Recensies

  • Gedichten 1917-1930

    T.S. Eliot
    Gedichten 1917-1930

    Oude botten onder een jonge huid

    Zou het onaangenaam zijn geweest om meneer Thomas Stearns Eliot te ontmoeten? De Amerikaan die een goed deel van zijn leven in Engeland doorbracht moet een beetje een frik zijn geweest, zeer intelligent, maar vormelijk en stijf en niet per se gezellig in de omgang. Bekeerde zich tot de Anglicaanse kerk tot verbijstering van zijn vrienden. Hij werd breed gewaardeerd als een briljant filosoof, maar maakte vooral naam als literair criticus. En uiteindelijk als een groot modernistische dichter. Hij had een beroerd huwelijk en was heel jaloers op James Joyce toen hij diens Ulysses gelezen had: dat was hoe het moest! Ezra Pound overreedde hem alsnog The Waste Land te publiceren: hetzelfde procedé maar dan op poëzie toegepast.

    Een ontmoeting met Mr Eliot valt niet mee.
    Hij ziet eruit als een blikken dominee.
    Zijn gezicht heeft iets stuurs,
    Zijn mond iets zoet-zuurs...

    dichtte Eliot over zichzelf, en vertaalde Martinus Nijhoff in 1949. Nijhoff vertaalde toen eveneens Het liefdeslied van J. Alfred Prufrock. Dat is althans hoe het nu heet in de uitgave van de Gedichten 1917-1930, in vertaling van Paul Claes die ook het commentaar verzorgde.

    Prufrock werd gepubliceerd in juni 1915 en vormt Eliots eerste literaire publicatie, in dezelfde maand dat hij trouwde met de geestelijk instabiele Vivienne Haigh-Wood die in een inrichting zou eindigen, en zich de attenties van de grote professor/filosoof Bert- rand Russell zozeer zou hebben laten welgevallen dat Eliot hem verschillende malen wrang vereeuwigde in zijn werk.

    Moeten we dat allemaal weten? Volgens Eliot niet: die houdt niet van een biografische ingang tot literair werk. Volgens Paul Claes wel, die in de vertaling Het barre land die eerder bij De Bezige Bij uitkwam zelfs een volledige ‘biografische sleutel’ aan het werk toevoegde waarin hij impotentie en onvruchtbaarheid aan de basis van dit modernistische werk stelt.

    Susan Sontag omschreef in haar essay uit 1964, Against interpretation, interpretatie van een kunstwerk als ‘the compliment that mediocrity pays to genius’. Bij lezing van een vertaling met commentaar van Paul Claes kun je niet heen om de kwestie of wat hij doet genoeg is, te veel, of dat het uit de bocht vliegt. Eliot had in Claes’ lectuur gewaardeerd dat hij zich bewust is van een belangwekkend modernistisch principe: in kunstwerken resoneren vele kunstwerken uit het verleden mee. Eliot is van mening dat als je een gedicht leest je kennis moet hebben van eerdere gedichten. Van de wereldliteratuur. Een gedicht is als een lichaam waarin je de literatuurgeschiedenis kunt zien bewegen; als oude botten onder een nieuwe huid.

    In deze uitgave zijn drie bundels bijeengebracht: Prufrock, Gerontion en Ariël, naast The Waste Land bundels uit de eerste helft van Eliots leven. Vooral Claes’ voorwoorden per bundel zijn echt voorbeeldig. Het is een heel divers boek, met lichte tonen en vrij duistere delen.

    De winteravond legt zich neer
    Met walm van steaks in stegen.
    Klokslag zes.
    De peukjes van doorrookte dagen
    En plots waait een regenvlaag
    De vieze resten
    Van verdorde bladeren en kranten
    Vanuit braakgrond om je voeten;

    Dit moderne geluid moet ook Nederlandse dichters in het interbellum zeer hebben aangesproken: Vestdijk en ook Nijhoff hebben goed naar Eliot gekeken. (Bijvoorbeeld ‘Preludes’, of ‘Rapsodie in een winderige nacht’ klinken na in werk van Nijhoff!)

    Vooral bij relatieve duidelijkheid vertaalt Claes ook vaak echt tot Nederlandse poëzie, waarvoor hij hulde verdient. Als de gedichten lastiger zijn, kiest Claes regelmatig voor een vertaling die zich naar een interpretatie toe beweegt. De vertaler kiest dan een betekenis waar de dichter die ambigu laat. Een betekenis kiezen is het gedicht afdichten en Claes’ keuzes zijn soms ingegeven door wat hij aan interpretatie lijkt te willen bewijzen. Dat is jammer, de lezer wil graag zelf kunnen kiezen. Ook is het rijm wel eens een probleem, soms moet er rijm komen en zijn de keuzes die de vertaler daar maakt discutabel. Een voorbeeld:

    I grow old...I grow old...
    I shall wear the bottoms of my trousers rolled

    wordt

    Ik word oud...oud en loom...
    Ik draag straks een broek met omgeslagen zoom.

    Dit ‘loom’ is en blijft wat mij betreft voor rekening van de vertaler. In het commentaar leren we dan nog: ‘Broeken met omgeslagen zoom waren toen in de mode.’ Waar menigeen meer logica zal vinden in het proces van krimp bij ouderdom als verklaring voor deze regel. Hier hebben we Claes dus niet nodig. Maar dikwijls kunnen we hem zeer dankbaar zijn: de Klassieke, christelijke en Dante-verwijzingen door het hele werk zijn onmiskenbaar en de vertaler heeft dat allemaal voor ons uitgezocht, de vertalingen van zinnen uit vele talen worden allemaal bijgeleverd. Steeds als Claes de literaire allusie meldt, mag de lezer zeer dankbaar zijn; regelmatig als hij uitlegt of interpreteert zijn vooral de wenkbrauwen van de lezer aan het werk.

    Is een gedicht een kustwerk of een puzzel? Voor Claes vaker een puzzel. Voor Eliot een kustwerk dat je alleen als je zeer onderlegd bent kunt waarderen. Maar poëzie zingt zich ook heel vaak los in deze waardevolle bundeling.

    Laat deze woorden verantwoorden
    Wat gedaan en afgedaan is
    Moge het oordeel niet te zwaar op ons wegen

    Omdat dit geen vleugels meer zijn om te vliegen
    Maar om te molenwieken in de lucht
    De lucht die nu zo dun en droog is
    Dunner en droger dan de wil
    Leer ons bezorgd en onbezorgd zijn
    Leer ons stil zitten.

    UitgeverKoppernik
    Jaartal2019
    RecensentMenno Hartman
    Editie2020-2