Recensies

  • Ook daar valt het licht

    Miriam Van hee
    Ook daar valt het licht

    Het uitbotten van takken

    Miriam Van hee is op onopvallende wijze al bijna veertig jaar actief als dichter. Voor haar debuut ontving ze – in manuscriptvorm – meteen een prijs, en ook later is haar werk veelvuldig bekroond. In 1998 verscheen een verzamelbundel, Het verband tussen de dagen. Daarna publiceerde ze nog drie bundels, waarvan de laatste, Ook daar valt het licht, onlangs verscheen.

    Van hees werk gaat vaak over beperkingen, begrenzingen, beklemming, verlangen naar verten, reizen en het menselijk tekort – met daarin in toenemende mate berusting. Opvallend is dat veel van haar gedichten zich buiten afspelen, vaak in vervoermiddelen. Haar gedichten worden vaak geprezen om de beheerste, rustige toon en de soberheid, zonder enige opsmuk. Ook in haar nieuwe bundel klinken de regels aanvankelijk weinig opzienbarend, haast terloops. De gedichten hebben de vorm van een verslagje van iets meegemaakts, waarbij de dichteres er niet voor terugdeinst alledaagse handelingen te benoemen.

    Er is al vaker op gewezen dat er desondanks een groot raffinement in deze schijnbaar eenvoudige en heldere versregels zit. Zoals Herman de Coninck zei: ‘Haar poëzie is een beetje grijs, maar grijs is de kleur waarin de meeste schakeringen mogelijk zijn.’ De ‘terloopse’ zinnen blijken meerduidiger, raadselachtiger of indringender dan je denkt. Een voorbeeld daarvan is de titel van de bundel, Ook daar valt het licht. Die lijkt ook wat kleurloos, zo ‘wat-zegt-heteigenlijk?’ Je leest hem bijna schouderophalend. Huub van der Lubbe beschreef in een interview ooit zijn criterium voor een goede zin, dat me heel valide lijkt: kan ik mijn vrouw er midden in de nacht voor wakker maken? Als je dat criterium op deze zin toepast, gaat er als het ware een luikje open met mogelijkheden en vragen: waar valt het licht dan nog meer? Waar viel het al? Wat voor licht eigenlijk?

    Een ander voorbeeld is een gedicht waarvan de eerste zin luidt: ‘de slaapdronken trein reed tegen de huizen’. Het staat er zo onnadrukkelijk – nog versterkt door het ontbreken van hoofdletters of interpunctie – dat niet meteen doordringt wat er precies wordt beschreven. Even verderop wordt het ronduit surrealistisch: ‘de trein reed een ziekenhuis binnen’.

    De gedichten roepen vaak vragen op die geen sluitend antwoord verlangen. Het geeft de gedichten een prettige openheid, die uitnodigt tot herlezen. Zoals een ooievaarsnest dat in deze strofe wordt beschreven:

    ik zag een ooievaarsnest op een paal
    langs de weg waar de takken van
    doorgegroeid waren en uitbotten
    zouden, dat was wat ik zag

    Precies zo kan de betekenis van deze gedichten uitbotten, het beeld dat zich vormt in je hoofd.

    Interpunctie is in Van hee’s werk minimaal, ze gebruikt geen hoofdletters of punten en is spaarzaam met komma’s. Daardoor worden de zinnen haast letterlijk ongrijpbaarder: als lezer heb je geen ‘trappetjes’ of ‘deurtjes’; de gedichten zijn feitelijk één lange zin waarin je al lezende de weg moet vinden.

    Daarbij word je vooral gestuurd door het uitgebalanceerde ritme, dat op subtiele wijze heel aanwezig is. Zo zitten er heel wat walsjes in de zinnen, in de vorm van dactyli (‘pámpa-dam’) en anapesten (pa-da-dám). Ze maken de zinnen huppelig, tegelijk weemoedig en energiek. Kijk maar naar de regelmaat in zinnen als deze (gericht aan Rutger Kopland): ‘de dag van je dood bracht ik door in een feestzaal (u– uu– uu– uu–). Haast precies hetzelfde stramien volgen talloze andere zinnen uit deze bundel: ‘verlangen had altijd de smaak van de straat’, ‘en boven de sneeuw branden diepgroene letters’ of ‘je wist toen nog niet dat de tijd zou voorbijgaan en dat je niet meer maar minder zou worden’.

    Het duidelijkst is dat in een prachtig gedicht over haar vader, ‘op de watersportbaan’ waarin de ritmische zinnen twee aan twee, als roeispanen, mooi de roeiende beweging uitdrukken:

    daar gaat in een bootje mijn vader te water
    hij roeit met langzame halen waartussen

    het stil is, hij roert met een spaan in het water
    hij maakt golven die later de oever bereiken

    [...]

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2013
    RecensentKiki Coumans
    Editie2013-3