Recensies

  • Varen vandaan

    Joep Kuiper
    Varen vandaan
    Eb en eb

    Het debuut van Joep Kuiper, Monarchieën uit 2003, is van voor mijn recensententijd. Wat het internet erover prijsgeeft, schetst een beeld van een nogal wisselende ontvangst. Desondanks sleepte Kuiper met zijn eersteling een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs in de wacht. Nu is het 2014 en is de tweede bundel van Kuiper verschenen. Aan zijn LinkedIn te zien, hield Kuiper zich, zoals zo velen, in de tussentijd bezig met afstuderen en het opstarten van een maatschappelijke carrière. Zo’n periode van ontwikkeling op andere fronten, van volwassen worden als je wil, zou ruimte kunnen creëren voor meer volwassen, meer doorleefde poëzie. Biedt Varen vandaan ons die?

    De bundel is geometrisch opgezet, met een centrale reeks van 33 gedichten, ‘3’ getiteld, omgeven door reeksen van drie gedichten die eerst oplopend, dan aflopend genummerd zijn van 0 tot 2.

    Het leitmotiv van de bundel lijkt het reizen te zijn. Niet noodzakelijk het fysieke reizen, maar het verlangen wat eraan ten grondslag ligt: het verlangen ergens anders te zijn, het verlangen naar beweging.

    Stilistisch vallen vooral het enorm hoge tempo van de gedichten en het soepele, maar onvoorspelbare ritme op. Al in de eerste regels van de bundel is het echter ook duidelijk dat Kuiper trouw is gebleven aan zijn favoriete stijlmiddelen herhaling, paradox en woordspeling:

    dames en herten
    de nacht is nooit de nacht
    de nacht is nooit de nacht die je verwacht

    Dat voorspelt niet veel goeds. Gelukkig komen verderop in de bundel alle aspecten van Kuipers stijl vaak wél op de goede manier bij elkaar, bijvoorbeeld in het gedicht ‘De grote oude zee’:

    drijft de grote oude zee in bewegingen van eb en
    eb heen en weer
    of eigenlijk alleen heen, zegt ze

    bijna als een man die een zeemeermin vindt
    achtergebleven op een rots naast al het andere zeekots, zegt ze
    waar is dan nog de zeeënde zee, zegt ze

    dat de zee alleen nog maar kon groeien in de schuimkoppen
    waarvan de zee het land bedekte de zwarte knieën van de gewassen waste
    grondig waste de kleffe

    modder en het kind de vroegste jaren van de zee een tsunami
    van maximaal anderhalfmetershoge golven
    van blond geluk

    dat is de zee, zegt ze
    ze wijst naar de zee die er niet is
    de ingelijste zee

    De paradox is er in het ‘eb en eb’, de muzikale herhaling in het ‘zegt ze’. Kuipers doseert het rijm (‘rots – zeekots’), de woordspeling (‘de modder en het kind’) en de herhaling goed, waardoor ze het beeld ondersteunen. Dit gedicht laat ook de toon van de hele bundel goed zien. Varen vandaan gaat over verloren liefde, over nostalgie en over zijn waar je niet bent. De bundel gaat over het verlangen naar een zee die er niet is, behalve op een oude foto. Soms maakt Kuipers dat heel mooi invoelbaar en laat daarmee zien dat hij kan dichten. Een bundel zo muzikaal, zo één geheel en met zo veel beweging als Varen vandaan zie je niet iedere dag langskomen. Veel te vaak wordt het door de vele zogenaamd leuke vondsten ook kitsch en meestal wint de irritatie het dan van de bewondering.

    Gedichten in een bundel zijn geen popliedjes die je luistert tijdens de afwas. Gedichten in een bundel zijn gemaakt om te lezen en te herlezen. Het is juist bij herlezing dat taalgrapjes die Kuipers zo gretig in zijn gedichten stopt, en die het wellicht op het podium prima zouden doen, irritant worden. Soms is het één dissonant in een gedicht, soms is het een heel gedicht lang op het randje, maar een aantal gedichten had in zijn geheel weg gemoeten. Een creatie als ‘Uit naam van de liefde’ heeft in deze bundel niets te zoeken:

    liefje nee niet nu nee echt echt niet nu
    ik ben net met je
    begonnen om met je bezig
    te gaan een gedicht voor je aan de slag te slaan dus
    godverdomme niet nu

    De manier waarop Kuipers leuk denkt te moeten doen, wekt de indruk dat hij niet genoeg vertrouwen heeft in de zeggingskracht van zijn eigen werk. Blijkbaar vindt hij dat zijn poëzie flauwiteiten nodig heeft om de aandacht van de lezer vast te houden. Er zit echter meer dan genoeg in deze gedichten om een lezer te boeien. Het is dus eeuwig zonde dat Kuiper en zijn redacteur niet bereid of in staat zijn geweest woordspelige darlings als ‘huilpui’ of ‘de laatste bus naar Erebus’ de strot af te snijden.

    Het is bovendien een euvel dat je vooral bij jonge, onervaren dichters ziet. De hoop dat een decennium van andere dingen doen een rijper dichter had opgeleverd was dus ijdel. Dat is jammer. Varen vandaan is een dikke bundel die barst van dynamiek en emotie, maar de emotie wordt gesmoord in de flauwe grappen en grollen van een onzeker dichter.

    UitgeverKaraat
    Jaartal2014
    RecensentBouke Vlierhuis
    Editie2014-3