Recensies

  • Uitzicht is een afstand die zich omkeert

    Bernke Klein Zandvoort
    Uitzicht is een afstand die zich omkeert

    Kosmische danser

    Je ziet het vaak in CSI-achtige series en films: de reverse motion-scène. Detective X bekijkt de opnamen van een beveiligingscamera. Om de haverklap vraagt hij de assistent die de camera beheert, een stukje terug te spoelen. Samen met detective X ziet de kijker hoe het heden framepje voor framepje wordt afgepeld richting het verleden, alsof we de bouwsteentjes zien waaruit elk moment is opgebouwd. Het is helemaal fijn als er iets is ontploft of omvergereden: als de band terugspoelt, zien we gekapseisde bomen en omgeblazen vrachtwagens weer keurig opstaan uit hun nederige posities, nog onwetend van de catastrofe die zich even later zal voltrekken.

    Afijn, zoiets dacht ik tijdens het lezen van het wonderschone debuut van Bernke Klein Zandvoort. En om het maar uit de weg te hebben: de enige smet op deze voor de Buddingh’-prijs 2013 genomineerde bundel, is de titel. Uitzicht is een afstand die zich omkeert. Alle pretenties waar de poëzie van wordt beticht door vrijwel iedereen die op school gedichten moest lezen en er daarna niets meer van moest hebben, zitten in een dergelijke titel besloten.

    Het is ook een van de lelijkste zinnen uit de bundel, omdat hij te geforceerd is, een nadrukkelijk statement, een nodeloos brevet van inzicht en intelligentie. En dat Klein Zandvoort een intelligente dichter is, staat buiten kijf. Grof gezegd is Uitzicht is een afstand... het verslag van iemand die verschillende lagen tijd – heden, verleden en toekomst – met elkaar in verband brengt. Of anders gezegd: in ieder moment ziet ze nog de sporen van wat daaraan voorafging. Terwijl ze door de stad loopt, ziet ze het moment ontstaan, de decors van de dag worden vaak letterlijk gefabriceerd, zoals rond de arme hoofdrolspeler in The Truman Show: de zon wordt vanachter de gebouwen omhooggetrokken, gevels worden overeind getakeld en ‘stoepranden in zwart gehesen trekken laag voor laag op’.

    In die decors dwarrelen de schitterendste details rond waar een beetje dichter wel raad mee weet. Maar geen readymades bij Klein Zandvoort, wel het talent om bijzonderheden nog een slag te kantelen tot een onvergetelijk beeld: ‘een dikke pad is naast zijn binnenste gaan liggen’. Het zijn die details waarin de dichter de ketting van verleden, heden en toekomst ziet. Overal zijn resten van even daarvoor, van gebeurtenissen die nu in een zwart gat zijn dichtgeklapt maar in het hoofd van de dichter weer openbloeien:

    achter de kat die ’s ochtend binnenstapt, strekt zijn nacht
    zich uit
    een beetje zoals een schilderij blijft doordaveren wanneer je
    ernaar kijkt
    terwijl als je je omdraait het landschap neergesabeld op z’n
    schaduw hangt

    De fascinatie voor de tijd werpt uiteindelijke de vraag op: wat is echt? Alleen dat wat we zien, of ook alles wat daaraan vooraf is gegaan? Klein Zandvoort is zich bewust van de kwetsbaarheid van het begrip – ‘een woord waar ik niets van spillen mag’ – maar het is duidelijk dat zij door haar blik dat begrip ruimer opvat dan de meesten:

    boven onze hoofden raakt elke paar seconden de vuurtoren het
    tentdoek aan

    een aanraking die me echter aandoet dan de tafel, een tafel
    die ook uit twee geopende boeken had kunnen bestaan.

    Tijd. Echtheid. Het Grote Geheel, de plek van de dichter daarin. Wat Klein Zanvoort doet, lijkt op de verbazing op het gezicht van een kind dat naar de sterren kijkt en voor het eerst krijgt te horen dat wat hij ziet, er niet meer is. In die verbazing ontkiemt het eerste besef van noties als eeuwigheid, vergankelijkheid, toen, nu en later. En de, excuse my French, ‘kosmische’ overlap daartussen. Klein Zandvoort dartelt pretentieloos en met een soepele en frisse taal tussen die begrippen door in een bundel, de Buddingh’-prijs waardig.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2013
    RecensentJasper Henderson
    Editie2013-2