Recensies

  • Fijn dat u luistert

    K. Schippers
    Fijn dat u luistert

    Dingen met en zonder nut

    Fijn dat u luistert, heet de nieuwe bundel van K. Schippers. Het zinnetje komt uit een gedicht waarin, zoals vaak in deze bundel, met taal als basismateriaal een decor wordt opgebouwd. Een hotelkamer, een hotellounge met ontbijt, roereieren en sinaasappelsap. Maar zo snel als het toneel wordt volgezet, zo vlug is het ook weer leeg. De titelzin – fijn dat u luistert! – komt uit een radio die niet aan staat. De illusie van aanwezigheid wordt doorbroken.

    Een landschap schilderen zonder er zelf in voor te komen, noemt de dichter het. Hij is bereid zijn regie af te staan. Op de radio zijn de rollen duidelijk: een stem praat, dicteert, de luisteraar houdt zijn kop. Schippers lokt de lezer, die ook een luisteraar is, bijna fluisterend zijn gedichten in en dwingt hem goed om zich heen te kijken. Het gedicht als een pleidooi voor een actieve kijken luisterhouding.

    Daarbij gaat het meer om het observeren zelf, dan om het geobserveerde – of beter gezegd, het observeren zelf wordt onderwerp. Ook letterlijk, want de dichter praat (of telt, want net als in Tellen en wegen komen in deze bundel veel getallen voor) voor zich uit. Het is een vorm van anekdotiek, en toch ook weer niet: in het gedicht wordt in de eerste plaats een idee, een gedachte uitgewerkt, die je als lezer kunt volgen:

    Het vermoeden

    dat je

    je de lijn,

     

    de abstractie v. een gedachte

    – de loop daarvan –

     

    herinnert

    zonder kleuren,

    mensen

     

    voorwerpen enz.

    Dit gedicht beeldt zichzelf uit, het is geen beeld van iets anders. Dat is vaak zo in deze bundel. Dingen verdwijnen uit beeld. Niet concreetheid, maar abstractie is dan ook de grondtrek van dit werk. Het is een abstractie waarover de dichter met affectie spreekt, omdat die hem in staat stelt zich te onthechten van nut, doelmatigheid, de dwang van één perspectief:

    de elegantie van wat niets meer hoeft
    voor te stellen,
    van wat zo slim buiten elk nut is geraakt

    In dat licht is het niet vreemd dat enkele van de gedichten in deze nieuwe bundel eerder te lezen waren in Buiten beeld, uitgegeven als geschenk voor de Poëzieweek, gratis verkrijgbaar bij de aankoop van een euro of tien aan poëzie. Als supplement dus: een stukje authentieke verwondering, eenmaal daags in te nemen.

    Verwondering slaat dan om in sentimentaliteit, in een geësthetiseerde beleving van de werkelijkheid. ‘Alles is anders, zonder meervoud,/ van niets bestaat een kopie,’ lezen we bijvoorbeeld. Maar is dat wel zo? Laat de dichter zich hier niet in de luren leggen door de glimmende pracht van het geïsoleerde ding? Is er geen sprake van eenvormigheid onder de veelvormigheid? De schoonheid van het nutteloze staat engagement in de weg.

    Maar dat hoeft niet. In een van de gedichten, dat vrijwel geheel uit vragen bestaat, formuleert Schippers zijn interesse in het kijken met meer betrokkenheid:

    Zouden er andere voorwerpen zijn gemaakt als we
    anders kijken (keken hadden gekeken)

    Uiteraard volgen er geen harde antwoorden, maar bijna krijgt de methode Schippers hier de trekken van een heuse ethiek. De authentieke verwondering waar deze poëzie prat op gaat is niet louter die van een werkelijkheid die wordt scheef gezet en eventjes bizar, grappig vertekend, surreëel wordt. Kijken brengt je ook in contact met de werkelijkheid in haar virtuele staat. Anders kijken om anders te kunnen denken en uiteindelijk anders te handelen.

    Zo geformuleerd klinkt het wat zwaar voor deze poëzie, die eigenlijk altijd een lichte, milde toon aanslaat. Maar het zijn juist deze momenten in de bundel waarin poëzie een speculatieve exercitie is die dingen voortbrengt zonder nut, zonder gebruikswaarde die mij het meest activeren.

     

    UitgeverQuerido
    Jaartal2014
    RecensentFrank Keizer
    Editie2014-3