Recensies

  • Het moeten eenhoorns zijn

    Floor Buschenhenke
    Het moeten eenhoorns zijn

    121 spreeuwen

    Floor Buschenhenkes tweede bundel heeft een stalen structuur. Het moeten eenhoorns zijn is opgedeeld in vier afdelingen van elk tien gedichten. Tegenover dit strakke korset staat dat de korte voorbeschouwingen die elke afdeling voorafgaan vooral bij benadering de inhoud dekken. In die zin heeft de bundel eerder iets weg van een schildersmodel dat maar niet wil stilzitten. Die eigenaardige combinatie van exactheid en ongrijpbaarheid kenmerkt niet alleen de opbouw van de bundel, maar ook haar gedichten.

    Neem ‘mond-op-mond’, dat opent met het prachtige beeld: ‘de lucht is van verstelbare diepte/ een meer vormt zich rond mijn spartelende benen’. Ophelia met haar aangeleerde hulpeloosheid en lieve lachje trekt de ik-persoon naar beneden, die wordt gered door een piratenwijf met haak én snor – een badjuf, stel ik me zo voor. Terwijl het piraten- wijf een stoeptegel loswrikt, zegt zij ‘als je om toestemming gaat vragen kun je lang wachten./ neem gewoon wat je nodig hebt’. Tot zover heeft Buschenhenke al drie registers gebruikt: het beeldende, die van de wat groteske humor en die van de anekdotiek. Maar dan wordt ze in een beeld in de afsluitende regels opeens een stuk exacter. ‘alsof 121 spreeuwen gelijk opvliegen uit hun slaapboom/ zo valt de lucht bij mij naar binnen’. Treffend beeld, die opvliegende spreeuwen. De verbluffende schoonheid van hun vluchtbewegingen botst met de reden waarvoor de luchtdans wordt gemaakt: een gevaar, een roofdier. Het roofdier in ‘mond-op-mond’ heet verstikking.

    De paradoxale beweging van opvliegen en naar binnen vallen is treffend. Maar waarom exact 121 spreeuwen? Gaat het haar slechts om de assonantie? Is het bij benadering de gemiddelde hartslag van een baby en beschrijft het gedicht dan (eveneens) een geboorte? Vliegt in dat geval de hartslag op om in de boomstructuur plaats te geven aan lucht? Of is het aantal spreeuwen een rookgordijn?

    UitgeverAtlas Contact
    Jaartal2014
    RecensentMerijn Schipper
    Editie2014-2