Recensies

  • Afgekapt Dichtwerk. Gedichten 2007-2013

    Rogi Wieg
    Afgekapt Dichtwerk. Gedichten 2007-2013

    Onmodieuze poëzie

    Afgekapt Dichtwerk. Gedichten 2007-2013: deze titel zet de lezer gemakkelijk op het verkeerde been. Moet de gewichtige hoofdletter D, gecombineerd met de spirituele illustratie op het omslag, aangeven dat Wieg zijn poëzie als een sacrale zaak beschouwt? Hebben we hier te maken met een bundel verzamelde gedichten, gezien de datering? Beide vermoedens blijken tijdens het lezen waar én onwaar. Ja, Wiegs gedichten wemelen van de religieuze elementen, maar nee, ze zijn eerder bestudeerd nonchalant dan loodzwaar te noemen. En ja, deze bundel brengt inderdaad gedichten uit één periode samen, maar nee, het gaat om ongepubliceerde verzen, niet om verzamelde gedichten.

    Zo toont Wieg zich al vanaf de titel een prettig grillige dichter. Hij gaat niet mee in de poëziemodes van dit moment. Terwijl bundels steeds dikker, samenhangender en conceptueler lijken te worden, verzamelt hij niet meer dan 28 vrij beknopte gedichten, geordend in drie willekeurig aandoende afdelingen. Deze bundel heeft inderdaad iets afgekapts, zowel wat betreft de toon als wat betreft de compositie van de gedichten. ‘Good times’, een van mijn favorieten, opent met twee ogenschijnlijk kleurloze regels: ‘Lang geleden dat ik een vers schreef./ Lang geleden dat ik zo was.’ Hoe? denk je dan direct. Dan het vreemde vervolg: ‘Al is het nu maar een blaadje aan een oranje/ bloem vlak bij de zee./ – Kinderen snoepen en groeien. –/ Ik was ooit nog kleiner.’ De kindertijd wordt hier in het schrijven geïdealiseerd; prachtig worden zoetsappige jeugdherinneringen uitgedrukt met de woordcombinatie ‘snoepen en groeien’. De tweede strofe bevat de omslag: van al dat moois blijft niets over, ‘alleen wat achtergrondruis’. Na een fraaie poging om de losgeraakte bloembladeren met de terugspoelknop weer in een intact bloemenveld te veranderen, kijkt de ik-figuur nog één keer terug op de tijd dat hij ‘zo’ was, zo tegelijk pretentieloos en pretentieus ‘dat ik opstond, koffie zette en me boog over het heelal.’

    Wat een raar en raak gedicht. Wat een vreemde, aangename bundel.

    UitgeverIn de Knipscheer
    Jaartal2014
    RecensentLaurens Ham
    Editie2014-3