Recensies

  • Zover

    Froukje van der Ploeg
    Zover

    Geen ander leven

    Het is een vreemd idee dat het leven ook heel anders had kunnen lopen, met andere geliefden en andere kinderen. Daarover gaat Zover, de tweede bundel van Froukje van der Ploeg. Het leven van haar ikfiguur kan niet langer alle kanten op en dat benauwt haar.

    Dit is het moment waarop we geen schetsen meer zijn.
    Wij zijn inkt. De liefde ondertekend.

    De negentienjarigen in hun ondergoed
    de wodka de sluitingstijden de zonsopkomsten.
    Ze zijn uitgeleefd.

    Dus fantaseert ze over het verlaten van haar geliefde (‘De man met wie ze woont staat nietsvermoedend/ te werken in haar tuin. Zij haalt de sleutels/ van zijn bos’) en zelfs over een vulkaanuitbarsting die alles vernietigt. Ze zou ruw en ontzagwekkend als IJsland willen zijn.

    Toch kan de ik-figuur niet echt vluchten in haar fantasie. Haar leven had er heus niet beter uitgezien als ze voor een ander had gekozen. Op Facebook ziet ze hoe oud en gewoontjes de jongens zijn geworden waar ze vroeger zo verliefd op was (‘Hoi was het hoogst haalbare’). ‘Dagelijkse mannen’ zijn het nu, meer niet. Daarom gooit ze haar leven uiteindelijk niet om.

    Van der Ploeg beschrijft deze alledaagse wanhoop in een taal die erbij past: op het voorspelbare af, maar wel betekenisvol. Soms balt ze haar thema prahtig samen in een paar woorden. ‘Mijn lichaam is ingevuld’, laat ze bijvoorbeeld een zwangere vrouw zeggen. En niet alleen haar lichaam, denk je er dan achteraan, want door haar zwangerschap wordt ook de rest van haar leven ingevuld. Haar wanhoop over de bevalling, haar vervreemding van het kind (‘het had me niet uitgemaakt/ als het een konijn was’) vloeien er soepel uit voort.

    Zal het nog goed komen? Dat valt te betwijfelen, ondanks het licht aan het eind van de bundel: ‘ik heb de muren die zijn ruzies weerkaatsten/
    opnieuw geverfd.’

    UitgeverNieuw Amsterdam
    Jaartal2013
    RecensentBas Belleman
    Editie2013-3