Recensies

  • Wachtkamers

    Saskia Stehouwer
    Wachtkamers

    Nieuwsgierigheid en schrijfplezier

    Gebrek aan controle leidt tot onrust en angst. Die angst is de kern van veel nare dromen en lijkt ook het kernthema te zijn van de debuutbundel van Saskia Stehouwer. Kijk maar naar de afdelingstitels: ‘Het onvermogen van de voorbijganger’, ‘Ik ga de hoek om en er is geen bakker’, ‘De imker naar wie de bijen niet luisteren’.

    De personages in deze bundel zijn in ieder geval iets kwijt. Soms iets concreets, maar meestal de controle, de troost van vaste patronen:

    de vrouwen en hun korte kapsels
    kijken zwijgend toe
    hoe de spelers het anders doen
    dan anders

    ze zijn de hoekstukken kwijt
    hun manieren druppen naar beneden
    hun kragen laten los
    hun veters verkrampen in hun schoenen
    de rest begint een kwaadaardig zakken
    dat niemand ontziet

    Ja, een kwaadaardig zakken dat niemand ontziet. Dat gevoel herkennen we allemaal, en toch is het een eenzaam gevoel. Je slaat de hoek om en er is ineens geen bakker meer. Dingen vallen in deze gedichten weg. Een huis is ‘zoekgeraakt’. Een arm wordt afgebeten. In ‘Glimp’ verdwijnt een vader doordat hij ‘het huis uit en zijn hoofd in’ loopt. ‘We zagen hem nooit meer’, schrijft de dichter. Maar het is niet allemaal duisternis, want:

    de kleuren veranderden
    een helder blauw kwam op de muren terecht
    en onze nagels ontwikkelden een duidelijk
    groene ondertoon

    Ik gebruikte het woord ‘huis’ al twee keer. Het is een woord dat heel veel voorkomt bij Stehouwer. Ook verwijzingen naar ouders zijn er veel, net als beelden van een boom. Samen met de thema’s ‘controle’, ‘zoeken’ en ‘kwijt’ die steeds terugkomen vormen ze een netwerk van betekenis. Ook het thema van de (kwijtgeraakte) landkaart zien we een paar keer terug en ook dat is goed te interpreteren als een symbool van de controle, het verloren overzicht.

    Het klinkt allemaal nogal zwaar, maar dit is geen depri-bundel. Daarvoor is Stehouwers toon te monter en laat ze als dichter teveel nieuwsgierigheid en schrijfplezier zien. De gedichten zijn ook eigenlijk veel te rijk om ze vast te pinnen op één setje thema’s. Ze zitten vol beelden en mooie taal en springen alle kanten op. Zo vond ik in de eerste strofe van ‘Voor’ een stukje uitstekend (en grappig) levensadvies:

    als het zwaar wordt
    schrijf met potlood
    draag een lichtere jas

    Een wolk van los-vast aan elkaar gerelateerde subthema’s geeft deze bundel nog meer levendigheid. Jeugdbeelden met bosjes, weilandjes en fietswielen, een portret van een huismeester, een man in Oude Pekela die een molendag organiseert: het maakt deze bundel heerlijk divers.

    Een thema dat, verfrissenderwijs, niet expliciet aanwezig is in Wachtkamers is het schrijven zelf. Ik geef toe: een poëticaal te interpreteren gedicht is voor een recensent altijd een handige kapstok voor zijn redenering, maar ik kan me voorstellen dat de gemiddelde lezer toch vooral geïnteresseerd is in de vruchten van het dichterschap en minder in de kwellingen ervan.

    Saskia Stehouwer debuteert, maar haar naam klinkt al bekend. Dat komt waarschijnlijk omdat ze - onder andere - al twee keer in de Turing-bloemlezing stond en in Waarom ben je niet bij mij?, de bloemlezing met liefdespoëzie van Arie Boomsma. Maar Wachtkamers is wel een echt debuut, in de zin dat het een zoekende bundel is. Stehouwer heeft haar vorm nog niet gevonden. De gedichten zijn allemaal interessant, maar wisselen nog wel in kwaliteit en intensiteit.

    Vooral als de dichter zich te veel ruimte geeft kunnen de gekozen beelden wat vrijblijvend overkomen. De beeldrijke, speelse en breed uitwaaierende gedichten van Stehouwer hebben baat bij inkadering in een anekdote. Dat werkt heel goed bij het eerder genoemde ‘Glimp’ en ook in ‘Niet over de blaadjes fietsen’, dat wordt ingeleid met een herkenbare scène, alvorens een filosofische weg in te slaan:

    op muisgrijze pantoffels
    sluipt de droom de kamer uit
    wij worden wakker
    bij elkaar in de buurt
    de zon stift onze lippen

    mijn omtrek staat in de kromming van je rug
    maar wat laat ik na

    Zwakke regels zijn er ook, als je ze zoekt. ‘Als ik mijn vleugels strek/ verdwijnt de stilte’. ‘Woorden staan er als een hek omheen’. Dat soort grote woorden past slecht in de verder zo fijn geschetste beelden van Stehouwer. In de toekomst zou ik ook de vergelijkingen met ‘als’ graag uit haar gedichten zien verdwijnen. Dat schept altijd een afstand tussen lezer en beeld, terwijl nou juist de herkenbaarheid een groot deel van de kracht van deze poëzie is.

    Is het erg dat een debutant nog niet ieder gedicht, iedere regel even scherp is? Natuurlijk niet. Een debuut lezen is altijd een kwestie van vooruit kijken, potentie willen zien. En die is er genoeg. Stehouwer laat met Wachtkamers zien dat ze iets te vertellen heeft, dat ze een thema uit kan werken en dat ze ambitie heeft. Wie kan haar dan kwalijk nemen dat ze nog moet zoeken naar de perfecte vorm?

    UitgeverMarmer
    Jaartal2014
    RecensentBouke Vlierhuis
    Editie2015-1