Recensies

  • Wat koop ik voor jouw donderwilde machten, Willem

    Martijn Benders
    Wat koop ik voor jouw donderwilde machten, Willem

    Kukeleku

    Martijn Benders is een van de eigenzinnigste jongetjes van de klas. Na de tegenvallende verkoop van zijn voor de C. Buddingh’-prijs genomineerde bundel Karavanserai (2008) besloot hij zijn werk alleen nog in eigen beheer te publiceren. Hij vertrok bij Nieuw Amsterdam en gaf achtereenvolgens Wat geef ik voor je donkerwilde machten, Willem (2011) en Wôld, wôld, wôld (2013) uit bij zijn daartoe in het leven geroepen uitgeverij Loewak.

    Dit jaar zagen drie publicaties het licht. Naast De Essentiële Martinus Benders bij uitgeverij Stanza en de samenwerking met Dale Houstman Stubbing Out a Cigarette on a Nightingale bij de Berlijnse Vlak Publishers, verscheen Wat geef ik voor je donkerwilde machten, Willem opnieuw, ditmaal bij Van Gennep. Deze officieel erkende uitgave is opmerkelijk omdat hij diametraal tegenover Benders’ opvatting lijkt te staan van het literaire systeem – dat heet, als je de vermelding op de Engelstalige Wikipedia voor waar aanneemt (de Nederlandstalige is bondig op het calvinistische af): ‘Benders – similar to American poet Bill Knott – has chosen to self-publish his work, in large part as a principled stance against nepotism, cronyism, narcissism, and ineptness that he argues prevail in the subsidised and publicly recognised literary world, institutions, and festivals’.

    If you can’t beat them, join them, moet Benders hebben gedacht: naar verluid was een tweede officiële publicatie nodig voor een beurs van het Fonds van de Letteren.

    Waar Wôld, wôld, wôld een bonte verzameling is van diverse genres (naast poëzie, onder andere e-mail en visuele poëzie), beperkt Wat geef ik voor je donkerwilde machten, Willem zich tot de gedichten en het is dus niet vreemd dat juist voor dit werk is gekozen om opnieuw uit te brengen.

    Wat opvalt in de uitgave van Van Gennep is dat elke referentie aan de eerdere uitgave ontbreekt. Opmerkelijk, want de uitgaven van 2011 en 2014 verschillen nauwelijks: een krantenbericht dat in de eigen beheeruitgave voorafgaat aan de gedichten ontbreekt in de editie van Van Gennep; de 2014-uitgave is een paar gedichten korter dan die van 2011 en er is een minimale variatie in de volgorde van de gedichten; op een enkele kleine tekstuele verandering na, betreffen de weinige aanpassingen enjambementen en interpunctie.

    Het 88 gedichten vullende werk dat nu via officiële kanalen de verkoop ingaat, is daarmee even onevenwichtig gebleven als de bundel uit 2011.

    Onevenwichtig is echter een glas dat halfvol/halfleeg is. Het is maar waar je je op richt. De halflege gedichten zijn veelal eendimensionale teksten die bij een grapje blijven hangen. Zie bijvoorbeeld het gedicht ‘Gum’, dat opent met: ‘Je bent een lekker ding./ Ik ga je een gum voor je verjaardag geven.’ Omdat het de grootste vlakgom ter wereld betreft, zal de ander niet in zwijm vallen, noch (treffend verwoord) de uitgestoken hand uitgummen. ‘Maar je kijkt me vertwijfeld aan/ met die romige oogjes van je.’

    De halfvolle gedichten bevatten sterkere beeldspraak en zijn absurdistischer; nieuwe mythologieën worden er zelfs in geschapen, neem ‘Haan’:

    In zijn zwarte ogen flikkeren
    de frietsteden van de toekomst.

    Hij peuzelt de zieltjes
    van uitgestorven dieren op.
    Zijn betovergrootvader
    bracht de ark tot zinken.

    ’s Nachts zwalkt hij
    als een vriendelijke damestas
    door de grabbelton van de ren,

    een quizmaster zonder prijzen
    met altijd het juiste antwoord:
    Kukeleku. De wereld vergaat.

    De wereld gaat ten onder. Kukeleku.

    In 2016 kunnen we volgens de website van de auteur de bundel Sauseschritt verwachten. Halfvol of halfleeg, ik ben benieuwd.

    UitgeverVan Gennep
    Jaartal2014
    RecensentMerijn Schipper
    Editie2015-1