Recensies

  • Geld

    Arnoud van Adrichem
    Geld

    Alsof er een geldwagen is ontploft

    Arnoud van Adrichem (1978) weet in zijn derde bundel Geld constant het beeld op te roepen van een gladde yup die de gedichten aan je voor komt lezen: ‘Vandaag is een dag/ voor winstmaximalisatie/ en beleggingskansen/ als opblaasbeesten zo groot./ Wij zien u al zitten/ aan een niervormig zwembad./ Omringd door tieners/ in felgekleurde bikini’s.’ Van Adrichem zet die wereld weliswaar voor schut, maar lijkt er tegelijkertijd door gefascineerd te zijn.

    Geld begint en eindigt met een gedicht dat meerdere pagina’s lang is. Die lange gedichten zijn opgezet als wervende toespraken van het bedrijf dat achter ‘De Methode®’ zit, een manier om snel geld te verdienen. Tussen die hoekstenen staan afdelingen met prozagedichten, die steeds gevolgd door een sectie ‘Afschrijvingen’ met korte, drieregelige gedichten. Die doen qua vorm (5, 7, 5 lettergrepen) aan haiku denken, maar ze zijn eerder senryu, die dezelfde vorm hebben. Haiku gaan over de onvolkomenheden van de wereld of de natuur, en senryu over die van de mens. Die onvolkomenheden worden op hyperbolische wijze op de hak genomen: ‘Naast u staat de man/ die de Eiffeltoren sleet/ aan schroothandelaars’.

    We maken in Geld kennis met ene Rijkman. Zijn naam lijkt enerzijds naar bankier Rijkman Groenink te verwijzen, en anderzijds een soort speaking name te zijn. Rijkmans ondergang wordt aan die van de economie zelf gekoppeld. Aanvankelijk blinken de koopgoten nog, maar tegen het eind van de bundel wordt een bijna apocalyptische toon aangeslagen: ‘Uw bovenbuurman, de zon, herhaalt de Hindenburg. [...] papier is vuur dat nog moet leren branden. Wie blust? Elke voorspelling vervult zichzelf. Het sneeuwt half veraste coupures, alsof er een geldwagen is ontploft.’

    Het is een volle bundel , behoorlijk vol zelfs. De gedichten gaan óók over de media, de situatie in Griekenland, de regering. Die thema’s worden kritisch, maar snel behandeld, soms bijna terloops. Op de ‘Afschrijvingen’-secties na, zitten de gedichten bovendien vol associatieve beelden, die soms opgestapeld worden. Die beelden verwijzen bovendien niet altijd direct naar geld. Niet altijd zijn de associaties goed te volgen, maar geregeld zijn ze vrij intuïtief: Rijkman wordt bijvoorbeeld geregeld door wespen geprikt. Van de wespen, via hun angels, is het maar een kleine stap naar financiële, al dan niet perverse prikkels. Rijkmans onafwendbare lot wordt ook al voorspeld: ‘Pijn is punctueel, steekt altijd één uur voor aanvang van de regen.’ Hebberigheid komt net als hoogmoed voor de val.

    Die volheid is enerzijds een charme van Geld, en anderzijds soms wat vermoeiend. Je moet niet zelden even doorbijten als de associatieve beelden zich weer op beginnen te stapelen. Bovendien doen het personage Rijkman en De Methode® toch wat rudimentair aan; respectievelijk wie en wat zijn zij precies? De losse, verhalende lijn lijkt geregeld iets te snel naar achteren te worden geschoven, omwille van een vers blik beelden.

    Maar zoals gezegd, het bijna uitpuilende is ook de kracht van Geld. De toon is uitstekend gekozen en sleept je de financiële (yuppen)wereld in. Bovendien gebruikt Van Adrichem vaak beelden, zoals de wesp, die die wereld tastbaarder, invoelbaarder maken. Hoewel de dichter parodieert en Rijkman duidelijk laat falen, is de kritische laag helemaal niet zo eenduidig. Dat nodigt uit tot herlezing, en maakt van Geld een rijke bundel.

    UitgeverAtlas Contact
    Jaartal2015
    RecensentMaarten Buser
    Editie2015-2