Recensies

  • Aanrakingen

    Marc Tritsmans
    Aanrakingen

    Bij de dood valt alles op zijn plek

    Ik maakte pas laat kennis met Marc Tritsmans. Toen in 2012 De stilte van de wereld na ons verscheen, een retrospectief van 20 jaar dichterschap dat aangevuld was met nieuw werk, kende ik hem alleen van een paar tijdschriftpublicaties. Er was meteen sprake van een haat-liefderelatie.

    Tritsmans heeft een heel eigen geluid en durft langzaam te zijn in een wereld waarin alles, ook de poëzie, steeds sneller en heftiger moet. Hij legt zichzelf voor een moderne dichter vrij strenge vormeisen op, maar weet zich binnen die beperkingen bundel na bundel verder te ontwikkelen. Zo zijn er ook in Aanrakingen gedichten waarin stijl en beeld krachtig samenvallen.

    De dichter heeft echter ook een paar hardnekkige onhebbelijkheden. Zo doen de gedichten al gauw kunstmatig aan met hun drie-, vier-, of vijfregelige strofen, omdat de zinnen zich bij nadere inspectie weinig van die vorm blijken aan te trekken.

    Een ander punt is dat hij per se wil vertellen wat hij wil vertellen. Dat maakt zijn gedichten soms uitleggerig. Een gedicht dat ‘Beklimming’ heet, over een beklimming gaat en dat in de laatste strofe de zinsnede ‘als goden op de Parnassus’ bezigt, wil iets te graag duidelijk zijn. Tritsmans legt daarnaast vaak onderaan de pagina uit wat de aanleiding van het gedicht is. Noem me een purist of een zeur (geloof me, je zult niet de eerste zijn), maar het is met een gedicht net als met een mop: als je hem uit moet leggen is er niks meer aan.

    Aanvankelijk dacht ik dat het niets meer ging worden. De titels in de eerste delen van de bundel (‘Enkele vaststellingen omtrent de zee’, ‘Over ouder worden’, ‘Onder de linde’) beloven niet veel spannends, ze zijn dat evenmin. Heel anders wordt dat vanaf pagina 43. Het lijkt erop dat de stijl van Tritsmans bij zwaardere onderwerpen veel beter past dan bij andere. Vooral als hij de dood behandelt, valt zijn wat dramatische stijl uitstekend op zijn plek. In de afdeling ‘Van de wereld’ vertellen de gedichten het verhaal van het sterven, bijvoorbeeld van een overgrootmoeder, haar huid ‘dun/ als cellofaan, de vreemde textuur van iets anders/ al dan huid’. Verderop levert een aangereden hond de volgende regels op:

    alles gebeurde tegelijkertijd: gierende remmen
    een droge klap, snerpend gejank en stilte

    En het mooiste gedicht van Aanrakingen is een poging om te duiden wat verdriet nou eigenlijk is, alsmede (in het hier niet geciteerde slot van het gedicht) hoe het is om verder te gaan na het verdriet:

    hoe verdriet alleen in een mens kan bestaan
    zoals een bacterie niet buiten zijn gastheer
    gedijt, zich er daarom met weerhaken in vastzet

    aan een trage vernieling begint, rusteloos
    jacht maakt op de warmste herinneringen en
    aanrakingen, a couple of hours on a beautiful day

    die allemaal zonder genade ontrafelt en doet
    neerslaan als druppels geconcentreerd vitriool
    dat de weke binnenkant aanvreet, niets overlaat

    [...]

    Bijna aan het eind van deze bundel heeft Tritsmans me, al mijn kritiek ten spijt, toch weer te pakken.

    UitgeverNieuw Amsterdam
    Jaartal2015
    RecensentBouke Vlierhuis
    Editie2015-2