Recensies

  • Gedichten

    Yahya Hassan
    Gedichten

    Op weg naar succesverhaal

    Met poëzie heeft het allemaal niet zo veel te maken. Wat iets anders is dan dat er niet een speciaal soort schoonheid uitgaat van een tekst als deze:

    ‘Ik wipte je wijf/ Ik haalde je huis leeg/ Ik stopte de televisie in het dekbed van jullie zoon/ Ik kon geen redenen bedenken/ Waarom mijn neef/ Jullie zoons computer niet mee zou moeten nemen/ Een laptop is een laptop zei hij/ Dat is 500 extra de man/ Je gitaren belandden bij Hassan de heler’.

    Dit onder de titel ‘Bekentenissen’ en typografisch alles in kapitaal gezet.

    De gedichten – want zo worden ze gepresenteerd – van de Palestijns/Deense debutant Yahya Hassan (1995) worden de lezer in het gezicht geslingerd. Hij deelt mokerslagen uit. Niet in de vorm van aanklachten, maar zuiver door te vertellen van zijn leven, een aaneenschakeling van mishandeling, misdaad, straf.

    De achtergrondinformatie is essentieel om een bundel als deze te kunnen waarderen. Het feit dat Hassan zoon is van Palestijnen die in de jaren tachtig vanuit een vluchtelingenkamp naar Denemarken emigreerden, opgroeide in een zogeheten achterstandswijk en vanaf zijn dertiende officieel als probleemjongere werd bestempeld, draagt bij aan zijn status. Net als dat hij geïnterneerd en wel in aanraking kwam met literatuur, onder andere met Dostojevski natuurlijk, Misdaad en straf.

    In het grote slotgedicht, ‘Megadicht’, 32 bladzijden lang, geeft Hassan een recapitulatie van zijn metamorfose van crimineel tot dichter. Het is een geraffineerd betoog, gesteld in pseudo-ongrammaticale zinnen. Openingsregels: ‘De ene dag/ Ik ben een gezonde en goedgeïntegreerde dichter/ (...) de volgende dag ik moet voorkomen voor autodiefstal’. Alles wat in het voorgaande aan de orde is gekomen, komt nu nog een keer terug in een woedende lamentatie, een requisitoir, waarin hij verhaalt van afkomst, lotsbestemming, ontsnapping. ‘Ja mij ik ben op weg naar succesverhaal!’

    Zijn – inderdaad – succesverhaal lijkt wat dat betreft op dat van onze eigen Özcan Akyol, de schrijver die een onmiddellijke bestseller had met zijn autobiografische roman Eus. We lusten er wel pap van, van de ongeletterde bolster, de gedoodverfde crimineel, die in zekere zin gered wordt door de literatuur, bij voorkeur in de gevangenis. Er is kennelijk een honger naar rauwte, een honger ook naar kastijding. Zoveel leed, ook in uw kouwe landje. Mocht het allemaal niet lukken met de integratie, laat er dan maar mooie literatuur van komen. In Denemarken verkocht Hassan meer dan 100.000 exemplaren van zijn bundel, én hij won tot nog toe al drie grote literaire prijzen.

    Mooi of makkelijk, rauw of vol effectbejag, ik bleef al lezende pendelen tussen extremen. De poëzie van Hassan is zo nadrukkelijk niet-poëtisch, dat je het misschien ultrapoëtisch zou moeten noemen. Tegelijkertijd wordt het op willekeurige momenten afbreken van zinnen op den duur nogal vervelend, zeker in een flauw gedicht als ‘De koffieclub’ waarin de groepsleiders worden weggezet. ‘Als iedereen klappen heeft gehad en naar zijn kamer is gestuurd/ drinken ze koffie’. Had hij hier maar gestopt, maar kennelijk voelde Hassan de aandrang er nog een ultieme slotzin aan toe te voegen: ‘Boven blanco formulieren voor gebruik van geweld’.

    Ja we voelen hem. De dagen dat cabaretgroep Don Quishocking furore maakte lijken even weergekeerd.

    Over wat poëzie precies is hoeven we niet puriteins te doen, maar als het goed is ontstaat in ieder geval de indruk dat ieder woord er één is. Poëzie is de kunst van de begrenzing, van de vorm. Ondanks alle klappen die hij heeft opgelopen in zijn leven, als we zijn bundel autobiografisch mogen duiden, is Hassan nog niet helemaal streng genoeg voor zichzelf geweest. Er staan schrijnende gedichten in deze bundel, zoals ‘Lattenbodem’, waarin wordt verhaald hoe de vader een lat uit de bodem van het bed breekt om de verteller te slaan tot hij amper nog kon lopen. Hoe hij dan probeert zijn broer te beschermen. Maar het hadden ook verhaaltjes kunnen zijn, met mooie zinnen als ‘de wang voor een kus was de wang voor een klap’. De goedwillende lezer ziet authenticiteit, diens kwaadwillende kompaan een 
    zekere luiheid.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2014
    RecensentMarja Pruis
    Editie2014-3