Recensies

  • Zoek de zeesnuiver

    Arnoud Rigter
    Zoek de zeesnuiver

    Mens wil kwebbelen

    Het minste dat gezegd kan worden over de poëzie van Arnoud Rigter, is dat ze buitengewoon eigenzinnig en zonderling is. In 2011 verscheen Het duimzuigend fossiel, door de dichter zelf ‘een predebutale buitenissigheid’ genoemd, op het achterplat van zijn jongste bundel: Zoek de zeesnuiver.

    Deze nieuwe bundel heeft een sterke punkrockuitstraling: naast ‘conventioneel’ weergegeven gedichten bevat hij veel grafische ontwerpen, veelal duizelingwekkende architectonische tekeningen (hoge flatgebouwen, kathedralen, stationskoepels), stedelijke dystopische landschappen en geometrische structuren. In deze ontwerpen, die doen denken aan stills uit animatiefilms, wordt tekst (losse flarden, fragmenten, regels) versneden, volgens de cut-up method van William Burroughs. Hier en daar lijkt de tekst paarsig uitgelopen, als door vocht, op andere plekken is hij vervaagd, tot het onleesbare aan toe, of juist ‘verdubbeld’, als een schaduw of visuele echo. Het is als het typografische equivalent van distortion en feedback, alsof Rigter de tekst door de fuck-up machine heeft gehaald. Het knip-enplakwerk, de collagetechnieken en de ‘ruwe’, zelfs verminkende behandeling van het materiaal (woord en beeld) maken dat Rigter de ‘Do It Youself’-attitude van de punkbeweging lijkt te omarmen in zijn poëzie.

    Andere woorden die in mij opkwamen bij het lezen van deze wellustig-vreemde bundel zijn: underground/counterculture, hasjroes en een soort ‘gotisch’ futurisme/ sciencefiction. Het is hoe dan ook duidelijk dat Rigter een spaak (of de vlaggenstok der Romantiek) wil steken in het Wiel van de Rationaliteit.

    Zoek de zeesnuiver biedt enerzijds (op groteske, satirische wijze) kritiek jegens deze krankzinnige, praatzieke wereld, zo overvol dat ze elk moment dreigt te kapseizen, anderzijds is de bundel daar juist een exponent van.

    Bij vlagen had ik de indruk van doen te hebben met iemand die apestoned loopt te oreren, waarbij kolder en orakeltaal dicht bij elkaar liggen; of met een androïde die kortsluiting maakt en in razend tempo nog wat ongearticuleerde, onsamenhangende frasen uitbrengt. Het in stilistisch opzicht gerbrandyeske gedicht ‘Biotoop’ opent met: ‘Los van deze verbale lekkage ben ik niets dan de/ oergloei in mijn broeiblik, de oogbolbolling/ bulkend van baarmoederzoetigheid’. En inderdaad, nu en dan lijkt Rigter zélf aan loquomanie te lijden (de lulkick van de hasjroker) – het gutst eruit (‘verbale lekkage’). Zijn kritiek neemt, deels, een mimetische vorm aan.

    Toch heeft de bundel wel degelijk, op soms onnavolgbare wijze, veel te zéggen: hij opent met een lang prozagedicht, sterk filosofisch en psychologisch van inslag, dat al wat komt in perspectief plaatst. In den beginne is de species mens één met wat hem omringt, met – vooruit – het ‘heelal’, er heerst een alomvattende continuïteit, een ‘fluïdum’; totdat zich de pijnlijke scheiding voltrekt van subject en object (al als wij enige maanden oud zijn). Hoe evolueren wij van een pasgeboren baby tot een volgroeid ik, met een existentieel bewustzijn? En: hoe verwerken wij het trauma van de scheiding (de geboorte van het subject)?

    Het gedicht ‘Hoe van uw obsessie een beroep te maken’ formuleert tastend het begin van een antwoord: ‘Plaatst men mensen in een hal, dan hoeft men nauwelijks te wachten/ voor ze beginnen te kwebbelen.’ En: ‘Stopt men mens in een prikkelarme meterkast, dan zal het extra/ kwebbelen. Mens is heikel weefsel. Mens wil vlaggen op manen planten/ en kwebbelen over manen en vlaggen, koffie, buren, scheidingsmuren.’ Misschien kwebbelen wij om de scheiding op te heffen tussen subject (ons ‘ik’) en object (de wereld). Komt ons kwebbelen voort uit het diepgevoelde verlangen de kloof te dichten, uit ons trauma vanwege de scheuring, het schisma, de ‘wig’?

    Zoek de zeesnuiver is een grillige, hoogst oorspronkelijke bundel, associatief, wulps kronkelend – lang niet alle gedichten zijn even goed, maar als Gesamtkunstwerk is het een fascinerend boek. Het stelt wezenlijke, existentiële kwesties aan de orde, zonder deze ‘op te lossen’.

    UitgeverAzul Press
    Jaartal2013
    RecensentWillem Thies
    Editie2013-3