Recensies

  • Ik heb de tijd

    Danny Degenaar
    Ik heb de tijd

    Ongepolijst

    Onder de debuutbundels die tussen 2002 en 2010 onder redactie van Gerrit Komrij in de Sandwichreeks verschenen, was Eternelle lust geen bollen (2005) van Danny Degenaar een van de opmerkelijkste. Levendig en fris, maf maar slim, licht van toon maar verre van oppervlakkig, kortom: een veelbelovend debuut. De meeste andere veelbelovende Sandwich-debutanten bleken al snel tot de blijvertjes in het Nederlandse poëzielandschap te behoren: ze wonnen prijzen, lieten volgende bundels bij grotere uitgeverijen verschijnen, ontplooiden relevante literaire nevenactiviteiten, werden graaggeziene gasten op podia en festivals. Rond Degenaar echter werd het stil. Af en toe moest ik in de afgelopen jaren aan deze dichter denken en ik vroeg me af wat hij aan het doen was. Het bleef stil. Misschien had zijn prachtdebuut gewoon al alles bevat wat hij aan ons kwijt wilde. Of misschien was hij in stilte bezig aan een meesterwerk dat zijn eersteling zelfs nog zou overtreffen...

    Onlangs verscheen eindelijk Degenaars opvolger, komisch genoeg Ik heb de tijd getiteld. Zijn debuutbundel overtreft hij niet, maar helemaal onbriljant kan het ook niet genoemd worden. Van de 24 gedichten in minder dan 40 bladzijden (waarvan er zeven worden ingeruimd voor illustraties van Jet H.H. Crielaard), kan gezegd worden: het was voer geweest voor een sublieme reeks, voor een kwart van iets echt supergaafs. Maar dit werd al de hele bundel. Waarin regels zijn blijven staan als ‘Stoppen of niet stoppen, dat is de pijp/ als ik tabak heb// van je/ kont die schommelt’ en ‘gras, leaves/ of grass. Blaadje valt, jij verliest/ ook je lover: ik.’ De regels staan bol van grappige Intertekstuele verwijzingen, spitsvondig- en taalvondstigheden buitelen over elkaar, maar het mist focus. Het jammere is, dat er zoveel volkomen origineels in deze dichter en zijn vondsten besloten ligt. Maar kan een vaardig redacteur dan niet even helpen dat te destilleren en het restmateriaal het restmateriaal te laten. Op een gegeven moment moet ongepolijst talent wel gepolijst worden, natuurlijk. Misschien bij Degenaars derde, die hopelijk niet te lang op zich laat wachten.

    UitgeverVan Gennep
    Jaartal2014
    RecensentThomas Möhlmann
    Editie2014-2