Recensies

  • Weg van Damascus

    Ghayath Almadhoun
    Weg van Damascus

    Strijdlust en schuldgevoel

    Eén van de revelaties van het eerste Read My World festival in Amsterdam, zomer 2013, was de Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun (1979). Gewapend met een zekere intense onverstoorbaarheid in zijn voordracht en een stel Engelse vertalingen van zijn Arabische gedichten, veroverde hij in enkele optredens zijn publiek. Een jaar later mocht hij terugkomen op het festival, nu om zijn eerste Nederlandstalige bundel voor het voetlicht te brengen: Weg van Damascus, vertaald door Djûke Poppinga. Voor we aan die bundel zelf toekomen, eerst lof voor uitgever Jurgen Maas, die Almadhouns eerste Nederlandse optreden bijwoonde en vervolgens snel en trefzeker handelde. Zo dient een uitgever te werk te gaan: je ziet, leest of hoort iets nieuws dat je intrigeert, je verdiept je erin en stelt vast dat de fascinatie beklijft, meer biedt dan een oppervlakkige sensatie of toevallige actualiteitswaarde, en laat de raderen draaien om in relatief korte tijd een echt aantrekkelijk uitgave van sterk werk in piekfijne vertaling te kunnen presenteren.

    De voorkant van de bundel toont deels al wat Almadhouns werk zo indringend maakt. We zien een afbeelding die in de loop van de afgelopen eeuw verwerd tot romantisch cliché, De kus van Gustav Klimt. Volkomen herkenbaar, en aangenaam nog altijd ook eigenlijk. Maar kijken we beter, dan zien we dat het beeld geprojecteerd is op de gehavende gevel van een kapotgeschoten gebouw. Minder herkenbaar, en zeker minder aangenaam. Zo werken ook veel van Almadhouns gedichten: de verf is met lyrische toets aangebracht, romantisch haast, maar tegen een nijpend verontrustende achtergrond. Oorlogsgeweld, onrecht en wroeging domineren zijn regels, maar de dichter weigert zich tot een politiek statement te beperken. Hij zwelgt niet in de wrede spelingen van het lot, maar toont en bevecht ze, met wat hij daartoe in stelling kan brengen: zijn woorden, zijn menselijkheid, zijn gevoel voor humor ook:

    De sluipschutter vroeg me geen toestemming toen hij vuurde, een duidelijk
    gebrek aan wellevendheid, dat inmiddels een veelvoorkomend verschijnsel is geworden.

    Al in 2008 verruilde Almadhoun zijn geliefde Damascus, de stad waarin hij opgroeide, studeerde en tot literaire wasdom kwam, voor Stockholm. Het was hem in Syrië te heet onder de voeten geworden en in de jaren die volgden, heeft de geschiedenis hem daarin groot gelijk gegeven. Toch lukt het hem niet zich zorgeloos te koesteren aan ‘de verdovende invloed van/ veiligheid, ziektekostenverzekeringen, sociale voorzieningen en vrijheid van/ meningsuiting’. Op den duur moet hij zelfs vaststellen ‘dat onze Europese/ verblijfsvergunning de afstand tussen ons en de dood door kogels heeft/ vergroot, maar ons dichter bij zelfmoord heeft gebracht’. Beide citaten komen uit de reeks ‘Ik kan niet aanwezig zijn’, waarin de dichter zich in dertien steeds minder goedgevulde pagina’s probeert rekenschap te geven van zijn vertrek uit zijn vaderland, en zijn onvermogen er terug te keren. De reeks is illustratief: stem en onderwerp zijn zeer persoonlijk, maar naar de betrouwbaarheid van de verteller blijft het gissen. Wie aan het woord is, spreekt recht uit het hart, maar het hart blijft een bedrieglijk ding. En de uiterlijke vorm van de gedichten is ondergeschikt aan de inhoud, maar de inhoud wordt pas door het pad van de precies gekozen woorden pregnant gemaakt. In een eigenzinnig ritme kluwen de pagina’s samen tot een magistrale hedendaagse vertelling over afkomst en actualiteit, liefde en geweld, strijdlust en schuldgevoel.

    ‘Ja, ik vind poëzie belangrijk,’ zei Almadhoun onlangs in een interview, ‘poëzie kan de maatschappij niet veranderen, maar wel mensen veranderen die de maatschappij kunnen veranderen. Poëzie is bij uitstek een uitdrukking van menselijkheid en heeft daardoor een diep reinigende werking.’ Grote woorden wellicht, maar daarmee geen woord teveel gezegd. Weg van Damascus vormt daarvan een overtuigend bewijs.

    UitgeverJurgen Maas
    Jaartal2014
    RecensentThomas Möhlmann
    Editie2015-1