poëzie. De gedichten bevatten een flink aantal verwijzingen naar filosofen, opvattingen, bedenksels. Jammer genoeg blijven de tekstjes wel wat hangen in een idee dat naar voren wordt gebracht, zoals in gedichten die betrekking hebben op dierenleed. Ironisch genoeg lezen juist deze gedichten snel weg: als de mening is verteerd is het gedicht uitgewerkt. Mutsaers slaagt er niet in haar visie naar een hoger plan te tillen. Hetzelfde geldt voor een gedichtje over de slotzin van Kafka’s Das Prozeß (‘wie ein Hund’), waaraan ze aanstoot neemt in ‘Herziene uitvoering’: het blijft bij een meninkje zonder veel zeggingskracht.

    De teksten in
    Dooier op drift zijn over het algemeen goed verstaanbaar, maar nu en dan blijft er ook wel wat te raden over. Een strofe als:

    Kind puin
    de vader
    idem doodhem
    puin stort puin
    in onze achtertuin

    zet associaties op gang die elkaar nèt niet lijken te bereiken, waardoor ze langer blijven rondzingen dan de hapklare denkbrokjes. Een hoogtepunt is het gedicht ‘Alles van plastic is weerbaar’, variërend op de beroemde regel van Lucebert, ‘alles van waarde is weerloos’. Een prachtige vondst, en ook een prachtig gedicht, waarin de ik een bosje plastic bloemen op het graf van haar geliefde schilder James Ensor legt. Opmerkelijk genoeg ook het meest conventionele gedicht, met slotverzen die zelfs ouderwets metrisch zingen:

    maar alles wat dood is blijft eeuwig
    bestaan en leeft levenslang met u mee

    Toch is het overheersende gevoel bij deze bundel, hoe origineel Mutsaers’ kijk op de wereld ook is, een zekere vrijblijvendheid. Het is alsof de woorden tussen al die lucht een beetje op de tocht staan, fris als de kleuren van de plastic bloemen op het graf van Ensor. Misschien moet poëzie toch iets weerlozer zijn.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2012
    RecensentKiki Coumans
    Editie2013-1