Recensies

  • De stort

    Joost Oomen
    De stort

    De dichtbundel als stortplaats

    Zo jong en nu al stadsdichter van Groningen. Eigenlijk is Joost Oomen nog te jong. Althans, in zijn debuutbundel De stort laat hij heus wel zien over poëtisch talent te beschikken, maar dat talent is eigenlijk nog niet toe aan het publiek dat hij er nu al voor wil hebben. Te vaak haperen de constructies nog, lijkt één en ander wat al te snel voltooid verklaard. Te vaak wordt er onnodig en naar het zich laat aanzien onbewust storend gerommeld met werkwoordsvormen en grammatica. Het oogt allemaal wat al te vluchtig, gehaast en onaf.

    Wellicht zit het ook in de leeftijd dat er zoveel zelfdefiniëring plaatsvindt in de bundel. De titel suggereert al weinig samenhang: deze bundel wil een assemblage zijn van fragmenten uit het leven van een Groningse student. Resten op de stortplaats. En veel meer is het helaas ook niet.

    Een klein hoogtepunt vormt een korte reeks gedichten waarin steeds een woningbrand terugkeert. Die gebeurtenis lijkt als een soort ijkpunt in het begin van de bundel te zijn opgenomen. “In de ochtend is het huis afgebrand/ Ook overdag gebeuren de ongevallen”, lezen we in het derde gedicht in de bundel. In het volgende wordt een serie definities van de hedendaagse student afgesloten met de zinnen:

    Wij zijn het verliezen van de afvalpas

    Wij hebben oorkondes voor ordenen en zwemmen
    Wij komen om door woningbranden.

    Als een funderend trauma is het gegeven in de bundel opgenomen, een ordenend principe in een verder relatief chaotisch, zoekend bestaan. In het volgende gedicht komt het terug en daarna mogelijk nog even als ‘bouwgat’. De vluchtigheid die in de hele bundel zit werkt in dit geval plots heel treffend. De brand, waarbij iemand is omgekomen, wordt gewoon opgenomen in de stroom observaties die het leven van de ik en ‘zijn mensen’ (saillant verwijzend naar de debuutbundel van de Nijmeegse Dennis Gaens) moeten kenschetsen, maar keert net iets te vaak terug om als zomaar nog een restje op de afvalberg te worden gelezen.

    Ergens is het misverstand ontstaan dat als je een x aantal min of meer rake, koddige of vervreemdende zinnen onder elkaar plaatst je dan automatisch uitkomt bij een gedicht. Van dat misverstand moeten we af. De stort zal niet veel opzien baren en dat is prima. Laat Oomen nog maar even in de luwte dichten. Dan wordt het wel wat.

    UitgeverPassage
    Jaartal2012
    RecensentMatthijs Ponte
    Editie2013-2